Een eyeopener wil ik het niet noemen.
Daarvoor ben ik al te lang op deze wereld en heb ik mij ondertussen al vaak
genoeg verbaasd over de gemakzucht waarmee sommige mensen ‘afstand nemen’ van
overbodige materialen. Toch was ook ditmaal de irritatie er niet minder om. Ik
moet eerlijk zijn en erkennen dat ik mij hier in het verleden vast en zeker ook
schuldig aan heb gemaakt. Maar sinds ik mijn handen niet meer kan gebruiken, durf
ik mijzelf volledig vrij te pleiten.
Een aantal maanden geleden werd ik gevraagd
om als vrijwilliger deel te nemen aan ErvaarMEE, een door MEE-Veluwe/IJsseloevers geïnitieerd project. MEE onderteunt mensen die door een
lichamelijke of geestelijke beperking worden belemmerd in het meedoen aan de
maatschappij. Voor
het project zocht men ervaringsdeskundigen, dus mensen zoals ik, die ieder op
hun eigen manier weten wat het is om een beperking te hebben en om ermee te
leven. Medewerkers van MEE kunnen een beroep doen op een ervaringsdeskundige om
hen terzijde te kunnen staan bij het begeleiden van een cliënt. Hoe dan ook,
dat wilde ik wel. Graag probeer ik anderen te tonen dat het leven, zoals in
mijn situatie, nog genoeg kansen biedt. Het glas is half vol in plaats van half
leeg, maar je moet het wel zelf blijven aanvullen.
Tot mijn verbazing werd ik gevraagd om nog
wel een Verklaring Omtrent het Gedrag bij hen in te leveren. Waren er misschien
toch nog twijfels aan mij? Een mondelinge verklaring en mij daarbij op mijn blauwe
ogen geloven was helaas niet afdoende. Maar ach, die verklaring zou ik wel
krijgen. Zover als ik weet heeft justitie nog geen dossier van mij aangelegd, braaf
als ik ben. Eenmaal ontvangen moest ik het bewijsstuk doorsturen naar MEE. Echter,
had ik in het verleden altijd wel postzegels op voorraad, ook binnen mijn
huishouden gaat tegenwoordig vrijwel alles digitaal. Dus ik naar het
winkelcentrum voor een good old postzegel.
Geen regen en nauwelijks wind, dus gemakshalve liet ik de envelop tussen mijn
bovenbeen en de zijkant van mijn rolstoel klemmen. Onverstandig, zou niet veel
later blijken, want aangekomen in het postkantoor was de in een envelop verpakte
verklaring verdwenen.
Er zat niks anders op dan terug te keren via de
zojuist afgelegde route, onderwijl goed speurend. Zo’n envelop was groot en belangrijker,
nog erg wit. Dus deze zou, tenzij door een windvlaag meegenomen of op de bodem
van een sloot liggend, met gemak te vinden zijn. Niet dus! Binnen een minuut meende
ik succes te hebben, maar wat ik in de verte zag liggen was niet meer dan een
onbeduidend stuk papier. Vlak daarna weer, en weer, en weer. Met de blik vooral
op de grond gericht, werd ik er triest van. Wat kunnen mensen asociaal zijn. Papier,
plastic, peuken of blik, overal troep. Daar waar het niet hoort. Op straat, in
de berm, in de sloot. Misschien was het daar per ongeluk terechtgekomen? Nee, geloof
het zelf. Gemak dient de mens, toch?
Bijna thuisgekomen vond ik op straat mijn
envelop. Ik was opgelucht, omdat ik mijn goede doen en laten tegenover MEE kon
bewijzen. Maar onderwijl ook genoeg bewijs gevonden voor een ander gedrag.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten