maandag 24 juni 2024

Paniek

Toen kwam de mededeling die ik had kunnen verwachten, maar dat dus niet had gedaan. Onnozel? Er waren vaker signalen gegeven dat de vergoeding van dat voor mij belangrijke hulpmiddel zou stoppen. Tot voor kort toonde Apotheekzorg, de leverende partij, kennelijk nog coulance met mij. Desondanks kwam de mededeling als een donderslag bij heldere hemel. Dat wat ik steeds had kunnen afwimpelen als toekomstmuziek werd nu werkelijkheid.

Terwijl ik op bed lag gooide een vriendelijke stem mij al vrij snel in het diepe. De vrouw vertelde over de beslissing dat de splitgazen gewoon vergoed zouden blijven, wat volgens haar toch echt wel prettig nieuws moest zijn voor mij. Echter, helaas moest zij mij ook melden dat de eilandplakkers niet meer geleverd mochten worden. Op mijn waaromvraag hoorde ik dat de zorgverzekering heeft bepaald dat eilandplakkers alleen nog maar mogen worden geleverd bij open wonden. Ik baalde flink en realiseerde mij al vrij snel dat ik bij deze vrouw mijn tegenargumenten niet kwijt kon. Maar ik wist ook dat ik het hier niet bij zou laten zetten. De eilandplakkers zijn erg belangrijk voor mij.

Mijn SP-katheter, die middels een opening uit mijn blaas steekt, moet stevig en hygiënisch afgepakt worden. Uit verhalen weet ik inmiddels dat hiermee anders flinke problemen kunnen ontstaan, zoals ontstekingen in de huid of de blaas. Blaasontstekingen heb ik trouwens wel vaak, maar dat heeft weer een anderzijds oorzaak. Misschien mazzel, maar ik heb totaal geen problemen bij de opening in de huid. Iedere ochtend na het douchen wordt deze ingang afgedekt met een zogeheten splitgaas, waar dan een eilandplakker overheen gaat. Het protocol laat ik nu maar even in het midden. Dit gebeurt al jaren zo, naar volle tevredenheid. Dat moet ook wel omdat ik overdag geregeld op bed wordt gelegd en voor het uit- en aankleden steeds heen en weer wordt gerold.

Dat er alternatieven zijn weet ik, maar daar wil ik niet aan. Het besluit ging ik dan ook niet klakkeloos accepteren en ik zou er alles aan doen het voor mij bekende te behouden. Daarop volgde een veelvuldig bellen naar het kastje en de muur. Volgens Apotheekzorg moest ik bij Zilveren Kruis zijn voor de toestemming. De zorgverzekering was daar aanvankelijk ogenschijnlijk minder stellig over. Waar een eerste telefoniste alleen maar haar begrip voor mij uitte en niet meer dan haar medelijden met mij toonde, wist haar collega zeker dat Zilveren Kruis dit niet bepaalde. Aanspreekpunt drie gaf Apotheekzorg wil gelijk en legde uit hoe ik alsnog toestemming zou kunnen krijgen. Maar achteraf gezien gaf zij mij hiermee teveel hoop. Samen met mijn huisarts moest ik een verzoek indienen wat dan door hun beoordeeld worden.

Een plaatsvervangend huisarts kon zich niet helemaal inleven in mijn noodzaak en wilde niets voorschrijven, gewoonweg omdat dit volgens haar niet mag van de zorgverzekering. Met haar arbeidsethos is dus niets mis. Tegen beter weten in deed ik zelf dan maar een poging. Dat ik mij hoogstwaarschijnlijk toch bij de realiteit zal moeten neerleggen was mij inmiddels wel duidelijk. Natuurlijk, er zijn ergere dingen in de wereld

Feitelijk zie ik vooral op tegen het opnieuw moeten uitleggen aan alle medewerkers. Hoe pak ik dit aan?

zondag 9 juni 2024

Drijfveer

De vraag was of ik wilde meewerken aan een artikel. Zij was student journalistiek en moest als opdracht een mensgericht interview houden. Uiteraard wilde ik dat wel. Allereerst vind ik het gewoon leuk en zinvol wanneer ik kan meewerken aan een interview. Inmiddels heb ik mijn verhaaltje altijd wel klaar als het gaat over mij en mijn ziekte, want uiteraard zou ik daarover worden bevraagd. Waarover kon het anders gaan. Zoveel interessants heb ik anders dus echt niet te melden. Dat ik haar anderzijds ook wel iets beter ken was nog eens een extra reden om af te spreken.

Die avond begon het gesprek ermee dat zij ergens had ze gelezen over de aanstaande wereld MS-dag en dat daarom bij haar het idee was ontstaan om mij te vragen voor een interview. Zij vroeg meteen of ik überhaupt wel wist dat - heel toevallig - vandaag die wereld MS-dag was. Nee, eigenlijk niet. Waarschijnlijk had ik er wel een keer over gelezen, maar dat feit had zich niet verankerd in mijn systeem. Dat zal geen desinteresse zijn geweest, maar misschien was het een kwestie van prioriteiten stellen. Daarop volgde de opmerking van haar dat zij onder de indruk is van hoe ik met mijn ziekte weet om te gaan. Dat ik ondanks mijn beperking nog zoveel activiteiten onderneem. Dat is leuk om te horen. Blozen deed ik daar niet van. Omdat ik het vaker te horen krijg en dit zelf eigenlijk ook wel vind.

Haar vraag was hoe mij dit lukt. Wat is hierbij mijn drijfveer? Jeetje, wat een vraag! Dit heb ik mijzelf eigenlijk nooit afgevraagd. Wel besef ik, dat naast plezier en belangstelling, er gelukkig ook de financiële ruimte voor is om dergelijke activiteiten te ondernemen. Heb ik wel aan drijfveer? Zo heb ik volgens mij nooit eerder naar mijn situatie gekeken. Opeens moest ik denken aan wat ik vlak daarvoor zei. Misschien is het feit dat ik niets wist over deze speciale dag vandaag wel mijn drijfveer? Daarmee bedoel ik dat ik dan wel MS heb en door die zenuwsloperij grotendeels ben gevangen, maar er feitelijk nauwelijks mee bezig ben.

Lotgenoten wil ik met bovenstaande niet kwetsen. Zij zullen er wellicht wel baat bij hebben om intensief met hun ziekte bezig te zijn. Alleen al omdat hun lichaam daarom vraagt. Andersom bekeken, ik heb waarschijnlijk makkelijk praten. Voor mij zijn er geen medicijnen beschikbaar. Althans, dat heb ik altijd te horen gekregen. Vaak genoeg heb ik tegen mijzelf gezegd, hoe raar dit ook zal klinken, dat ik hier feitelijk maar blij mee moet zijn. Om mij heen las en hoorde ik over lotgenoten die onderzoeken, puzzelen en vergelijken welke medicatie wel en niet geschikt zijn. Er is veel informatie te vinden, met even zoveel adviezen, ervaringen en meningen. Tegen dit oerwoud aan kennis moet iemand wel bestand zijn.

Dat er alternatieve geneeskunde bestaat weet ik en daar heb ik met een quasi open mind wel degelijk ook mijn heil in gezocht. Maar toegegeven, slechts tot een bepaalde hoogte. Een doorzetter ben ik hierin niet geweest. Waarom? Zeg het maar.

Het interview verliep verder goed. Over mijn drijfveer zal ik nog eens nadenken?

maandag 20 mei 2024

Keuzes

Niets is dus vanzelfsprekend in het leven. Kiezen, beslissen en dilemma’s, het kan dicht bij elkaar liggen. Figuurlijk, maar ook letterlijk.

Onlangs ervaarde ik wat het toppunt van kiezen genoemd kan worden. Ik moest kiezen tussen twee kiezen. Halverwege mijn rechterbovenkaak zit een kies waar ik zo’n twee jaar last van heb. Niet voortdurend, wel vaak. Deze doet gruwelijk zeer wanneer ik met wat kouds deze aanraak.  Nu eet ik ‘s ochtends graag kwark, inderdaad uit de koelkast, waar ik niet van afwijk. Eigenwijs? Weet ik. Ook al probeer ik de bron van ellende te ontwijken, de pijnscheuten van zo’n 10 seconden blijven. De laatste maanden had ik er wat minder last van, maar op dit moment is die kies weer behoorlijk aanwezig. Een gaatje is het niet, volgens de foto’s. Dus ouder worden, opkruipend tandvlees, blootliggende zenuwen, die hoek! Om dan maar met de linker kaken te malen klinkt logischer dan het was.

Aan de linkerzijde van mijn waffel speelt zich dat andere drama af. Helaas word ik dus al jaren met enige regelmaat getreiterd door zenuwpijnen. Tegen zenuwpijnen bestaat een medicatie. Carbamazepine, heavy stuff, met mogelijk behoorlijke bijwerkingen. Ik kan er nogal over meepraten. Drie maanden geleden werd ik middels een zenuwblokkade tijdelijk van zenuwpijnen verlost. Na enkele weken mocht ik die bloody medicatie afbouwen. Wat schrok ik toen een maand later weer een kleine pijnscheut, door mij speldenprikken genoemd, werd gevoeld. Hopelijk waren het nog onbedoelde naweeën. Ook in Lapland kon ik een excuus bedenken. De kou zal wel een negatieve rol spelen.

Spoedig gebeurde dit vaker en na overleg ging ik toch maar weer een klein beetje medicatie gebruiken. Van die tweemaal daags een kwart tablet werd ik al wat duf. Maar alles beter dan die speldenprikken. Het moge duidelijk zijn, angst voor het bekende beheerst mijn hele leven. Het euvel bleef, werd zelfs heftiger en er werd besloten de medicatie weer te verhogen. Getverderrie, die hele ingreep had dus geen reet geholpen. De arts zelf had geen idee over een mogelijke oorzaak. Nou ja, voorlopig was met tweemaal daags een halve pil, wat duizelig voelen en een duffe kop ook nog wel te leven. Dales Balen, maar het moest maar.

Toen ik enkele dagen terug op bed siësta hield, openbaarde zich uit het niets de hel in mijn linker kaak. Geloof mij, gedurende zo’n drie minuten volgden onbeschrijfelijke pijnscheuten. Pijn, ellende, janken, brullen. Dusdanig hard dat ook het stemkastje, wat als een back-up fungeert wanneer de blaasbuis boven mijn mond niet gebruikt kan worden, werd geactiveerd. Voordat ik überhaupt iets kon zeggen, was men al onderweg. De vraag was of zij wat voor mij konden doen. Eigenlijk niets, behalve nog meer medicatie aan mij geven. Al haatte ik dat spul, dit wilde ik niet nog eens meemaken. ’s Avonds moest ik weer kiezen. Weer een halve tablet of direct maar een hele?

Inmiddels slik ik braaf twee pillen per dag. Mijn behandelend arts regelt een nieuwe zenuwblokkade voor binnenkort. Duf, duizelig en lijsig praten ten spijt, ik durf wel in alle vertrouwen met links te kauwen. Voor mij en mijn koude kwark blijft de rechter kies nog een barrière. Weet waar is

vrijdag 3 mei 2024

Ontsnapt

Wat ruik ik toch? Misschien is dit wel heel onbenullig, want ondanks de vage herkenning kan ik de walm maar niet in een hokje plaatsen. In ieder geval op dat moment niet. Het lijkt een brandlucht. Met een scherpe blik kijk ik rond, maar zie geen onraad. Dus concentreer ik mij maar op dat andere. Trouwens, mijn argwaan delen met mijn gezelschap was onmogelijk. De spraakversterker om mijn nek is niet opgewassen tegen de discipelen die de mannen van Rowwen Hèze met hun feestmuziek uit de boxen blazen.

Het optreden in Hedon begon om 20:30. Om vooraf nog wat te kunnen kletsen reserveerde ik de taxi voor 19:20. Terwijl ik er klaar voor zat, met een onderbuikgevoel dat het wel weer anders zou lopen dan bedacht, keek ik richting 19:15 of de taxi aanstaande was. Ja hoor, de taxi werd bij mij om 20:18 verwacht. Voordat ik implodeerde ging ik dit bericht toch maar even verifiëren. Een enkele keer blijkt het beeldscherm er naast te zitten. De telefoniste klinkt hoopvol, want ook zij is over dit tijdsverschil verbaasd. Maar even later moet zij mij toch teleurstellen. Door omstandigheden zijn er op dit moment maar twee taxibusjes in Zwolle beschikbaar. Dit moet ik maar voor waarheid aannemen, maar in mijn achterhoofd hoor ik eerdere klachten van taxichauffeurs, dat de nodige collega’s het verdommen om met een rolstoelbus op pad te gaan.

Een tweede oorzaak is dat ik bij de taxicentrale de indicatie ‘solo’ heb. Enkele jaren terug kreeg ik via een medische verklaring de toezegging dat ik na ophalen rechtstreeks naar mijn bestemming wordt gebracht. Dit vanwege mijn flink schommelende rolstoel. Dit betekent niet dat ik mensenvrees heb. Al zit de taxi bij ophalen stampvol, dat maakt mij niet uit. Dat ik per se solo vervoerd moet worden, met lang wachten als gevolg, klopt dus niet. Hoe dan ook, een taxirit was geen optie. Alsnog de stadsbus pakken lukte wel. Dan maar de laatste 15 minuten zelfstandig rollen. Lichtelijk balend zag ik niet veel later de regendruppels op de ramen van de bus. Toen ik de laatste etappe aanving ging het steeds harder regenen. Stom, waarom had ik niet gewoon op de taxi gewacht? Zeg het maar.

Zeiknat en pislink kwam ik aan bij Hedon. Maar al snel was ik alle ellende weer vergeten, want zo gaat dat als je redelijk uitblinkt in relativeren. Als Rowwen Hèze al een tijdje bezig is begin ik dus wat te ruiken. Dat ik, mede door eigen schuld, ook na afloop weer taxi-geklooi had en daardoor ruim anderhalf uur moest wachten laat ik maar even achterwege.

De volgende dag wordt mij duidelijk dat ik aan de dood ontsnapt ben. Een zorgmedewerker ziet dat bij het oplaadpunt van de telefoonhouder op mijn rolstoel een stuk snoer is gesmolten. Dus dat rook ik! Mijn telefoon zelf is ook wat beschadigd, maar laat desondanks nog goed op. Maar goed dat ik die afgelopen nacht de telefoon niet aan de oplader heb gezet. Het had flink fout kunnen aflopen. Mijn gedachten wijzen naar de regen van gisteravond als oorzaak. Maar wie moet ik eigenlijk hiervan de schuld geven?

Inmiddels is er een alternatief aanstaande.

 

zaterdag 20 april 2024

Verrassend

Dat mijn leven niet vanzelfsprekend is moge duidelijk zijn. Akkoord, wiens leven is dat wel? Maar daar gaat het hier niet over. Wat ik ook onderneem, ik moet mezelf altijd goed voorbereiden. Spontaniteit ken ik niet. Hooguit gebeurt dit voorbereiden soms wel weer zonder nadenken, dus als een soort vanzelfsprekend. Lekker vaag? Vind ik ook!

Daarentegen ben ik ook juist een voorbeeld van wat een gewoontedier genoemd kan worden. Hoezo eigenlijk, niet vanzelfsprekend? Over het algemeen ziet iedere ochtend er hetzelfde uit. Misschien moet iemand anders er niet aan denken, maar ik vind het prima zo. Om 7:15 gaat mijn wekker en vraag ik gelijk om assistentie. Dat betekent blaasspoelen, douchen, aankleden, transfer naar rolstoel, ontbijt, koffie. Daarna ben ik weer alleen en kan voor die dag mijn leven beginnen. De avonden kennen meer afwisseling, maar het moment van naar bed gaan is op een gemiddelde avond toch weer hetzelfde. Tot onlangs die ene avond heel anders eindigde dan dat ik had kunnen bedenken.

Tegen 22:30 wil ik naar bed en spoedig komen twee medewerkers mij helpen. Na het tandenpoetsen wil collega A het werkblad wat voor mijn pens zit wegdraaien, zodat ik kan worden opgetakeld. Maar de draaiknop die daartoe moet worden losgedraaid zit muurvast. Opvallend, want dat heb ik betreffende deze schroef nooit eerder meegemaakt. Wel hoor ik in andere situaties een ADL’er soms mopperen over collega’s die iets te fanatiek de spierballen hebben gebruikt. Dan gaat het bijvoorbeeld over urinezakken die iets te stevig aan elkaar zijn verbonden. Of over het vastdraaien van de blaaspijp boven mijn mond. Dat is wanneer ik in bed lig en waarmee ik mijn telefoon en dus ook mijn omgevingsbesturing kan bedienen.

Na een aantal pogingen wordt collega B gevraagd of zij kan helpen hierbij. ‘Allemachtig, wie heeft dat rotding zo strak gedraaid?’ Dan maar collega C oproepen of die iets kan betekenen. Onderwijl denk ik al wat vooruit. Wat als ik niet geholpen kan worden? Een kwartier later staan de drie medewerkers te zwoegen in mijn slaapkamer, af en toe graaiend in een gereedschapskist naar een hopelijke oplossing. De allesoverheersende vraag is: hoe is dit in vredesnaam mogelijk? Tegen 23:00 komt de nachtdienst om twee van de drie medewerkers af te lossen. Zij die vanaf dat moment vrij zijn vinden het meer dan vervelend om mij zo achter te laten. Maar wat kunnen zij nog voor mij betekenen?

Dan wordt bedacht om de brandweer te bellen. Twijfels of die hiervoor zal komen worden al snel weggenomen. Geert heeft geen prioriteit, maar zal desondanks spoedig geholpen worden. Terwijl de twee ADL’ers naar andere cliënten gaan, kruip ik gerustgesteld weer achter de laptop. Na een kwartier is de oplossing nabij. Niks geen loeiende sirenes, ook geen hoogwerker. Er wordt gewoon aangebeld en even later komen drie helden binnenlopen. Ook zonder helm zien ze er stoer uit in hun brandweerpakken. De middelste heeft een klein gereedschapskoffertje vast. Het komt op mij over als dat die drie grote kerels wat beteuterd kijken. Dit vul ik uiteraard slechts in, maar het lijkt of zij een dergelijke situatie nooit eerder hebben meegemaakt.

Binnen twee minuten is de knop los en zijn de drie weer vertrokken.

donderdag 4 april 2024

Droomwens

De fantasie ging anderhalf jaar geleden opeens leven. Na het uitspreken van een stille wens, bleek ik niet alleen te staan en anderen gingen met mij meedoen.

Binnen enkele weken stonden de plannen op papier en had Google ons de locatie laten zien waar wij heen zouden moeten gaan. De keuze voor The Friendly Moose in Övertorneå, letterlijk tegen de grens van Zweden met Finland, bleek een gouden greep te zijn. Maar eerlijk is eerlijk, Geert zag al vrij snel verschillende apen op de weg en moest na twijfels over kou en rolstoel er wel weer bijgesleurd worden.

Uiteraard keek ik overal naar uit. Toch stond dat ene avontuur met stip bovenaan. De aanleiding, ik schreef er al vaker over, was dat ik ooit in een reisprogramma op televisie de presentator op een slee zag zitten, voortgetrokken door poolhonden. Met op de achtergrond veel bomen en nog meer sneeuw gaf dat een onvergetelijk beeld. Volgens mij ging het toen om Lapland. ‘s Nachts sliep hij in een soort van glazen iglo en kon hij de sterrenhemel vanaf zijn bed bekijken. Omdat het gaat om een herinnering van long ago is mijn werkelijkheid misschien wel totaal anders dan de realiteit. Ging het misschien om een sneeuwscooter? Was hij een zij?

Die droom kwam nu dus uit. Inmiddels is er wel wat veranderd. Zat ik jaren geleden nog allenig op die slee, inmiddels is dat natuurlijk onmogelijk. Hooguit met hulp van een volle rol ducttape blijf ik rechtop zitten. Onderwijl is project Lapland geconcretiseerd en verbleven wij onlangs voor een week in die indrukwekkende, witte wereld. Uit twijfel over eventuele beschadiging liet ik mijn eigen rolstoel liever thuis. Het alternatief, een op mij aangepaste en elektrisch ondersteunende duwrolstoel, arriveerde vier dagen voor vertrek. Hoezo gestress? Dat deze keuze totale onzelfstandigheid zou betekenen wist ik. Maar die keerzijde daar ter plekke ervaren was niet eenvoudig.

Er volgden onder meer avonturen in een slee achter een rendier en met een aanhanger achter de sneeuwscooter. Op een grote tractorband glee ik vogelvrij van een heuvel, we stonden op de poolcirkel en het bezoek aan een Sami-familie, de oorspronkelijke bewoners van Lapland, was indrukwekkend. Die vrijdagavond maakten we de sledetocht achter tien poolhonden, want overdag was het met +4° hiervoor te warm voor hen. Je begrijpt, ik kon niet wachten. Er had zich al een enigszins beeld gevormd van hoe het zou zijn. Zo’n zes jaar geleden keek ik ook al eens naar zich uitslovende huskies. Dat was in de Ardennen, daarbij zittend op een karretje. Heel gaaf, maar dit was nog echter.

Terwijl de slee voor een eerste rondje in de donkerte verdween, zaten wij bij -8° te chillen rond het kampvuur. Met de overige honden - ik hoorde blaffen en iets van huilen tegelijk - op de achtergrond werd mij gevraagd of ik ook koffie wilde, maar dan wel cowboykoffie. Tegen het vuur aan stond een ketel water met daarin koffiebonen. Dit smaakte niet lekker en heerlijk tegelijk. Alleen maar omdat het cowboykoffie was.

Die jarenlange droomwens heb ik kunnen afvinken. Nu kan ik op zoek naar nieuwe stippen aan de horizon. Een volgende reis naar Verweggistan hoeft niet meer.

vrijdag 15 maart 2024

Omschakelen

Met nog exact twee weken te gaan is op die dinsdagavond mijn aanvankelijke enthousiasme tot het nulpunt gedaald. Zonde, want feitelijk kijk ik er echt naar uit. Toegegeven, ook wel een beetje tegenop.

Op die betreffende dag ga ik naar Lapland. Specifieker, de accommodatie ligt ergens op de grens tussen Zweden en Finland. Eigenlijk zou ik inmiddels een meer dan gezonde spanning moeten voelen. Maar dat wat ik voel heeft niets met gezond te maken.

De huidige stand van zaken was al enkele weken bij mij bekend. Vanaf dat de plannen concreet werden heb ik altijd al met tegenslag rekening gehouden. In een leven als ik heb is niets vanzelfsprekend. Hopende dat het allemaal mee zou vallen, straalde ik natuurlijk maar het volste vertrouwen uit. Toen onlangs bleek dat de vervangende rolstoel die ik wilde meenemen naar het verre noorden helaas nog totaal niet in orde was, werd ik flink geknakt. Zie je wel! Meerdere mensen hadden mij verkondigd dat alles op tijd klaar zou zijn. Steeds had ik daarbij mijn bedenkingen. Eerst zien, dan geloven Waarom? Daarom. Misschien zinloos, maar onderwijl begon ik flink aan mijzelf te twijfelen. Had ik dan toch eerder wat moeten gaan regelen?

Inmiddels ben ik wel gewend om geduld te hebben, maar tegen deze wanhoop was ik nauwelijks opgewassen. Vanwege het besef dat er nou eenmaal wel een voor mij geschikte rolstoel, lees: met goede zitting, mee zou moeten, had er zich al wel een alternatief aangediend. Het plan was om dan toch mijn eigen rolstoel, enigszins gedemonteerd mee te nemen.

Die dinsdagavond besluit ik ter zelfbescherming dat ik mij niet meer op het negatieve moet focussen. Laat ik inderdaad maar vertrouwen houden en mijzelf blijven richten op wat ik wel in de hand heb, zoals het genieten van de voorpret. Anders worden het nog pikzwarte dagen voor mij. De volgende dag hoor ik trouwens dat de stoel een week later, vier dagen voor vertrek wordt geleverd. Fingers crossed!

Het allereerste idee ontstond vorig voorjaar. Al was duidelijk dat ik zou gaan, over mijn rolstoel had ik nog twijfels. Gebaseerd op negatieve verhalen over de behandeling van elektrische rolstoelen op luchthavens, kreeg ik zo mijn bedenkingen. Een duwrolstoel zonder allerlei poespas was misschien verstandiger. Begin september vraag ik deze aan. Ruim op tijd toch? Misschien dus niet. Dit verzoek wordt al vrij snel gehonoreerd, zelfs als ik naast de orthese ook elektrische ondersteuning opper.

De rolstoel wordt 14 februari geleverd. Het geheel ziet er perfect uit. Maar als ik erin ga zitten blijkt dat beeld niet te kloppen. De orthese is totaal verkeerd gemaakt en doet zelfs zeer. Dan maar weer meenemen wordt besloten. Uiteraard onderstreep ik vanwege de naderende reis het belang van een snelle actie. ‘Ja meneer, dat komt goed.’ Desondanks implodeer ik. Toen er voor 28 februari een afspraak werd gemaakt, dacht ik even positief verrast te worden. Maar wat een domper was het toen bleek dat men slechts kwam opmeten en verder nog opnieuw moest beginnen.

Alle kanalen die positieve invloed op het proces kunnen uitoefenen had ik inmiddels ingeschakeld. Het komt goed, is mij beloofd. Gisteren werd de rolstoel geleverd. De reis kan beginnen.