Welke kant het op zou gaan vermoedde ik al. Maar aan dat ene detail had ik geen seconde gedacht.
Die zondagavond werd ik behoorlijk slappehap. Die ochtend erop gaf de 37,2 mij nog een valse hoop, maar naarmate de dag vorderde werd duidelijk dat ik toch steeds zieker werd. De 39,4 die rond 19:00 werd vastgesteld deed mij besluiten om de huisartsenpost te laten bellen. Zelf had ik inmiddels daar weinig kracht meer voor. Flitsen uit afgelopen jaren van snel oplopende koorts en ’het zal wel weer een blaasontsteking zijn’, dus ambulance, dus ziekenhuis, vlogen door mijn hoofd.
Aan de lijn bleek dat er nog 28 wachtenden voor mij waren. Daarom stelde ik voor om dan maar 112 te bellen. Niet uit gemakzucht, wel uit voorzorg. Inmiddels heb ik geleerd om mijn lichaam serieus te nemen. Binnen een kwartier stonden er twee ambulancemedewerkers naast mijn bed. Een van hen draagt een zware tas en ik hoor haar met een glimlach lichtelijk balen dat de lift buiten werking is. ‘O, dat was al enkele dagen zo.’ Maar dat datzelfde ook in mijn eigen nadeel gaat werken, dat blijkt pas als ik even later in overleg met de betreffende arts en een Fokusmedewerker besluit toch maar naar het ziekenhuis te gaan. Het feit wil dat Fokus niet voortdurend bij mij kan zijn, zeker niet ‘s nachts.
‘Dan is er eerst nog dat probleem dat wij de lift niet kunnen gebruiken en dus de brandweer moeten inschakelen.’ De enige lift die er is binnen het appartementencomplex waar ik woon, raakt door wat voor oorzaak dan ook gedurende de afgelopen jaren steeds vaker voor langere of kortere tijd buiten gebruik. Met de nodige gevolgen van dien. Vervelend voor mij, maar zeker voor hen die met een rolstoel naar werk of studie moeten of een hulphond moeten uitlaten. Een wens van ons, een degelijke lift, liefst ook nog een tweede, kunnen we klaarblijkelijk uit ons hoofd zetten.
Even later komen vier brandweermannen binnen. Beneden staat er naast de ambulance een hoogwerker geparkeerd. Terwijl ik op bed lig wordt er een soort van brancard onder mij geschoven. Daarna tillen de lieden mij naar buiten en heffen mij over de rand van de balustrade. Op dat moment ging er een kleine slik door mij heen. Maar er komt ook een glimlach. Dat heb ik weer! Achter de reling bevindt zich op dat moment gelukkig het bakje van de hoogwerker. Een daar toevallig ook aanwezige brandweerman verankert mij en vergezelt mij als ik van het gebouw wegzweef.
Omdat ik alleen maar omhoog kan kijken, zie ik de contouren van een aantal mensen die vanaf de eerste en tweede galerij toekijken en mij een soort van uitzwaaien. Iemand wenst mij sterkte, maar wie dat daadwerkelijk is kan ik door het tegenlicht niet zien. Vijf meter lager word ik op een andere brancard gelegd en op transport gezet. In het ziekenhuis wordt al snel een griep geconstateerd en ook krijg ik extra zuurstof toegediend.
Het werd een paar dagen op bed verblijven. Vanwege de defecte lift kon pas op donderdagavond iemand mijn rolstoel brengen. Eenmaal van het zuurstof af mocht ik vrijdagmiddag weer naar huis.