Het was in zo’n taxibusje, terwijl ik nog nauwelijks op mijn plek stond, dat het werd geconstateerd. In een andere situatie zou ik meer dan waarschijnlijk ook anders hebben gereageerd. Dat lag trouwens niet aan het feit dat ik in een taxi stond, want ook dan kan en durf ik in principe gewoon mijzelf te zijn. Bij frustratie of anderzijds tegenslag wil ik nog wel eens mijn stem verheffen. Akkoord, ook ik ken de fatsoensnormen, maar de rust zelve blijven is niet mijn grootste kwaliteit.
Hoe dan ook, van degene met wie ik op dat moment op pad ga hoor ik dat dat ene knopje bij mijn hoofd, welke voor mij zeer urgent is, loshangt. In die zin dat er nog wel een draadje aan zit, wat betekent dat het nog wel een werkzame functie zal hebben. Maar het bungelt naast het stangetje waar de knop feitelijk aan vast hoort te zitten. Dus al zou ik er met mijn hoofd tegenaan kunnen proberen te tikken, het knopje indrukken zou nooit en te nimmer lukken.
Het betreft de knop die ik gebruik als ik achter mijn laptop zit en een plaatsvervangende enter-toets is. Deze tik ik dan met mijn rechter achterhoofd aan, zo’n beetje achter mijn oor. Dit is na zoveel jaar volledig geautomatiseerd. Tot vlak voordat ik wegging zat ik thuis nog achter de computer en was er niets aan de hand volgens mij. Alsof in de afgelopen paar minuten mij deze dikke pech is overkomen.
Vermoedelijk reageerde ik heel laconiek, omdat ik de betreffende knop voorlopig toch niet zou gebruiken. Misschien had ik op dat moment in een splitsecond bedacht dat ik het probleem morgen wel weer zou kunnen laten fiksen. De taxi ging met ons naar Deventer, naar het burgerweeshuis. Voor een optreden van Mooi Wark, een rockband uit Drenthe, die ik altijd al eens wilde zien. Het werd echt wat ik ervan verwachtte, maar dat geheel terzijde.
De volgende ochtend hoor ik van een medewerkster dat er een knopje los zit. Oh ja, dat is ook zo. Gisteren nog laconiek, nu voel ik ter plekke mijn frustratie opwellen. Wat moet ik doen? Zonder deze knop ben ik kansloos achter mijn computer. Bovendien is het nu zaterdagochtend. Bellen kan altijd, maar of er überhaupt een monteur kan komen en hoe lang ik daar dan op moet wachten, that’s the question.
De foto die gisteravond in de taxi van de situatie werd gemaakt wordt wederom in mijn hoofd geprojecteerd. Gecombineerd met wat ik hoor begrijp ik dat er iets is afgebroken. Kak! Met een rolletje plakband wordt geprobeerd de schade te beperken. Binnen een kwartier is een nieuwe poging nodig en wordt geprobeerd het euvel dan maar met ziekenhuisplakband iets steviger aan te pakken.
Met enige schroom bel ik naar de alarmdienst. De twijfel vooraf is of mijn noodzaak bij hun ook onder urgentie valt. Immers, de rolstoel rijdt nog prima. Na anderhalf uur komt er een monteur die direct concludeert dat er geen sprake is van een breuk. Waarvan wel wordt te langdradig om uit te leggen. Maar met domme pech omschrijf ik het redelijk goed.
Mijn leven kon weer doorgaan.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten