zaterdag 24 april 2021

Beelden

‘Wat zonde van je geld. Wij hebben thuis heb ik daar anders nog veel van dit soort afbeeldingen en allerlei beelden. We nemen binnenkort wel wat mee.‘   

Woorden van deze strekking kwamen uit de mond van mijn ouders. Jeetje, als ik dat geweten had. Met enig enthousiasme had ik vlak daarvoor een in mijn ogen prachtige bidprent aan hen laten zien, voor € 10 op Marktplaats gescoord.

Het zal ruim 13 jaar geleden zijn geweest. Sinds kort woonde ik in mijn vorige appartement, waar ik nog een kleine twee jaar zou kunnen blijven, voordat Fokuswonen en dus meer zorg onafwendbaar was. Omdat de muren nog plaats hadden en ik er toen nog energie voor had, maar er vooral nog lol aan kon beleven, speurde ik graag Marktplaats af, op zoek naar dat ene hebbeding. Inmiddels vind ik Marktplaats niet meer dat wat het in die jaren was. De lol van het zoeken is door de commercie voor mij verdwenen. Maar dat terzijde.

Met bovenstaande denk ik terug aan het struinen op rommelmarkten. Wat vond ik dat leuk, vooral het scoren van het onverwachte. Die keren tijdens Koninginnedag op de vrije markt in Amsterdam. Slapen bij mijn zus Anneloes die woonde in Zuid en ‘s ochtends 7:00 uur op pad, om een uur later de rugzak vol te hebben. Met spullen die gaaf maar onnodig waren. Die paarse retro ventilator, dat ouderwetse broodrooster. Ooit nog in het Vondelpark mijn trouwschoenen gekocht voor een tientje, in guldens! Tot een jaar of zeven geleden heb ik jaarlijks nog tijdens een koninginne- of koningsdag in Zwolle Centrum over de vrijmarkt geploeterd. Daarna bleef de wens, de moed niet meer.

Eén bidprent was voor mij genoeg, maar spoedig kreeg ik een beeld van Jezus in huis. Later nog een, een hele grote. Sindsdien krijg ik regelmatig de vraag welke religieuze waarde ik hecht aan deze specifieke beelden, want ‘je vader was toch dominee?’, dus ‘jij bent toch christelijk opgevoed?’ Klopt allebei, maar zie het in mijn huis eerder maar als iets tussen kunst en kitsch. Nee, ik ben geen lid meer van een kerk. ‘Maar het geloof heeft jou nooit losgelaten’, aldus mijn vader tegen mij jaren geleden. Hij had gelijk! Nog steeds trouwens.

Anno nu staan er in mijn huis zeker 15 beelden, mooi of niet. Enkele van Jezus, eenmaal gedragen door Maria, de rest mythologisch van aard. Het merendeel is onlangs door mijn ouders doelbewust hierheen verhuisd. Van zolder, uit studeerkamer, wel steeds in overleg met mij.

De afgelopen jaren heb ik geregeld bij hen erop aangedrongen om maar eens wat spullen weg te doen. Uit huis of garage. Dat leek mij, kijkend naar de toekomst, verstandig. Het blijft frustrerend dat ik hen in praktische zin nergens bij kan helpen. Aanvankelijk was ik in mijn taalgebruik hierbij nogal drastisch van aard. Inmiddels besef ik maar al te goed dat woorden als weggooien of kringloop op hun leeftijd wel eens moeilijk te accepteren zijn. Inleveren komt niet alleen in mijn woordenboek voor. Ook mijn ouders kunnen erover meepraten. Neem alleen al de caravan die er niet meer is.

Hun huis staat vol herinneringen. Die wil en zal ik hen natuurlijk niet afnemen. 

 

vrijdag 2 april 2021

Vragen

Daarom wil ik u namens KPN een hart onder de riem steken.

Bovenop de bos bloemen lag een briefje met een tekst, eindigend met bovenstaande zin. Wat aardig en attent van hem, reageer ik als ik de woorden lees, nogal verrast en misschien nog wel meer verbaasd. Al kon ik meteen daarna de ietwat donkere gedachte dat hier sprake is van klantenbinding nauwelijks onderdrukken. Als ik dit deel met een ADL-er, die mij helpt de bloemen in een vaas te zetten, wordt dit ontkracht. Ze heeft natuurlijk gelijk, dit slaat nergens op.

Enkele weken geleden was er een niet vaak voorkomende situatie ontstaan, want binnen twee dagen ontving ik drie bossen bloemen. Alledrie gekregen na de blunder van het ziekenhuis in Meppel. Ook zij stuurden mij een boeket. De bloemen hielden het lang vol, maar toevallig moest ik deze ochtend afscheid van hen nemen. Aan het einde van diezelfde dag stonden er trouwens alweer twee nieuwe gevulde vazen. Toen na het avondeten een vriendin langskwam gaf zij mij een bos bloemen, zomaar.

Aan het eind van die middag was er al een kartonnen doos bij mij afgeleverd met daarin het boeket waar het betreffende briefje op lag. Ondertekend door Michael, die ene medewerker van KPN waarmee ik recentelijk veelvuldig aan de telefoon had gesproken. Ons contact ontstond omdat ik via de klantenservice van KPN mijn abonnement wilde aanpassen. Dit klinkt trouwens makkelijker dan het was, want probeer anno nu nog maar eens een telefoonnummer van de klantenservice van KPN te vinden. Laat staan het júiste nummer. Voordat ik überhaupt iemand kon spreken had ik heel wat frustratie en irritatie moeten wegslikken. Jazeker, er zijn tig mogelijkheden om je te laten helpen, maar een simpel belletje is dus niet meer vanzelfsprekend.

Michael schreef dat hij door ons contact dus al had begrepen dat ik in een rolstoel zit. Met dat ik aan hem benoemde een beperking te hebben wilde ik duidelijk maken dat ik nogal afhankelijk ben van techniek, lees: een telefoon en laptop die doen wat ze moeten doen. Daarom wilde ik niet te makkelijk denken over het overstappen naar een ander abonnement en datzelfde besef verwachtte ik ook van hem. Want ik wilde niet riskeren dat ik door mijn onkunde en onnozelheid een deal ging sluiten waarbij ik mijzelf tekort doe. Michael moest mij niet zomaar wat aansmeren. Over vooroordeel richting de gemiddelde verkoper gesproken!

In een volgende zin op het briefje bleek dat Michael, toevallig of bewust opgezocht, op mijn weblog was gestuit en enkele verhaaltjes had gelezen. Hij schreef een aantal zeer aardige woorden over mijn schrijfsels en vertelde ondermeer onder de indruk te zijn. Er werd geëindigd met die ene zin, waarin hij zei namens KPN te spreken.

Allemaal heel aardig van hem natuurlijk. Maar zou de samenleving, de maatschappij tegen anderen net zo aardig zijn als tegen mij? Zou het ziekenhuis mij ook bloemen hebben gegeven als ik niet in een rolstoel zou hebben gezeten?

Oftewel, zorgt dat ding op wieltjes ervoor dat mensen vriendelijker naar mij zijn? En al heeft ieder nadeel zo zijn voordeel, wil ik eigenlijk wel anders benaderd worden?

Kennelijk is er meer dan één type samenleving.

donderdag 25 maart 2021

Boodschap

Het kwam er amper uit, maar ik moest op dat moment erkennen dat het niet anders kon.

Eind januari was het zo’n dag waarvan ik wist dat die zou komen. In mijn badkamer stond een voor mij nieuwe douche-/toiletstoel, om mijn leven te verrijken. Tijdens een zogeheten passing werd door mij en enkele anderen beoordeeld wat er nog moest worden aangepast aan dit badkamergemak. Maar met die ene constatering werd een deel van mijn levensvreugde afgenomen. Uitleg!

Om te douchen werd Geert, zittend in een douche-tilmat, in zijn douchestoel geparkeerd. Deze, lomp, ouderwets, functioneerde nog prima. Maar door beperkte ondersteuning was vervanging wenselijk. Die andere, bijna dagelijkse happening in de badkamer vroeg ongetwijfeld om een verandering. Niet zozeer betreffende het eindresultaat, dat was goed. Wel om het transport in de tillift en het ‘zitten’ op het toilet.

Als ik voor mijn grote boodschap wilde gaan maakte ik gebruik van een zogeheten toiletband. Of ik in mijn rolstoel zat of op bed lag, deze band werd om mij heen gewurmd. Met steun onder mijn bovenbenen en ook voor mijn rug, buik, nek en hoofd. Daartussenin was er vrij spel voor mijn kont, dus broek wegstropen en zitten maar. Klinkt goed natuurlijk, maar niet voor mij met 0,0% rompbalans! Feitelijk moest ik mijn hele gewicht opvangen met mijn oksels, met blauwe armen tot gevolg. Hoe dan? Neem dit maar gewoon van mij aan! Eenmaal op het toilet zittend lag ik met mijn borstkas op mijn knieën, de tillift nog voor mijn neus. Rechtop zitten is in mijn geval geen optie. Het zag er niet uit!

Kortom, tijd voor een tweezijdige verandering, dus een douche-/toiletstoel. De toiletband moest gaan verdwijnen uit mijn leven. Na onderzoek en overleg met ergotherapie had ik een specifieke stoel op het oog. Minstens zo belangrijk als goed zitten was mijn wens om de stoel boven het toilet te kunnen plaatsen. Want een po onder mijn kont, er zijn vast ergere dingen in de wereld, maar liever niet.

Die bewuste ochtend waren er, niet geheel corona-proof, vijf paar ogen aanwezig. Mooie stoel, enkele aanpassingen nodig, maar boven het toilet plaatsen bleek onmogelijk. De meeting daarom per direct afkappen durfde ik niet. Een betere stoel zou ik niet makkelijk vinden en om het onderstel dusdanig aan te passen of het toilet te verbouwen zou trouwens een te kostbare zaak worden. Dus dan maar gebruikmaken van de onderschuifbare po.

Na levering van de definitieve versie, er was gevoelsmatig geen weg meer terug, kwam de Bob de verbouwer in mij naar boven. Toen ik hier ruim 11 jaar geleden kwam wonen werden in mijn badkamer allerlei voorzieningen aangebracht, waar ik door mijn fysieke achteruitgang nog geen jaar gebruik van heb gemaakt. Onlangs, toen ik de gemeente vroeg deze weg te halen werd mij duidelijk dat de aanpassingen voor hen allang waren afgeschreven en dat ik gerust zelf mocht gaan slopen. Zij kwamen niet!

Inmiddels past de stoel prima boven het toilet. Maar voor de daadwerkelijke boodschap verloopt het verder proces, zonder details te geven, nog absoluut niet naar wens. Kan dit worden aangepast? Een kwestie van wennen? Dat moet nog blijken.

Waarom ik dit eigenlijk vertel? Niets is dus vanzelfsprekend.

donderdag 11 maart 2021

Sleutel

De aluminium bloembak had ik maar weer laten verplaatsen. Van het verdomhoekje op mijn balkon naar de galerij, pal naast mijn voordeur.

Het gaat om een inmiddels behoorlijk verweerd exemplaar, meer dan 20 jaar geleden in de aanbieding van de aanbieding gekocht. De leeftijd straalt er ook vanaf. Hoe dichterbij je komt, hoe duidelijker de aftakeling zichtbaar is.

Sinds ik hier woon heeft dit van oorsprong stukje buitendesign aan de voorkant van mijn appartement gestaan. Er zijn in die jaren heel wat planten en bloemen in geplaatst die het onder mijn groene supervisie niet hebben overleefd. Daarom is er nog een tijd overgestapt op kunstplanten van Action of IKEA, maar uiteindelijk bleef het geheel kaal en nutteloos mijn voordeur vergezellen. Tot ik de bak twee jaar geleden naar mijn balkon verplaatste; echt geen promotie. Feitelijk was dit een tussenstap om deze sta-in-de-weg spoedig bij een kringloopwinkel te parkeren. Maar op de valreep ontstond er een nieuwe functie voor dit onding.

Het was vorig jaar, op zo’n moment dat mijn elektrische rolstoel weer eens ter reparatie of aanpassing moest worden meegenomen naar een werkplaats. Eerder lag ik dan altijd twee of drie dagen op bed, want een alternatief was er voor mijn specifieke rolstoel niet. Dat dacht ik, dat vond ik. Ook die keer werd mij een vervangende rolstoel aangeboden, maar durfde ik het wel te proberen. Uiteraard was het een rolstoel zonder kinjoystick en knoppen bij mijn hoofd voor omgevingsbesturing, maar mèt hoofdsteun en werkblad voor mijn buik. De enige meerwaarde was dat ik nu niet hoefde te liggen.

Met de medewerkers van Fokus maakte ik zogeheten tijdsafspraken. Dus hoe laat ik hen graag bij mij zag verschijnen, waarbij zij gebruik maakten van de op hun kantoor aanwezig sleutel van mijn voordeur. Enkele intimi hebben hiervan ook een exemplaar, maar anderen die bij mij langs zouden komen, vertelde ik dat er een sleutel onder de bloempot naast mijn voordeur lag.

Hoewel de wijk waarin ik woon nieuw is, wil dit niets zeggen over de veiligheid. Sterker, misschien is dit tegenwoordig zelfs een keerzijde van de gemiddelde jonge wijk. Het complex waarin ik woon is ook zeker geen Alcatraz. Ontmoet heb ik ze nog niet, maar er schijnen hier af en toe wel eens ongure types rond te lopen. Nee, ik twijfelde over deze bak. Niet zozeer over de lelijkheid, dat was voor mij overduidelijk, wel betreffende de bescherming van mijn domein.

Wat ik zelf had kunnen bedenken, maar werd aangeraden, was het plaatsen van een sleutelkluisje. Bekend, aan mijn vorige woning had ik er ook een hangen. Toch had ik er eerst beter over na moeten denken, want ook na het aanschaffen was er nog steeds de vraag waar deze eigenlijk te bevestigen. Op de muur naast de voordeur, toch? Dat zou je zeggen inderdaad, maar niet dus. Over het beton zit een afwerklaag. Ziet er mooi uit, maar overal waar er op wordt geklopt klinkt het hol. Het sleutelkluisje zou daar niet hufterproof kunnen hangen.

Omdat de deurpost te smal is, belandde het sleutelkluisje uiteindelijk op mijn voordeur. Echt, super solide! Of de woningbouwvereniging hier blij mee is? Dat merk ik vanzelf.

vrijdag 5 maart 2021

Onverwacht

 ‘Au…au…au…neeee! Getverdegetverderrie, hoe kan dat nou? Au…aauuw!’

Als de pijn is weggezakt, zeg ik ook maar even sorry tegen de medewerker die voor mij staat en is geschrokken van mijn plotselinge uitbarsting. Hij was net een begonnen om mijn tanden te schrobben. Het is bijna 22:00 en tot aan nu ben ik half slapend, laat staan ook maar iets vermoedend.

Trouwens, het is sinds een week of twee dat ik tijdens het tandenpoetsen weer gedachteloos, dus ontspannen, dus zonder angsten ben. Dan heb ik het over het met de tandenborstel schuren over de delen van het gebit op mijn linker onderkaak. Tot enige tijd terug was het tandenpoetsen op die plek vaak echt geen pretje. Het rare, soms voelde ik niets. Ook moest ik degenen die mij hielp waarschuwen dat ik plotsklaps met mijn hoofd kon wegdraaien, gepaard gaande met enkele krachttermen. In afwachting van de naderende zenuwblokkade gebruikte ik dus medicijnen waarvan ik ondertussen de juiste dosering had gevonden. Dacht ik!

Terwijl de ADL-er zijn job doet, scheert er bij mijn linker boventanden en kiezen opeens een pijnlijke bliksemflits door het hele rijtje ivoor. De reactie laat zich raden. Dan heb ik het die middag toch echt gevoeld. Eigenlijk hoopte ik ernaast te zitten. Toen ik een aantal uren daarvoor ook mijn tanden liet poetsen meende iets al iets te merken. Maar dat beeldde ik mij in, hoopte ik nog. Hoe was dit mogelijk? Slik ik, dan wel met tegenzin vanwege de bijwerking, braaf en met succes medicijnen om het uit de hand lopende te overrulen, overkomt mij dit op een plek waar ik het niet had verwacht. Dat MS onvoorspelbaar is, dat blijkt maar weer.

Met het feit dat ik een week later, woensdag 4 maart, geholpen word bel ik naar de Pijnpoli, in de hoop dat ik de arts kan spreken. Voor die maandag daarop, twee dagen voor de zenuwblokkade, weet ik een telefonische afspraak te maken. Of dit nieuwe feit kan worden meegenomen in het plan van aanpak door hem. Geen probleem, komt helemaal goed.

Als ik mij die woensdag om 11:00 in Meppel meld word ik meteen op een bed gelegd en omgekleed, waar ik tot waarschijnlijk 13:00 zal moeten wachten. Geen probleem, beetje dommelen, beetje niksen. Om 12:00 uur komt er kleine delegatie de kamer binnen en wordt mij verteld dat de ingreep niet door kan gaan. Waarom? De hiervoor specifieke naald is niet besteld. Aai, beetje knullig, behoorlijk gênant! Maar belooft, de ingreep wordt zo spoedig mogelijk alsnog uitgevoerd. Enkele uren later word ik gebeld dat over twee dagen de herkansing al is. In Zwolle zelfs, een soort van geluk bij een ongeluk.

Die avond weet ik door ervaring genoeg. Meer dan waarschijnlijk is er weer sprake van een blaasontsteking. Donderdagochtend geeft weggebrachte urine uitsluitsel. Inderdaad mag ik weer aan de inmiddels voorgeschreven antibiotica. Bij het pijncentrum leg ik de vraag neer of ik vrijdag nu nog wel mag worden geholpen. Denk ik zelf nog van wel, de arts is overduidelijk: nee! Sterker, op dat moment zou de ingreep behoorlijk risicovol zijn.

Na de kuur kan ik weer eens bellen en dan hopen dat er weer een plek gecreëerd kan worden.

zaterdag 27 februari 2021

Knippen

 ‘Je wilt toch niet zeggen dat jij wel teennagels van andere cliënten knipt?’

Met deze opmerking reageer ik op een mij verbazende mededeling. Misschien agressief ogend, maar zeker niet zo bedoeld. Het gebeurt als een medewerkster, hier nog maar kort werkzaam, mij helpt met douchen en openlijk constateert dat mijn teennagels volgens haar eigenlijk iets te lang zijn. Dit feit kan ik niet ontkennen en gegeneerd geef ik dit toe, daarbij schermend dat ik nou eenmaal geen goed zicht heb op mijn voeten. Meteen daarop neem ik mijzelf voor de zoveelste keer voor om de pedicure te bellen. Met dat ik mijzelf onderwijl afvraag of ik daar in deze tijd überhaupt terecht kan, biedt zij mij aan om mijn teennagels te knippen.

Heel aardig natuurlijk, maar dat hoeft niet. Meteen leg ik haar uit dat dit ook niet mag volgens de reglementen van Fokus. Medewerkers vertelden destijds dat mijn grote teennagel te hard zijn. Ook al heb ik daartoe nog een speciaal tangetje gekocht, ik moest mijn geluk maar bij een pedicure gaan zoeken. Een tweede medewerkster in mijn badkamer zegt op dat moment dat zij de teennagels van andere cliënten wel knipt, mits deze personen geen diabetes hebben, waardoor er wondjes zouden kunnen ontstaan.

De uitspraak van medewerkster nummer twee doet mij verbazen en ik voel onrecht in mij opdoemen. Dit mag toch niet? Daarop volgt bovengenoemde vraag. Het is een enigszins discutabele reactie van mij, dat voel ik, dat weet ik. Er is immers een reden waarom ik niet meer geholpen kon worden bij betreffende hulpvraag. Trouwens, naast mijn harde teennagels zijn mijn benen ook bewerkelijk. Ze schieten alle kanten op bij aanraking door een nagelschaartje. Deskundigheid is hierbij wel op zijn plaats

Toch overheerst de misschien kromme gedachte dat ik betaal voor een pedicure, terwijl het ook aan zorgverleners gevraagd mag worden. Alsof het hebben van diabetes de enige voorwaarde dat men geen nagels bij cliënten mag knippen. Hier gaat iets fout. De optie dat de betreffende medewerkster iets te beperkt was in haar mededeling, wat bij latere navraag bleek te kloppen, kwam niet in mij op. Toch blijven mijn bedenkingen en ik zal advies vragen aan de pedicure. Objectief of niet. Tot zover het onsmakelijke deel van het verhaal.

Een kleine week later kon ik gelukkig bij haar terecht. Het is de categorie medisch noodzakelijk waar ik onder val. Toch zag ik er wel tegenop om naar haar te gaan. Een bekwame vrouw en haar praktijk is van deur naar deur nog geen 60 meter verderop. Maar voor alle duidelijkheid, het moment dat ik kon worden bijgewerkt, was het dinsdag 16 februari. Het voorliggende weekend was de climax van enkele dagen flinke kou. Dus sneeuw en ijs, dus sleeën en schaatsen, schaatsen en schaatsen. Deze betreffende dinsdag was de dooi inmiddels alweer flink voel- en zichtbaar en waren hier de meeste straten inmiddels goed begaanbaar, maar daaromheen waren de restanten dus nog lang niet overal verdwenen. Om met mijn rolstoel daar te komen was een behoorlijke onderneming.

In haar praktijk wordt er geleuterd en gepeuterd. Mijn benen en tenen wiebelen enthousiast. Het is mij meer dan duidelijk dat een pedicure noodzakelijk is.

maandag 15 februari 2021

Blokkade:

‘Meneer den Hengst, u spreekt met de Pijnpoli. Wij hebben begrepen dat u in aanmerking komt voor een zenuwblokkade en daarvoor op een wachtlijst staat. Zoals bekend zijn er voorlopig geen operatiekamers beschikbaar. Nu zijn er meerdere mensen bij ons bekend voor wie het lange wachten niet wenselijk is. Na overleggen en puzzelen is het ons gelukt om een mogelijkheid te creëren dat wij u en anderen kunnen behandelen. Daarvoor is 3 maart beschikbaar gekomen.’

Toen dit belletje kwam lag ik op bed. Sterker, werd ik uit een slaap gesleurd. Mijn reactie had natuurlijk moeten zijn: ‘Geweldig dit te horen, wat onverwacht, dank u wel! Ik ga het direct noteren.’ Maar mijn reactie was die van iemand die na een afwezigheid weer in de werkelijkheid moet landen, oftewel een soort van niet helemaal toerekeningsvatbaar. De eerste woorden waren nog verstandig: ‘Geweldig dit te horen, wat onverwacht, dank u wel!’ Maar daarna ging ik langzamerhand de mist in door te vervolgen met: ‘Op dit moment lig ik nog op bed, maar kunt u mij per e-mail de datum doorsturen? Dan zal ik straks even kijken of het mij uitkomt en dit u dan meteen laten weten.’

Terugkijkend op dit gesprek kan ik de verbazing op het gezicht van de persoon aan de andere kant door de telefoon heen zien. Diens antwoord op mijn woorden was dan ook: ‘Maar Meneer den Hengst, ik hoop dat u beseft dat wanneer u meent niet te kunnen komen, er niet nog eens zes andere mogelijkheden zijn waaruit u kan kiezen. Dit is echt een unieke mogelijkheid.’ Wegblijven doe ik dan ook niet. Geloof mij!

Toen na de verrassende mededeling het besef landde een behoorlijk geluk te hebben, ontstond achter de glimlach ook een twijfel. Op dit moment heb ik immers geen pijn meer. Nee knuppel, antwoordde ik op mijzelf, dat komt door de juiste dosis medicatie die je slikt. Want onlangs, bij een poging deze hoeveelheid helende narigheid af te bouwen, kwamen de pijntjes in allerlei gradaties weer terug.

De herinnering aan de vorige keer dat ik door middel van een zenuwblokkade zou worden geholpen, vijf jaar geleden, kwam opzetten. Het was zelfs nog enkele uren voordat ik werd geholpen dat ik werd overvallen door een soort van schuldgevoel. Waarom was ik daar eigenlijk? Maar ook destijds besefte ik maar al te goed dat ik enkele weken daarvoor toch echt halsreikend had uitgekeken naar deze ingreep en ook op dat moment wist ik dat de aanstaande zenuwblokkade mij weer zou verlossen van veel ellende.

Met dat het na de ingreep niet direct halleluja zal zijn moet ik ook rekening houden. Ik was toen de volgende dag nauwelijks thuis of ik voelde opeens weer een pijntje. Geen score 12 op de schaal van 1 tot 10, zoals onlangs. Maar de schrik, het onverwachte, brengt mij volledig van de kaart. Omlijst met krachttermen was denken dat alles is mislukt mijn eerste reactie. Binnen 20 minuten had ik toen de uitvoerend arts aan de lijn: ’Zoals aan u uitgelegd, 100% garantie kan ik niet geven. Het effect zal later blijken. Blijf de medicatie aanvankelijk nog gebruiken.’

Vertrouwen heb ik, de spanning ook.