dinsdag 25 mei 2021

Opnieuw

Balen deed ik zeker. Ook al kon ik dat ter plekke naar de achtergrond duwen en was het hoofddoel van die middag binnen tien seconden een succes, het voortraject had ik mij anders voorgesteld.

Het was sinds bijna een jaar dat we elkaar weer zouden ontmoeten en dus ook dat ik er gewoonweg heen mocht en kon. Daarom had ik er zin in en alles goed voorbereid, dacht ik.

Stichting Toegankelijk Zwolle plande het afgelopen jaar regelmatig online bijeenkomsten om het contact tussen alle ervaringsdeskundigen te behouden. Toen er onlangs werd voorgesteld om, voor wie het aandurft, een fysieke bijeenkomst te organiseren meldde ik mij direct aan. Alleen al om weer eens naar het wijkcentrum toe te mogen gaan en te betreden voelde goed. Een vette aanvulling op het stille leven van tegenwoordig.

Het was een klein groepje, zes deelnemers en een gebarentolk, het voelde al snel weer als een jaar geleden. Maar eerlijk is eerlijk, ook die minder leuke ervaringen kwamen mij weer bekend voor. Eerder, tot tweeënhalf jaar geleden zou ik nog volledig zelfstandig daarheen rollen. Of misschien met een stadsbus. Ik kon de wereld wel aan! Maar inmiddels is dit niet meer vanzelfsprekend. Gaat het over kinbesturing, stemvolume of energiehuishouden, dan voel ik mij kwetsbaar, onzeker.

Hoe vaak heb ik mij niet in situaties begeven dat ik mij wel voor de kop kon slaan, omdat ik zo nodig zelfstandig wilde zijn maar dat feitelijk niet meer kan. Regeren is vooruitzien, dat zou mijn motto moeten zijn. De waarheid was echter anders: realiseren is terugkijken.

Gelukkig beschik ik tegenwoordig over een pgb, wat zoveel meerwaarde heeft. Het lag dan ook in de planning dat ik pgb-ondersteuning mee zou nemen. Maar de vraag bleef of het bus, taxi of wandelen werd. Onlangs werd na een bezoek aan mijn ouders weer eens duidelijk waarom ik een hekel heb aan taxibusjes. Het bestaan ervan is natuurlijk geweldig, maar ik kan dus echt niet meer zonder begeleiding daarin plaatsnemen. Waarom? Daarom! Ik had de chauffeur kunnen vragen om rustiger te rijden, in plaats van sorry zeggen bij iedere naderende drempel op de weg. Maar daarvoor was ik inmiddels te slap en misselijk. De onvoorspelbaarheid betreffende vertrek en aankomst maakt het nog minder aantrekkelijk. Wandelen viel ook af, het werd de bus.

Die ochtend belde de pgb-medewerker af. Mij restte een mix van begrip en balen. Vervanging was zo gauw niet mogelijk. Een half uur voor dat de bus komt bel ik Fokus. Na wachten, wachten, wachten, dan maar zonder jas. Gelukkig had ik mondkapje, chipkaart en spraakversterker bij me. Enigszins opgefokt parkeer ik bij de bushalte, maar lekker, wat had ik hiernaar uitgekeken.

Ja hoor, alsof het zo had moeten zijn. Wanneer de bus verschijnt verkramp ik enigszins. Een bijkomend feit is dat er nieuwe bussen rijden, met voor mij andere, smalle oprijplaten. Als ik halverwege ben, kom ik stil te staan en kom met mijn kin niet meer bij de joystick. O, wat voelde ik mij ontspannen. Na mijn frustraties uiten word ik door de chauffeur naar binnen gewerkt.

Eenmaal in het wijkcentrum vergat ik het voorgaande, bijna. Zelfstandig willen zijn had ooit zo z’n charmes!

zaterdag 8 mei 2021

Doemdenken

Zou het kunnen? Ik voel het toch echt. Maar hoe kom ik eraan? Sterker, hoe kom ik er vanaf. Is het gevaarlijk? Het zal wel een kwestie worden van rust houden en medicijnen slikken, waar ik allebei dus totaal geen zin in heb. Het begon waarschijnlijk bij dat hardnekkige snotje in mijn neus. Het peuteren deed goed zeer. Uitleg!

Snuiten kan ik niet, dus als er een noodzaak is zal een medewerker met een stuk wc-papier in mijn neusgaten moeten boren. Geloof me, een goed resultaat vraagt soms om pijnlijden. De laatste dagen heb ik mijzelf dus enkele keren moeten laten martelen.

De klok zei 3:00 en ik was wakker geworden met een soort van hoofdpijn, wat binnen no-time was verworden tot een mogelijke voorhoofdsholteontsteking. De gedachte dat dit een gevolg was van het neuspeuteren kon ik op dat moment niet loslaten. De volgende ochtend was de hoofdpijn weg en van de doemdenkerij was niets over. Dergelijke gedachtendwalingen zijn mij niet vreemd. Zo heb ik de laatste tijd gedurende de nacht bijvoorbeeld al enkele aanstaande tumoren geconstateerd. In hoofd, blaas en darmen.

Volgens Google betekent doemdenken uitgaan van het negatieve. Gelet op bovenstaande is de term Hypochondrie, het inbeelden een ziekte of aandoening, misschien meer op zijn plaats. Toch ben ik maar zo vrij om mezelf niet tot dit ziektebeeld te rekenen. Dat ik meer dan af en toe bij de huisartsenpraktijk aanklop voor informatie of om een afspraak te maken, pleit dan misschien weer niet in mijn voordeel.

Zoals wel vaker overkwam mij onlangs weer eens precies het tegenovergestelde. Het begon trouwens wel met een soort van vooraankondiging. Die zaterdag, gewoon overdag, voelde ik mij niet echt lekker. Door ervaring durfde ik aan een blaasontsteking te denken. Eerder realisme dan doemdenken. Dat zou dan de zoveelste in korte tijd zijn.

Mijn kop in het zand steken doe ik nu niet meer, dus besluit maandag maar wat urine te laten controleren. Helaas, zondagavond ontdek ik geen speciale opvangpotjes meer te hebben, terwijl ze bij de huisarts toch duidelijk hadden aangegeven deze graag te zien. Die maandagochtend lever ik met enige gêne een royale Tupperwarebak in, met een bodempje urine. Ik mij nog verontschuldigen, maar het werd mij vergeven. Voor de zekerheid kreeg ik wel een hoeveelheid potjes mee. Vanmiddag moest ik bellen voor de uitslag.

‘Het is niet duidelijk te zien. De huisarts krijgt het idee dat u te weinig drinkt.’ Wat raar, want ik drink mij het schompus aan water. Mijn enigszins doemdenkerige vraag of het zou het kunnen zijn dat ik misschien te veel drink werd nauwelijks beantwoord. Het antwoord wist ik eigenlijk zelf al. Voor de zekerheid moest ik morgen nog maar een keer urine wegbrengen. De rest van de dag voelde ik mij prima, begint te twijfelen en enigszins bezwaard keer ik de volgende dag terug.

‘U heeft weer een fikse blaasontsteking. De huisarts heeft u daarom antibioticakuur X voorgeschreven. Maar u moet aan uw uroloog vragen of al die antibiotica geen kwaad kan. Misschien zijn er nog andere opties. Eigenlijk wil ik vragen waarom ik dat zelf moet doen en niet de huisarts. Maar ik zal mij actief opstellen.

Beter doendenken dan doemdenken.

zaterdag 24 april 2021

Beelden

‘Wat zonde van je geld. Wij hebben thuis heb ik daar anders nog veel van dit soort afbeeldingen en allerlei beelden. We nemen binnenkort wel wat mee.‘   

Woorden van deze strekking kwamen uit de mond van mijn ouders. Jeetje, als ik dat geweten had. Met enig enthousiasme had ik vlak daarvoor een in mijn ogen prachtige bidprent aan hen laten zien, voor € 10 op Marktplaats gescoord.

Het zal ruim 13 jaar geleden zijn geweest. Sinds kort woonde ik in mijn vorige appartement, waar ik nog een kleine twee jaar zou kunnen blijven, voordat Fokuswonen en dus meer zorg onafwendbaar was. Omdat de muren nog plaats hadden en ik er toen nog energie voor had, maar er vooral nog lol aan kon beleven, speurde ik graag Marktplaats af, op zoek naar dat ene hebbeding. Inmiddels vind ik Marktplaats niet meer dat wat het in die jaren was. De lol van het zoeken is door de commercie voor mij verdwenen. Maar dat terzijde.

Met bovenstaande denk ik terug aan het struinen op rommelmarkten. Wat vond ik dat leuk, vooral het scoren van het onverwachte. Die keren tijdens Koninginnedag op de vrije markt in Amsterdam. Slapen bij mijn zus Anneloes die woonde in Zuid en ‘s ochtends 7:00 uur op pad, om een uur later de rugzak vol te hebben. Met spullen die gaaf maar onnodig waren. Die paarse retro ventilator, dat ouderwetse broodrooster. Ooit nog in het Vondelpark mijn trouwschoenen gekocht voor een tientje, in guldens! Tot een jaar of zeven geleden heb ik jaarlijks nog tijdens een koninginne- of koningsdag in Zwolle Centrum over de vrijmarkt geploeterd. Daarna bleef de wens, de moed niet meer.

Eén bidprent was voor mij genoeg, maar spoedig kreeg ik een beeld van Jezus in huis. Later nog een, een hele grote. Sindsdien krijg ik regelmatig de vraag welke religieuze waarde ik hecht aan deze specifieke beelden, want ‘je vader was toch dominee?’, dus ‘jij bent toch christelijk opgevoed?’ Klopt allebei, maar zie het in mijn huis eerder maar als iets tussen kunst en kitsch. Nee, ik ben geen lid meer van een kerk. ‘Maar het geloof heeft jou nooit losgelaten’, aldus mijn vader tegen mij jaren geleden. Hij had gelijk! Nog steeds trouwens.

Anno nu staan er in mijn huis zeker 15 beelden, mooi of niet. Enkele van Jezus, eenmaal gedragen door Maria, de rest mythologisch van aard. Het merendeel is onlangs door mijn ouders doelbewust hierheen verhuisd. Van zolder, uit studeerkamer, wel steeds in overleg met mij.

De afgelopen jaren heb ik geregeld bij hen erop aangedrongen om maar eens wat spullen weg te doen. Uit huis of garage. Dat leek mij, kijkend naar de toekomst, verstandig. Het blijft frustrerend dat ik hen in praktische zin nergens bij kan helpen. Aanvankelijk was ik in mijn taalgebruik hierbij nogal drastisch van aard. Inmiddels besef ik maar al te goed dat woorden als weggooien of kringloop op hun leeftijd wel eens moeilijk te accepteren zijn. Inleveren komt niet alleen in mijn woordenboek voor. Ook mijn ouders kunnen erover meepraten. Neem alleen al de caravan die er niet meer is.

Hun huis staat vol herinneringen. Die wil en zal ik hen natuurlijk niet afnemen. 

 

vrijdag 2 april 2021

Vragen

Daarom wil ik u namens KPN een hart onder de riem steken.

Bovenop de bos bloemen lag een briefje met een tekst, eindigend met bovenstaande zin. Wat aardig en attent van hem, reageer ik als ik de woorden lees, nogal verrast en misschien nog wel meer verbaasd. Al kon ik meteen daarna de ietwat donkere gedachte dat hier sprake is van klantenbinding nauwelijks onderdrukken. Als ik dit deel met een ADL-er, die mij helpt de bloemen in een vaas te zetten, wordt dit ontkracht. Ze heeft natuurlijk gelijk, dit slaat nergens op.

Enkele weken geleden was er een niet vaak voorkomende situatie ontstaan, want binnen twee dagen ontving ik drie bossen bloemen. Alledrie gekregen na de blunder van het ziekenhuis in Meppel. Ook zij stuurden mij een boeket. De bloemen hielden het lang vol, maar toevallig moest ik deze ochtend afscheid van hen nemen. Aan het einde van diezelfde dag stonden er trouwens alweer twee nieuwe gevulde vazen. Toen na het avondeten een vriendin langskwam gaf zij mij een bos bloemen, zomaar.

Aan het eind van die middag was er al een kartonnen doos bij mij afgeleverd met daarin het boeket waar het betreffende briefje op lag. Ondertekend door Michael, die ene medewerker van KPN waarmee ik recentelijk veelvuldig aan de telefoon had gesproken. Ons contact ontstond omdat ik via de klantenservice van KPN mijn abonnement wilde aanpassen. Dit klinkt trouwens makkelijker dan het was, want probeer anno nu nog maar eens een telefoonnummer van de klantenservice van KPN te vinden. Laat staan het júiste nummer. Voordat ik überhaupt iemand kon spreken had ik heel wat frustratie en irritatie moeten wegslikken. Jazeker, er zijn tig mogelijkheden om je te laten helpen, maar een simpel belletje is dus niet meer vanzelfsprekend.

Michael schreef dat hij door ons contact dus al had begrepen dat ik in een rolstoel zit. Met dat ik aan hem benoemde een beperking te hebben wilde ik duidelijk maken dat ik nogal afhankelijk ben van techniek, lees: een telefoon en laptop die doen wat ze moeten doen. Daarom wilde ik niet te makkelijk denken over het overstappen naar een ander abonnement en datzelfde besef verwachtte ik ook van hem. Want ik wilde niet riskeren dat ik door mijn onkunde en onnozelheid een deal ging sluiten waarbij ik mijzelf tekort doe. Michael moest mij niet zomaar wat aansmeren. Over vooroordeel richting de gemiddelde verkoper gesproken!

In een volgende zin op het briefje bleek dat Michael, toevallig of bewust opgezocht, op mijn weblog was gestuit en enkele verhaaltjes had gelezen. Hij schreef een aantal zeer aardige woorden over mijn schrijfsels en vertelde ondermeer onder de indruk te zijn. Er werd geëindigd met die ene zin, waarin hij zei namens KPN te spreken.

Allemaal heel aardig van hem natuurlijk. Maar zou de samenleving, de maatschappij tegen anderen net zo aardig zijn als tegen mij? Zou het ziekenhuis mij ook bloemen hebben gegeven als ik niet in een rolstoel zou hebben gezeten?

Oftewel, zorgt dat ding op wieltjes ervoor dat mensen vriendelijker naar mij zijn? En al heeft ieder nadeel zo zijn voordeel, wil ik eigenlijk wel anders benaderd worden?

Kennelijk is er meer dan één type samenleving.

donderdag 25 maart 2021

Boodschap

Het kwam er amper uit, maar ik moest op dat moment erkennen dat het niet anders kon.

Eind januari was het zo’n dag waarvan ik wist dat die zou komen. In mijn badkamer stond een voor mij nieuwe douche-/toiletstoel, om mijn leven te verrijken. Tijdens een zogeheten passing werd door mij en enkele anderen beoordeeld wat er nog moest worden aangepast aan dit badkamergemak. Maar met die ene constatering werd een deel van mijn levensvreugde afgenomen. Uitleg!

Om te douchen werd Geert, zittend in een douche-tilmat, in zijn douchestoel geparkeerd. Deze, lomp, ouderwets, functioneerde nog prima. Maar door beperkte ondersteuning was vervanging wenselijk. Die andere, bijna dagelijkse happening in de badkamer vroeg ongetwijfeld om een verandering. Niet zozeer betreffende het eindresultaat, dat was goed. Wel om het transport in de tillift en het ‘zitten’ op het toilet.

Als ik voor mijn grote boodschap wilde gaan maakte ik gebruik van een zogeheten toiletband. Of ik in mijn rolstoel zat of op bed lag, deze band werd om mij heen gewurmd. Met steun onder mijn bovenbenen en ook voor mijn rug, buik, nek en hoofd. Daartussenin was er vrij spel voor mijn kont, dus broek wegstropen en zitten maar. Klinkt goed natuurlijk, maar niet voor mij met 0,0% rompbalans! Feitelijk moest ik mijn hele gewicht opvangen met mijn oksels, met blauwe armen tot gevolg. Hoe dan? Neem dit maar gewoon van mij aan! Eenmaal op het toilet zittend lag ik met mijn borstkas op mijn knieën, de tillift nog voor mijn neus. Rechtop zitten is in mijn geval geen optie. Het zag er niet uit!

Kortom, tijd voor een tweezijdige verandering, dus een douche-/toiletstoel. De toiletband moest gaan verdwijnen uit mijn leven. Na onderzoek en overleg met ergotherapie had ik een specifieke stoel op het oog. Minstens zo belangrijk als goed zitten was mijn wens om de stoel boven het toilet te kunnen plaatsen. Want een po onder mijn kont, er zijn vast ergere dingen in de wereld, maar liever niet.

Die bewuste ochtend waren er, niet geheel corona-proof, vijf paar ogen aanwezig. Mooie stoel, enkele aanpassingen nodig, maar boven het toilet plaatsen bleek onmogelijk. De meeting daarom per direct afkappen durfde ik niet. Een betere stoel zou ik niet makkelijk vinden en om het onderstel dusdanig aan te passen of het toilet te verbouwen zou trouwens een te kostbare zaak worden. Dus dan maar gebruikmaken van de onderschuifbare po.

Na levering van de definitieve versie, er was gevoelsmatig geen weg meer terug, kwam de Bob de verbouwer in mij naar boven. Toen ik hier ruim 11 jaar geleden kwam wonen werden in mijn badkamer allerlei voorzieningen aangebracht, waar ik door mijn fysieke achteruitgang nog geen jaar gebruik van heb gemaakt. Onlangs, toen ik de gemeente vroeg deze weg te halen werd mij duidelijk dat de aanpassingen voor hen allang waren afgeschreven en dat ik gerust zelf mocht gaan slopen. Zij kwamen niet!

Inmiddels past de stoel prima boven het toilet. Maar voor de daadwerkelijke boodschap verloopt het verder proces, zonder details te geven, nog absoluut niet naar wens. Kan dit worden aangepast? Een kwestie van wennen? Dat moet nog blijken.

Waarom ik dit eigenlijk vertel? Niets is dus vanzelfsprekend.

donderdag 11 maart 2021

Sleutel

De aluminium bloembak had ik maar weer laten verplaatsen. Van het verdomhoekje op mijn balkon naar de galerij, pal naast mijn voordeur.

Het gaat om een inmiddels behoorlijk verweerd exemplaar, meer dan 20 jaar geleden in de aanbieding van de aanbieding gekocht. De leeftijd straalt er ook vanaf. Hoe dichterbij je komt, hoe duidelijker de aftakeling zichtbaar is.

Sinds ik hier woon heeft dit van oorsprong stukje buitendesign aan de voorkant van mijn appartement gestaan. Er zijn in die jaren heel wat planten en bloemen in geplaatst die het onder mijn groene supervisie niet hebben overleefd. Daarom is er nog een tijd overgestapt op kunstplanten van Action of IKEA, maar uiteindelijk bleef het geheel kaal en nutteloos mijn voordeur vergezellen. Tot ik de bak twee jaar geleden naar mijn balkon verplaatste; echt geen promotie. Feitelijk was dit een tussenstap om deze sta-in-de-weg spoedig bij een kringloopwinkel te parkeren. Maar op de valreep ontstond er een nieuwe functie voor dit onding.

Het was vorig jaar, op zo’n moment dat mijn elektrische rolstoel weer eens ter reparatie of aanpassing moest worden meegenomen naar een werkplaats. Eerder lag ik dan altijd twee of drie dagen op bed, want een alternatief was er voor mijn specifieke rolstoel niet. Dat dacht ik, dat vond ik. Ook die keer werd mij een vervangende rolstoel aangeboden, maar durfde ik het wel te proberen. Uiteraard was het een rolstoel zonder kinjoystick en knoppen bij mijn hoofd voor omgevingsbesturing, maar mèt hoofdsteun en werkblad voor mijn buik. De enige meerwaarde was dat ik nu niet hoefde te liggen.

Met de medewerkers van Fokus maakte ik zogeheten tijdsafspraken. Dus hoe laat ik hen graag bij mij zag verschijnen, waarbij zij gebruik maakten van de op hun kantoor aanwezig sleutel van mijn voordeur. Enkele intimi hebben hiervan ook een exemplaar, maar anderen die bij mij langs zouden komen, vertelde ik dat er een sleutel onder de bloempot naast mijn voordeur lag.

Hoewel de wijk waarin ik woon nieuw is, wil dit niets zeggen over de veiligheid. Sterker, misschien is dit tegenwoordig zelfs een keerzijde van de gemiddelde jonge wijk. Het complex waarin ik woon is ook zeker geen Alcatraz. Ontmoet heb ik ze nog niet, maar er schijnen hier af en toe wel eens ongure types rond te lopen. Nee, ik twijfelde over deze bak. Niet zozeer over de lelijkheid, dat was voor mij overduidelijk, wel betreffende de bescherming van mijn domein.

Wat ik zelf had kunnen bedenken, maar werd aangeraden, was het plaatsen van een sleutelkluisje. Bekend, aan mijn vorige woning had ik er ook een hangen. Toch had ik er eerst beter over na moeten denken, want ook na het aanschaffen was er nog steeds de vraag waar deze eigenlijk te bevestigen. Op de muur naast de voordeur, toch? Dat zou je zeggen inderdaad, maar niet dus. Over het beton zit een afwerklaag. Ziet er mooi uit, maar overal waar er op wordt geklopt klinkt het hol. Het sleutelkluisje zou daar niet hufterproof kunnen hangen.

Omdat de deurpost te smal is, belandde het sleutelkluisje uiteindelijk op mijn voordeur. Echt, super solide! Of de woningbouwvereniging hier blij mee is? Dat merk ik vanzelf.

vrijdag 5 maart 2021

Onverwacht

 ‘Au…au…au…neeee! Getverdegetverderrie, hoe kan dat nou? Au…aauuw!’

Als de pijn is weggezakt, zeg ik ook maar even sorry tegen de medewerker die voor mij staat en is geschrokken van mijn plotselinge uitbarsting. Hij was net een begonnen om mijn tanden te schrobben. Het is bijna 22:00 en tot aan nu ben ik half slapend, laat staan ook maar iets vermoedend.

Trouwens, het is sinds een week of twee dat ik tijdens het tandenpoetsen weer gedachteloos, dus ontspannen, dus zonder angsten ben. Dan heb ik het over het met de tandenborstel schuren over de delen van het gebit op mijn linker onderkaak. Tot enige tijd terug was het tandenpoetsen op die plek vaak echt geen pretje. Het rare, soms voelde ik niets. Ook moest ik degenen die mij hielp waarschuwen dat ik plotsklaps met mijn hoofd kon wegdraaien, gepaard gaande met enkele krachttermen. In afwachting van de naderende zenuwblokkade gebruikte ik dus medicijnen waarvan ik ondertussen de juiste dosering had gevonden. Dacht ik!

Terwijl de ADL-er zijn job doet, scheert er bij mijn linker boventanden en kiezen opeens een pijnlijke bliksemflits door het hele rijtje ivoor. De reactie laat zich raden. Dan heb ik het die middag toch echt gevoeld. Eigenlijk hoopte ik ernaast te zitten. Toen ik een aantal uren daarvoor ook mijn tanden liet poetsen meende iets al iets te merken. Maar dat beeldde ik mij in, hoopte ik nog. Hoe was dit mogelijk? Slik ik, dan wel met tegenzin vanwege de bijwerking, braaf en met succes medicijnen om het uit de hand lopende te overrulen, overkomt mij dit op een plek waar ik het niet had verwacht. Dat MS onvoorspelbaar is, dat blijkt maar weer.

Met het feit dat ik een week later, woensdag 4 maart, geholpen word bel ik naar de Pijnpoli, in de hoop dat ik de arts kan spreken. Voor die maandag daarop, twee dagen voor de zenuwblokkade, weet ik een telefonische afspraak te maken. Of dit nieuwe feit kan worden meegenomen in het plan van aanpak door hem. Geen probleem, komt helemaal goed.

Als ik mij die woensdag om 11:00 in Meppel meld word ik meteen op een bed gelegd en omgekleed, waar ik tot waarschijnlijk 13:00 zal moeten wachten. Geen probleem, beetje dommelen, beetje niksen. Om 12:00 uur komt er kleine delegatie de kamer binnen en wordt mij verteld dat de ingreep niet door kan gaan. Waarom? De hiervoor specifieke naald is niet besteld. Aai, beetje knullig, behoorlijk gênant! Maar belooft, de ingreep wordt zo spoedig mogelijk alsnog uitgevoerd. Enkele uren later word ik gebeld dat over twee dagen de herkansing al is. In Zwolle zelfs, een soort van geluk bij een ongeluk.

Die avond weet ik door ervaring genoeg. Meer dan waarschijnlijk is er weer sprake van een blaasontsteking. Donderdagochtend geeft weggebrachte urine uitsluitsel. Inderdaad mag ik weer aan de inmiddels voorgeschreven antibiotica. Bij het pijncentrum leg ik de vraag neer of ik vrijdag nu nog wel mag worden geholpen. Denk ik zelf nog van wel, de arts is overduidelijk: nee! Sterker, op dat moment zou de ingreep behoorlijk risicovol zijn.

Na de kuur kan ik weer eens bellen en dan hopen dat er weer een plek gecreëerd kan worden.