woensdag 18 augustus 2021

Struggle

‘Jeetjemina, wat een gedoe. Met die rotdingen aan krijg ik de knopen haast niet dicht.ʹ

Onderwijl hoor ik haar denken: wat een klote-knoopjes. Waarom zoekt die kerel geen andere kleren uit. Een trainingspak ofzo. Dat is natuurlijk slechts een aanname en ook nog eens volledig onterecht waarschijnlijk. Op dat moment kan ik alleen maar begrip voor de zorgmedewerkster hebben. Inmiddels heb ik volgens mij al haar collega’s hier al eens over gehoord

Toch verschijnt er enkele seconden later een glimlach op mijn gezicht. Bovenstaande zin wordt door haar vervolgd met de conclusie: ‘wat een struggle.’ Een collega, ook begin twintig en ook in mijn slaapkamer aanwezig, laat haar herkenning blijken door te verkondigen ernaar uit te kijken weer zonder handschoenen te mogen werken. ‘En die mondkapjes, net zo’n struggle!’

Voor alle duidelijkheid, op dat moment is de dagelijkse happening van douchen en aankleden in een vergevorderd stadium. Voor het laatste kledingstuk zit ik al in mijn rolstoel. Met de bekende steriele handschoenen aan probeert de medewerkster mijn overhemd dicht te doen. Dat dit niet eenvoudig gaat, het lubberende materiaal steeds klem blijft zitten, moge duidelijk zijn.

Zover ik mij herinner waren steriele handschoentjes feitelijk altijd stevig en goed passend. Sinds er door noodzaak wereldwijd behoefte is aan deze dingen, is er een klakkeloze overproductie ontstaan met een zichtbare kwaliteitsvermindering tot gevolg. Snel kapot en vaak een rare pasvorm. Had Siewert ook maar oog gehad voor de kwaliteit.

Ook al heb ik fysiek inmiddels flink moeten inleveren, volgens mij is in die bijna twaalf jaar dat ik hier woon het ochtendritueel nauwelijks gewijzigd. En ook door corona is er wereldwijd binnen iedere samenleving danwel veel veranderd, bij mij dus niet. Lekker lullen weer, ik weet het. Adl’ers moesten opeens wegwerphandschoenen en enigszins verstikkende mondkapjes gebruiken. Ook in mijn dampende douchehok. Hoezo, nauwelijks verandering?

Waarschijnlijk heeft iedereen wel een ware leeftijd. Al kan deze fluctueren. Voor het echie leeftijd X, gevoelsmatig leeftijd Y. Denk ik dus dat mijn ware leeftijd een flink aantal jaren lager ligt, wordt dat in één klap door haar onderuitgehaald. Het woord ken ik uiteraard, maar niet in deze context. Overduidelijk behoor ik tot een andere generatie. Ze moest eens weten hoeveel impact dat ene woordje heeft. Niet alleen omdat ik van taal, nieuwe taal of ander taalgebruik hou. Sinds die ochtend vraag ik aan iedere medewerker wat voor hem of haar een struggle is. Gelukkig moet ik soms ook aan hen eerst nog uitleggen wat er met struggle bedoeld wordt.

Over het algemeen merk ik bij anderen ook dat mondkapjes en handschoenen niet populair zijn. Daarbij hoor ik tussen de regels door ook wel de cynische opmerkingen waarom ik toch spijkerbroeken met een gulp van knopen in plaats van een rits koop en zo ook overhemden met knopen in plaats van drukknoppen? Begrijp mij goed, dit wordt mij niet verweten, maar zijdelings wel benoemd. Alle begrip, maar ik doe er eigenlijk niets mee! Ook hoor ik enkele andere geluiden over lichte irritaties, maar die doen er nu niet toe. Zolang het dagelijkse omgaan met cliënt 16, ik dus, maar geen worsteling wordt.

Of ikzelf nog struggles heb? Jazeker, maar daarover een andere keer.

maandag 2 augustus 2021

Eigenwijs

ʽWat leuk om jou hier te zien. Dus je durft het wel weer aan, zo alleen, zonder begeleiding?ʹ Die zondagmiddag kom ik een bekende tegen. ʽWeet je dat ik hier totaal niet over heb nagedacht? Nou ja, nauwelijks.ʹ

Onlangs, het was lekker weer. Dusdanig dat de gemiddelde Nederlander die middag de wens had om naar buiten te gaan. Ook ik kreeg het plan. Op dat moment zou er vanaf mijn rechterschouder een engeltje in mijn oor moeten fluisteren dat ik maar beter thuis kon blijven. Zoals wel vaker het geval is, zou daaropvolgend vanaf mijn linkerschouder een duiveltje mij ervan proberen te overtuigen toch naar buiten te gaan. ʽGewoon doen als je daar zin in hebt.ʹ Wat de uitkomst zou zijn van deze redetwisterij? Ik weet het niet. Simpelweg omdat het niet heeft plaatsgevonden.

Nu, achteraf kan ik heel verstandig praten, sta ik nog steeds in een soort van spagaat. Wat zou op dat moment verstandiger zijn geweest. Enerzijds wil ik mijzelf echt niet opsluiten in mijn eigen huis, inclusief dat extraatje van 6 m² buitenlucht. Daartegenover staat het gevangen zijn op een fietspad. Alle vrijheid om te gaan waarheen ik wilde, maar desondanks geen kant op kunnen, omdat ik niet bij de kinbesturing kan.

Die betreffende middag ging ik dus enthousiasme en overtuigd naar buiten. Toegegeven, nog voordat ik de voordeur passeer bedenk ik hooguit in een flits dat dit misschien niet zo verstandig is. Maar ik zat goed in mijn stoel, dus gaan met die banaan. Voor de zekerheid nam ik de route over dat goed geasfalteerde en ellenlange fietspad. Wat kon mij nog gebeuren, dacht ik.

Nauwelijks tien minuten later kwam ik dus iemand tegen. Hé hallo, klepperdeklep. Vermoedelijk is het vriendelijk bedoeld, maar vermengd met een portie cynisme zou heel goed kunnen. Met dat ze mijn solistische actie benoemd, wordt er feitelijk een behoorlijk teer punt blootgelegd. Het is een confrontatie met mijn eigenwijsheid. Immers, wie verkondigd overal dat hij niet meer alleen op pad wil en zou moeten gaan? Ook tegen haar vertel ik goed te zitten en mij veilig te voelen. De logica om zonder begeleiding buiten te zijn spat er vanaf. Maar net op dat moment moet ik niezen, met de nodige gevolgen zal blijken. Want niezen betekent dat er een soort van schokgolf door mijn lichaam gaat. Als ik even later weer alleen ben en verder wil gaan, blijk ik niet meer bij mijn kinbesturing te kunnen. Met een onooglijke moeite keer ik om en ruim drie kwartier later ben ik weer thuis. Oh, wat was ik vrolijk! Dit doe je nooit meer, sukkel.

Voor enkele dagen later staat er een bezoek aan de huisarts. Die ochtend komt ook een pgb-er voor huishoudelijke ondersteuning. Verstandig geworden door bovenstaand avontuur, timmer ik alle risico’s dicht. Ik vraag de pgb-hulp om mee te gaan, besluit ik vooraf. Maar die ochtend ga ik toch maar in mijn eentje op pad. Het is maar tien minuten rijden en ik zit goed in mijn rolstoel. Bovendien is het zonde van mijn pgb-budget, redeneer ik nogal krom.

Er ging gelukkig niets fout onderweg. Dat ik eigenwijs ben moge duidelijk zijn. Verstandig zijn is best wel lastig.

zondag 25 juli 2021

Privé

Over de intercom vroeg ze of ik tijd had voor een terugkoppeling. Even later, bij mij aan tafel, werd mij door mijn contactpersoon verteld dat het team zeer positief op mijn woorden had gereageerd. Ik was eerlijk en duidelijk.

Dit had ik eigenlijk ook wel verwacht. Het gaat hier immers over professioneel denken en handelen. Maar enige voorzichtigheid was er eveneens, want ik kan hier dan wel wat van vinden, hoe de medewerkers hierover dachten wist ik natuurlijk niet.

Er werd onlangs aan mij gevraagd of ik nog aandachtspunten had voor het teamoverleg wat toen nog aanstaande was en waarin ook mijn persoontje zou worden besproken. Waar ik aanvankelijk geen input had, sneed ik op de valreep toch maar dat ene onderwerp aan. Ook al gaat het feitelijk niemand wat aan, tot een bepaalde hoogte zal ik hierbij wel de hulp nodig hebben van de ADL’ers. Er zijn aan mij overduidelijke wensen en verwachtingen geuit, waar ik op dat moment wel aan moet en wil voldoen.

Waarom die twijfel? Het is eerder schaamte. Ook ik moest die drempel over. Volgens mij is het trouwens een heel menselijk onderwerp. Waar en hoe je ook woont, zorgbehoevend of niet. Misschien gaat het niet iedereen aan, of toch wel? Dat ik hier een blog over schrijf, is geen naïeve, ondoordachte actie. De vraag was, is en blijft waarom ik dit onderwerp eigenlijk met anderen, laat staan mijn naasten, zou delen? Ook dit is mijn leven, mijn leven met MS. Had ik een ander, zelfstandiger leven gehad, dan was dit niet in mijn hoofd opgekomen. Maar ja, dan was ik ook nooit aan bloggen begonnen.

Wonen bij Fokus is ook zelfstandig wonen, maar dan met een team van zorgverleners om mij heen. Is iets privé houden in dat geval minder vanzelfsprekend? Dat niet, maar het belang zag ik wel. Eigenlijk zelfs de noodzaak! Vandaar dat ik een eigen schrijfsel liet voorlezen tijdens de vergadering. Om met de juiste woorden het team te laten kennismaken met mijn nieuwe werkelijkheid. Dat ik soms gebruik zal gaan maken van die andere vorm van zorgverlening, die door Stichting Alternatieve Relatie, ook wel sekszorg genoemd.

De Fokusmedewerkers zullen hier slechts indirect mee te maken krijgen, zoals mij vooraf, op minder gebruikelijke tijden douchen en idem het bed verschonen. Vanwege extra werkdruk voor hen is enige introductie wel op zijn plaats, denk ik. Misschien loop ik trouwens achter de feiten aan, weten ze dondersgoed hiermee om te gaan.

Niet iedereen zal op dit nieuws zitten te wachten. Sorry daarvoor, wegklikken mag. Maar ergens denk ik wel te weten dat ik niet de enige ben en ik schaam mij hier niet meer voor. Al jaren spelen de gedachten zo nu en dan op. Veel vaker! Ik ben niet van beton. Ook ik heb zo mijn behoeften aan knuffelen, aanraking, intimiteit, seksualiteit.

Een goed libido is één, het realiseren is vers twee. Enkele jaren geleden stelde een vriend aan mij voor om dan maar een prostituee langs te laten komen. Ammehoela, dat ga ik niet doen. Inmiddels heb ik dus deze andere stap gemaakt.

De verbeelding spreekt voor zich. Details zal ik jullie besparen. Die zijn privé!

zaterdag 10 juli 2021

Zin

 ‘En nu heb ik zin in een broodje Kebab.’

Onlangs was ik eindelijk weer eens in het centrum van Zwolle, met pgb-ondersteuning! Daar heb ik dat goddelijk broodje Kebab gescoord, waar ik al een tijd over fantaseerde. Sindsdien ben ik zeer eentonig geworden bij het dagelijkse ritueel. Het is alleen nog maar dat ene broodje kebab. Eerder wisselde ik nog wel af. Dan had ik zin in een gehaktbal, een tosti, chips, ijs, whatever.

Hoe kinderachtig ook, het gaat vanzelf, een Pavlov-reactie. Wanneer ik op bed word gelegd, voor een siësta of de nacht, ontstaat de gedachtegang. Waarom ik deze uitspreek? Het is inmiddels een ritueel geworden, ik vermoed ook voor de ADL’ers. Misschien ook tot irritatie, maar het leidt zeker tot een vervolg. Van lol hebben en dooddoeners tot een kort gesprek. Immers, de stap van ‘zin hebben in wat lekkers’ naar ‘zin van het bestaan’ is zo gemaakt.

Of mijn wens tot wat lekkers reëel is? Eerder niet dan wel, denk ik. Hoewel ik best wel primair ben aangelegd, altijd wel wat lekkers lust, heb ik toch ook zo mijn grenzen, die ik zowaar ook nog wel eens serieus neem. Dat ik bewuster op mijn voedingspatroon zou kunnen letten, weet ik heus wel. Al worden mijn ledematen steeds dunner, ik zie mijn buikje en onderkin aanwezig zijn. Maar laat mij duidelijk zijn, ik snoep zelden. Alleen al omdat ik gewoonweg zelf niets kan pakken.

Of is mijn ’zin hebben in…’ eerder een soort van zelfkwelling? Meestal benoem ik happerij wat ik toch niet in huis heb. Een zelftest hoe sterk ik ben? Misschien is dit een onderdeel van het grotere acceptatieproces waaronder ik nog steeds leef.

Wanneer ik na eerdergenoemde opmerking vervolg met de quasi intellectuele vraag aan mijzelf en de Fokusmedewerkers naar de zin van het bestaan, is dit ogenschijnlijk gekscherend bedoeld. Maar die vraag heeft weldegelijk een serieuze ondertoon. Zeker als ik even later weer alleen ben. Is er een zin van hèt bestaan? Of in ieder geval van mijn bestaan? Waarom leef ik? Heb ik nog een doel in mijn leven, ondanks MS? Of dankzij MS?

Jeetje, dè zin van hèt bestaan? Weet ik veel! Voortplanting? Onze planeet beschermen? Een medemens zijn? Of een goed leven hebben? Nee, dat laatste is prettig en belangrijk, maar toch niet meer dan dat? Kijk, tot anno nu toe heb ik een prima leven gehad. Van huisje, boompje, gezinnetje, baan en burgerlijk. Maar ook van een nieuw leven met een mooie ontwikkeling tot zelfstandigheid en krachtig voelen. Door vrijwilligerswerk, sociale contacten, schrijven en cultuur snuiven.

Maar nu? Ik ben 51, wil ik zo doorgaan? Pardon, hoor ik mezelf goed? Natuurlijk wil ik doorgaan. Nee, ik ben echt niet aan het twijfelen hierover. Maar het besef dat ik iedere dag overal mee geholpen zal moeten worden vreet weleens aan mij.

Of is bovenstaande twijfel niet meer dan van corona gerelateerde, deprimerende doemdenken? Misschien. Het mooie, prettig gevulde leven stond opeens stil. Hoewel ik mijzelf een positivo vind kan corona invloed hebben gehad. Toen onlangs Nederland versoepelde lachte het leven ook mij weer toe.

Ondanks nieuwe beperkingen, blijft mijn zin in het leven bestaan!

 

maandag 21 juni 2021

Dom

Hoe kan dat nou? Waarom had ik dat niet in mijn agenda gezet? Het stond er echt wel, ooit. Door de coronamaatregelen werd deze bijeenkomst tig keer vooruitgeschoven. Na de laatste keer ben ik kennelijk vergeten de nieuwe datum te noteren.

Die middag hoorde ik tijdens een onlineoverleg voor Toegankelijk Zwolle dat wat ik dus eigenlijk al had kunnen weten. De volgende dag zou voor ervaringsdeskundigen de training ‘Brandweer en Veiligheid’ worden gegeven. Daar wilde ik aan meedoen. Eigenlijk was dat laatste heel eenvoudig, want via een link en mijn beeldscherm kon ik lekker makkelijk toch aanwezig zijn. Maar nee, Geert wilde ter plekke zijn. Waarom? Daarom.

Inmiddels heb ik vaak genoeg erover geschreven dat ik het mezelf weer eens onnodig moeilijk heb gemaakt. En ook dat het zo prettig is dat ik tegenwoordig gebruik kan maken van PGB-begeleiding. Geloof mij, ik ben echt niet op zoek naar ellende. Al wekt dat wel die indruk, wanneer ik terugkijk op die donderdagmiddag.

Even leek het verstand te winnen van de wil. Immers, ik had geen pgb-begeleiding kunnen inschakelen en om nu nog iemand te vragen was waarschijnlijk niet mogelijk. Nou ja, dan maar alleen. Een dag later, bij de bushalte bekroop mij een mix van twijfel en zelfverwijt. Maar Geert, you can do it! Gelukkig bleek dat aanvankelijk dan ook.

Het was een interessante, zinvolle meeting. Over en weer werden vragen gesteld en ervaringen gedeeld, afgewisseld met informatie over preventief en adequaat handelen. Misschien heel onnozel, ook shocking, maar ik kwam er trouwens achter dat de brandmelders die rijkelijk aanwezig zijn in mijn woning totaal niet werken. Deze zijn aangesloten op een systeem wat al vrij spoedig na de start van dit project is afgesloten. Waarom? Zeg het maar.

De bushalte voor de terugreis is aan de overkant van die behoorlijk drukke straat. Omdat ik weet dat de bus er bijna aankomt, geen tijd wil verliezen, riskeer ik mijn leven. Waar een eerste auto het bij claxonneren houdt, wordt er uit een tweede mij wat onduidelijks toegeroepen. Het laatste woord lijkt te eindigen op ongool.

Toegegeven, er stond een auto nogal ongelukkig geparkeerd, waardoor parallel langs de bushalte stoppen lastig is. Maar voor een beetje buschauffeur moet dit geen probleem zijn. Toch? Misschien dacht hij of zij dat ik graag nog even wilde wachten. Zodra twee passagiers aan de voorkant mogen instappen volgt er plankgas een doorstart. O, wat was het gezellig met mij, daar onder die felle zon.

Als even later de volgende bus komt, ben ik zeker van mijn zaak. Inmiddels is er voldoende ruimte om goed te stoppen en bovendien wordt er bij de achterdeur iemand uitgespuugd. Maar in plaats van de oprijplaat naar buiten, gaan de deuren weer dicht. Terwijl de bus weer optrekt beukt de hierboven beschreven persoon op het raam van de bus. Moet die meneer ook mee?

Enkele minuten en haltes verderop wil ik uitstappen. Ik vraag één iemand buiten te gaan staan om te kijken of het goed gaat. Na drie pogingen lukt dat, min of meer. Wat doe ik hier eigenlijk? Zat ik maar achter mijn laptop.

Eenmaal thuis besef ik dat ik eigenlijk best wel dom ben geweest.

vrijdag 11 juni 2021

Banden

De betonnen strook die onder mijn benen door verdween was dus het mooiste fietspad van Drenthe 2017. Dat verbaasde mij trouwens niet, toen ik onderweg op een bord deze vermelding las.

'Wie döt mij wat, wie döt mij wat, wie döt mij wat vandage. 'K heb de banden vol met wind. Nee, ik heb ja niks te klagen…’

Zojuist vertrok mijn taxi op weg naar Lhee, bij Dwingeloo. Op een stoel schuin achter mij zit een mevrouw. Waar zij heen moet vraag ik niet. Daar heb ik toch geen invloed op. Hopelijk ben ik de eerste die arriveert. Het lijkt erop dat ik geluk heb. Tot nu toe hebben we de juiste weg, richting Meppel. Maar dat zegt niks, zal blijken.

Bijna uit het niets zingt bovenstaande refrein door mijn hoofd. De rest van het liedje van Skik is niet te verstaan. Zie het als voorpret, misschien vermengd met wat spanning voor dat wat komen gaat. Met een paar anderen ga ik die middag fietsen. Echt! Dat ongeveer niets onmogelijk is heb ik inmiddels wel geleerd.

Het idee ontstond als alternatief voor wat niet door kon gaan. Met stichting De Hinkelaar zou ik aanvankelijk een lang weekend gaan wandelen op en rond de Dwingeloose heide, ergens begin april. Natuurlijk was er een grote kans dat het niet door zou kunnen gaan. En zo geschiedde, ook een nieuwe datum werd geannuleerd. Dat wandelen bij Geert op zijn eigen wieltjes gaat, is bijna vanzelfsprekend. Maar dit keer zou het wat arbeidsintensiever gaan. Op een eenwieler, maar dan anders. De zogeheten Joëlette bestaat uit een soort van twee metalen stangen van twee meter, met daartussen een kuipstoeltje en daaronder een wiel. Het evenwicht en voortbewegen wordt verzorgd door de twee personen die voor en achter mij lopen. Onduidelijk? Google! Zo’n vier jaar geleden in de Vogezen heb ik hier ook al eens mee gewandeld door de bergen. Erg gaaf! Toen bleek dat er voor bovenstaand weekend Joëlettes zouden worden gehuurd, hoefde ik niet te twijfelen.

Deze uitdaging mocht dus niet doorgaan, waarop het idee ontstond om een dagje te gaan wandelen. Dit werd al spoedig omgezet naar fietsen. Waarom ik dacht dat ik wel weer op een duofiets geplakt zou gaan worden, weet ik niet. Misschien was het een wens, omdat het vorig jaar zomer heel gaaf was. Op Texel werd ik op zo’n duofiets getild en bleef dankzij een rol ductape wel zitten.

In Meppel stokt mijn reis. De mevrouw moet worden afgezet op een plek waar taxibusjes met mij inside niet zouden mogen komen. Het balen van vertraging en gehobbel werd later die middag helemaal goed gemaakt. In Lhee werd ik met een tillift op een rolstoelfiets, eerder een soort riksjafiets, geplaatst en met sjorbanden vastgezet.

De fietstocht was dus geweldig, het fietsen zelf nog meer! Oude tijden herleefden toen we weer eens op een terras konden zitten. Geert werd met fiets en al tussen de stoelen gemanoeuvreerd. In Lhee werd er nog een barbecue aangestoken, waarna ik volledig moe, maar ook vol energie weer naar huis ging.

‘Wie döt mij wat, wie döt mij wat,wie döt mij wat vandage. 'K zol haost zeggen, jao het mag wel zo.’

dinsdag 25 mei 2021

Opnieuw

Balen deed ik zeker. Ook al kon ik dat ter plekke naar de achtergrond duwen en was het hoofddoel van die middag binnen tien seconden een succes, het voortraject had ik mij anders voorgesteld.

Het was sinds bijna een jaar dat we elkaar weer zouden ontmoeten en dus ook dat ik er gewoonweg heen mocht en kon. Daarom had ik er zin in en alles goed voorbereid, dacht ik.

Stichting Toegankelijk Zwolle plande het afgelopen jaar regelmatig online bijeenkomsten om het contact tussen alle ervaringsdeskundigen te behouden. Toen er onlangs werd voorgesteld om, voor wie het aandurft, een fysieke bijeenkomst te organiseren meldde ik mij direct aan. Alleen al om weer eens naar het wijkcentrum toe te mogen gaan en te betreden voelde goed. Een vette aanvulling op het stille leven van tegenwoordig.

Het was een klein groepje, zes deelnemers en een gebarentolk, het voelde al snel weer als een jaar geleden. Maar eerlijk is eerlijk, ook die minder leuke ervaringen kwamen mij weer bekend voor. Eerder, tot tweeënhalf jaar geleden zou ik nog volledig zelfstandig daarheen rollen. Of misschien met een stadsbus. Ik kon de wereld wel aan! Maar inmiddels is dit niet meer vanzelfsprekend. Gaat het over kinbesturing, stemvolume of energiehuishouden, dan voel ik mij kwetsbaar, onzeker.

Hoe vaak heb ik mij niet in situaties begeven dat ik mij wel voor de kop kon slaan, omdat ik zo nodig zelfstandig wilde zijn maar dat feitelijk niet meer kan. Regeren is vooruitzien, dat zou mijn motto moeten zijn. De waarheid was echter anders: realiseren is terugkijken.

Gelukkig beschik ik tegenwoordig over een pgb, wat zoveel meerwaarde heeft. Het lag dan ook in de planning dat ik pgb-ondersteuning mee zou nemen. Maar de vraag bleef of het bus, taxi of wandelen werd. Onlangs werd na een bezoek aan mijn ouders weer eens duidelijk waarom ik een hekel heb aan taxibusjes. Het bestaan ervan is natuurlijk geweldig, maar ik kan dus echt niet meer zonder begeleiding daarin plaatsnemen. Waarom? Daarom! Ik had de chauffeur kunnen vragen om rustiger te rijden, in plaats van sorry zeggen bij iedere naderende drempel op de weg. Maar daarvoor was ik inmiddels te slap en misselijk. De onvoorspelbaarheid betreffende vertrek en aankomst maakt het nog minder aantrekkelijk. Wandelen viel ook af, het werd de bus.

Die ochtend belde de pgb-medewerker af. Mij restte een mix van begrip en balen. Vervanging was zo gauw niet mogelijk. Een half uur voor dat de bus komt bel ik Fokus. Na wachten, wachten, wachten, dan maar zonder jas. Gelukkig had ik mondkapje, chipkaart en spraakversterker bij me. Enigszins opgefokt parkeer ik bij de bushalte, maar lekker, wat had ik hiernaar uitgekeken.

Ja hoor, alsof het zo had moeten zijn. Wanneer de bus verschijnt verkramp ik enigszins. Een bijkomend feit is dat er nieuwe bussen rijden, met voor mij andere, smalle oprijplaten. Als ik halverwege ben, kom ik stil te staan en kom met mijn kin niet meer bij de joystick. O, wat voelde ik mij ontspannen. Na mijn frustraties uiten word ik door de chauffeur naar binnen gewerkt.

Eenmaal in het wijkcentrum vergat ik het voorgaande, bijna. Zelfstandig willen zijn had ooit zo z’n charmes!