woensdag 28 december 2022

Stress

Wel willen, maar niet weten waarover. Dan heb ik het over schrijven en is er sprake van een writersblock. Toch?

Nogal frustrerend, want blogs maken is immers mijn passie. Ondanks dat ik de enige ben die mijzelf opdraagt weer eens wat te produceren, voel ik na verloop van tijd toch een druk. Datgene wat ik wil vertellen over wat ik zoal meemaak, kan ik momenteel afdoen in slechts een paar zinnen. Is mijn leven anno nu dan zo saai? Misschien wel. Waarom zou het trouwens vrijwel altijd over tegenslag moeten gaan?

Zoals onlangs. Wat een leuk avondje zou kunnen zijn, werd het ook wel. Samen met vriend René - we zouden elkaar terplekke zien - ging ik naar een voorstelling van Peter Pannekoek. Het was erg vermakelijk en ik was prima op tijd aanwezig. So far so good. Nou dan!

Maar het vooraf moeten stressen of ik daar op tijd zal zijn, of überhaupt kan komen, snoept wel enige voorpret weg. Helaas horen deze twijfels er tegenwoordig bij. Ook al heb ik de tickets ruim een half jaar geleden gekocht, enkele dagen vooraf begint de twijfel over hoe daar te komen. Noch de stadsbus noch het Wmo-vervoer durf ik tegenwoordig te vertrouwen.

De voorstelling begint om 20:00, dus op hoop van zegen bestelde ik voor 19:00 een taxi. Dan kàn deze al om 18.45 komen. Jeetje, dan ben ik daar wel er erg vroeg. Vooraf bel ik, tegen beter weten in, naar de centrale van het Wmo-vervoer, of er vertraging zal zijn vanavond. Maar daar is natuurlijk niets over bekend. Voor de zekerheid heb ik inmiddels mijn jas aan laten doen. Jeetje, wat heb ik het warm! Op hun site kan ik de verwachte aankomsttijd zien. Deze springt in een korte tijd van 18:55 naar 19:04 naar 19:11. Daar gaan we weer en de paniek slaat lichtelijk toe. Maar de taxi kwam op tijd en de avond was geslaagd. Oftewel, einde verhaal!

Maar maak ik dan nooit wat leuks mee? Jazeker, onlangs nog. Om ‘s ochtends bij de dagelijkse kwark met muesli knoeivlekken te voorkomen, laat ik mij altijd een schort voorhangen. Dit vroeg ik aan een medewerker, die nog maar sinds enkele dagen werkzaam was. De vraag, gecombineerd met mijn onduidelijke stem, brengt haar kennelijk in verwarring. Voordat ik het in de gaten heb staat zij met mijn keukenschort om de nek, klaar om mij mijn kwark te geven. Wat een grappige, schattige situatie. Met ‘o, foutje, ach blond hè’ verdedigt ze zichzelf met blozende wangen.

Wat ik ook nooit zal vergeten is dat een ADL’er, terwijl ze mijn ‘pielemans’ wast, mij opeens aanspreekt met de naam van haar eigen man. Erg komisch en een beetje gênant tegelijk. Of ze er zelf om moest lachen weet ik niet meer. Of dat ik inmiddels al enkele malen meemaakte dat, wanneer tijdens het aankleden mijn broek eindelijk goed zat, er tot slot door een van de medewerkers een lichtelijk klapje op mijn kont werd gegeven. Als ik dat quasi verontwaardigd benoem, wordt dit lachend uitgelegd als zijnde een gedachteloze tik a la ‘klaar is Kees’. Erg grappig!

Mijn leven is dus verre van alleen kommer en kwel.

donderdag 1 december 2022

Grijns

Terwijl een voorval feitelijk helemaal niet leuk is, er toch ergens wel het grappige van in kunnen zien. Door er, al dan niet achteraf, op een andere manier tegenaan te kijken verschijnt er automatisch een glimlach op het gezicht.

Of er voor bovenstaande een term bestaat weet ik even niet. Doet er eigenlijk ook niet toe. Het gaat om wat mij onlangs overkwam. Die grijns achteraf klinkt heel koelbloedig, maar ik snap dat het voorval ook heel anders had kunnen aflopen.

Maandag 21 november, de dag dat ik naar het concert van Status Quo zou gaan. Samen met Hennie, in een gehuurd busje, onderweg naar Tilburg, poppodium 013. Doordat het busje vaart minderde, schoot ik wakker. Heel gezellig, maar nauwelijks onderweg was ik al vertrokken naar een andere wereld. Bij een tankstation even de benen strekken en wat te happen halen. Goed plan! Hennie parkeerde achter een grote vrachtwagen, nam de bestelling op en verdween. Gemakshalve bleef ik, uiteraard vastgesnoerd en wel, op mijn plek staan. Pompiedom, ik staarde wat om mij heen.

Dan moet er nu ook maar worden opgebiecht dat en waarom vrachtauto’s werkelijk altijd mijn aandacht krijgen. Dit heeft alles te maken met de bedrijfslogo’s die op de laadruimte staan. Als die er al op staan natuurlijk. Vind ik het mooi, creatief, origineel of juist niet en hoe zou ik deze dan aanpassen. Ach, ieder zo zijn ding. Toch? Zo kijk ik ook naar de achterkant van de vrachtwagen die voor ons staat geparkeerd. Een logo ontbreekt dan wel, maar je moet toch wat als je in je uppie zit te niksen.

Opeens zie ik het gevaarte heel langzaam dichterbij komen. En nog dichterbij! Met grote ogen probeer ik het stoppen af te dwingen. Een beetje vrachtwagen heeft toch zo’n speciale sensor die gaat piepen? Schreeuwen kan ik niet en heeft ook geen zin, dus met keiharde stem denk ik nog: stop, stop, stop, vooruit, naar voren sukkel! Tegelijkertijd ga ik mij ook even zorgen maken om mijzelf. Ik kan geen kant op. Loop ik gevaar? Voordat ik daar antwoord op kan geven, is dat waar ik bang voor was een feit geworden. Het zal een centimeter zijn geweest hoeveel ik opveerde. Het leek mee te vallen. Zover ik kon observeren was er in de bus niks aan de hand. Maar daarbuiten? Ik hoorde wel wat op de grond vallen. Ik belde Hennie die meteen zou terugkomen.

Op dat moment moet ik ook glimlachen. Misschien van de stress, maar het is ergens ook wel een nogal kolderieke situatie. Natuurlijk niet grappig, maar wel absurd! De chauffeur kwam tevoorschijn, bekeek de schade, maar het was duidelijk dat hij mij niet in de gaten had. Even was ik bang dat hij ervandoor zou gaan en ik probeerde het Roemeense kentekennummer erin te stampen, voor het geval dat. Maar gelukkig, de chauffeur bleef wachten en samen met Hennie werden alle plichtplegingen verricht.

Toen volgde het belangrijkste. Sinds de dreun speelde die ene gedachte namelijk voortdurend ergens in mijn hoofd. Getverderrie, het zal toch niet? Kijk ik hier lang naar uit, is een onbenullige botsing op de valreep spelbreker.

Gelukkig konden wij gewoon doorrijden naar ons doel.

maandag 21 november 2022

Zwijgen

Ook al blijven de opmerkingen onhandig, zelfs discutabel, terugblikkend zie ik heus wel in dat ze als vriendelijk waren bedoeld.

Dat ik de woorden van de chauffeur op het moment als betuttelend, zelfs kleinerend interpreteerde, kwam waarschijnlijk doordat ik al wat geladen was toen ik mijn appartement verliet. De persoonlijkheid van de chauffeur speelde hierbij ook een rol. Ik was de man in die hoedanigheid slechts drie keer eerder tegengekomen. Maar die keren maakte hij steeds een gejaagde indruk, met weinig sociaal inzicht. Ook qua rijvaardigheid.

Bovenal was het echter de voorgeschiedenis an sich die een allesbepalende rol speelde. Dan bedoel ik niet alleen het uur vooraf aan dat ik plaats kon nemen in de taxi. Feitelijk doel ik op twee maanden terug, het moment dat rolstoelend Zwolle niet meer met de stadsbus bleek te kunnen reizen.

Eerder schreef ik over de confrontatie met de stadsbus die mij niet kon meenemen. Vanwege een technisch euvel bij enkele exemplaren waren bij alle stadsbussen de uitschuifbare oprijplaten uitgeschakeld. Nu zou dit geen enorme ramp zijn, als er een fijn alternatief zou zijn om Geert binnen Zwolle te vervoeren. In principe is die er wel in de vorm van Wmo-taxivervoer, maar vanwege personeelstekort mag ik daar ook niet volledig op vertrouwen. Sterker, in een brief werd duidelijk gemaakt dat ik alleen buiten bepaalde uren gebruik mag maken van dit vervoer. Voor enkele doelgroepen, zoals leerlingenvervoer, was dit Wmo-vervoer wel de gehele dag beschikbaar. Nu is dit voor mij niet prettig, maar te overzien. Vervelender is het voor hen die rolstoelend werken of studeren en er afhankelijk van zijn.

De projectleidster van Toegankelijk Zwolle handelde accuraat en wist een ander taxibedrijf zover te krijgen om bij te springen in het ontstane vacuüm. Daar waar iemand in principe een stadsbus zou willen pakken, kon via haar dit taxibedrijf geboekt worden en de rekening ging dan naar de falende busmaatschappij. Falen? Enorm! De betreffende stadsbussen vertonen immers al jaren minpunten. Deze tijdelijke oplossing werkte uitstekend. Zelden ben ik die enkele malen zo op tijd door een taxi opgehaald en teruggebracht.

Toen ik onlangs naar een politieke avond ging waar ik helaas niet met een bus maar toch echt met een taxi heen moest en dus weer een beroep moest doen op het reguliere Wmo-taxivervoer, zag ik de bui al hangen. Geloof me, ik had gelijk. Zowaar, ik werd gebeld door het bedrijf dat de taxi een half uur vertraging had. Ja hoor, daar gaan we weer! Dat ik hierover zowaar door hen werd ingelicht was eigenlijk wel bijzonder redelijke woord.

Bij de taxi aangekomen werd ik begroet met een ’hoi jongen’. Dit kon ik nog handelen, hoewel het voelde alsof ik een onnozele Harrie ben. Eenmaal verankerd in de taxi werd mij gevraagd of ik naar een bingo ging. Daarop had ik het feitelijk gehad met de chauffeur. Ik koos ervoor maar te zwijgen. Helemaal na zijn antwoord op mijn vraag of hij voor mij bij drempels in de weg rustig aan kon doen. ‘Natuurlijk, ik doe toch altijd rustig, je kent me.’ Waarschijnlijk dacht hij dit echt over zichzelf.

Afgelopen week hoorde ik dat de stadsbussen weer toegankelijk zijn.

dinsdag 1 november 2022

Renate

Als het voor het eggie zou zijn, dan zou de suggestie gewekt kunnen worden dat ik aan het terugblikken ben op mijn leven. De werkelijkheid is dat ik voor dit schrijfsel gewoon snel to the point wil komen en even niets beters kon verzinnen.

Op de lijst met gebeurtenissen/feiten welke een rol hebben gespeeld in mijn bestaan komen de mannen absoluut voor. Niet als die allesbepalende rode draad, want daarvoor heb ik voorvallen van meer importantie meegemaakt. Maar van jongs af aan hebben ze bij mij een plekje afgedwongen, al dan niet in mijn hart. Al die jaren kwam en komt Status Quo met regelmaat weer bovendrijven.

Acht of negen jaar was ik, toen er een poster op mijn kamer kwam. Drie kerels, wijdbeens naast elkaar op een podium. De hoofden gebogen over hun gitaren. De lange haren als een cocon om hen heen gedrapeerd. Ook kreeg of kocht ik toen mijn allereerste elpee. ‘Whatever You Want’ heb ik grijs gedraaid, op zo’n kleine pick-up waarvan de deksel tevens de enige box was.

Van enkele ronde opbergdozen voor speelgoed en twee aftandse, aan elkaar gekoppelde bongo’s werd door mij een drumstel bedacht. In mijn fantasie waande ik mij de drummer van Status Quo en ik weet het nog goed, ik liet mij uitbetalen met monopoly geld. Uit die tijd stamt trouwens de anekdote over mijn Renate schoenen, die ik enigszins verafschuwde, totdat mijn zus vertelde dat de zanger van Status Quo ook zulke schoenen had. Op de poster was dat niet te zien, alleen ik zag ze wel!

Jarenlang ben ik de groep uit het oog verloren. Logisch, ik ontdekte het leven, dus ook andere, interessantere muziek. Eerlijk is eerlijk, Status Quo kan nou niet bepaald vernieuwend genoemd worden. Toch, als ik ze weer hoorde, die zwak voor hen bleef. Er was trouwens een periode dat ik daar feitelijk niet voor durfde uit te komen. De mensen om mij heen hadden immers andere muzieksmaken. Die muziek van Status Quo kon eigenlijk niet. Hoezo, weinig zelfvertrouwen.

Een kleine drie jaren geleden las ik de aankondiging voor hun optreden op 25 november 2020 in Amsterdam, AFAS Live. Daar wilde ik heen. Van de vier mannen uit mijn tijd was inmiddels alleen nog frontman Francis Rossi nog in leven. Helaas, corona, geannuleerd. Dus toen ik zag dat op 21 november aanstaande de groep voor een concert in Tilburg, poppodium 013, werden de tickets direct gekocht. Over hoe daarheen te gaan was van later zorg. Tilburg is niet naast de deur, maar dat komt wel goed, dacht ik nog.

Inmiddels wist ik: heen met trein of taxi is geen probleem. Maar teruggaan was alleen mogelijk door halverwege het concert te vertrekken. Dus niet! De speurtocht naar een alternatief viel tegen. Een rolstoelbus lenen of huren was minder vanzelfsprekend dan gedacht. Toen ik onlangs al begon te denken aan thuisblijven werd ik gebeld door degene met wie ik daarheen zou gaan. Hij kon nog ergens een rolstoelbus huren. Doen? Doen! Blijft het nu nog bij YouTube, straks mag ik live meebrullen.

Onlangs zag ik een biografie over hen: ‘De kracht van de eenvoud’. Dus dat is het geheim! Dat verklaart een hoop. 

donderdag 13 oktober 2022

Looproute

Als je niet beter zou weten en er voor het eerst over hoort, grote kans dat er aan iets totaal anders wordt gedacht dan hoe ik het inmiddels ken. Een looproute, is dat hetzelfde als een wandelroute? Of een vluchtroute? Of misschien zoiets als de pijlen op de vloer bij IKEA?

Daar waar ik woon is de looproute inmiddels een begrip. Hoe onschuldig het woord ook klinkt, er gaat een nogal vervelende situatie achter schuil. Ook ‘mijn’ Fokusproject heeft te maken met een personeelstekort. Waarom medewerkers zijn vertrokken of anderzijds afwezig zijn, zover ik weet zijn het allemaal legitieme redenen. Maar waar de nieuwe medewerkers zich verstoppen, al zijn het slechts potentiële kandidaten, that’s the question!

Als nog geen half jaar geleden op het werkrooster enkele diensten open stonden, werd dat volgens mij onderling wel geregeld. Althans, ik heb daar als cliënt nooit iets van gemerkt. Ook tegenwoordig, met het nijpende personeelstekort, streven ADL’ers dit uiteraard na. Helaas blijkt steeds vaker dat dit niet te realiseren is. Met alle gevolgen voor de cliënten, maar zeker ook voor de medewerkers. Het motto van Fokus, de regie over het eigen leven kunnen behouden, moet dan maar worden losgelaten. Zolang de concrete zorg maar geboden kan worden. Linksom of rechtsom. Medewerkers zijn ook maar mensen. Men kan maar bij één cliënt tegelijk zijn. We moeten zuinig op hen zijn, niet overvragen.

Normaal gesproken wordt de dag om 7:00 nog begonnen met zes of zeven collega’s. De ochtend zal waarschijnlijk het intensiefste dagdeel zijn. Twee ADL’ers werken tot 15:00, de rest tot fluctuerende tijden tussen 9:30 en 12:00. Om 15:00 beginnen twee collega’s, om 18:00 komt daar een derde bij. Om 23:00 beginnen de twee nachtdiensten. Geloof mij, een walhalla binnen de zorg.

Maar als voor de ochtend slechts vier medewerkers beschikbaar zijn of ‘s avonds twee, kan er besloten worden tot een looproute. Vooraf, het personeelstekort was zichtbaar aanstaande, is er een looproute opgesteld wat in geval van overmacht kan worden ingezet. Een schema waarbij alle cliënten op bepaalde tijden assistentie kunnen verwachten. Dit gebaseerd op ervaringen met ieders oproepgedrag, wat kennelijk zichtbaar is. Niet de cliënt vraagt om assistentie, de zorg komt vanzelf langs. Uiteraard is het mogelijk om tussendoor in bepaalde, uitzonderlijke gevallen om zorg te vragen, maar liever niet.

Voor mij geldt dat, als het mogelijk is, ik normaal gesproken om ongeveer 7:15 om assistentie vraag uit bed te gaan. Graag wil ik dan douchen. Sterker, zonder douchen voel ik mij behoorlijk slap. Als tot een looproute moet worden besloten, is er voor mij tussen 8:30 en 9:45 de tijd om op bed te wassen en te ontbijten. Liever niet, maar het zij zo. Ook laat ik dan een grote urinezak aan mijn been hangen zodat ik niet tussendoor hoef op te roepen om deze te legen. Het rooster geeft aan dat ik om 10:30 daarmee geholpen kan worden. Van 12:15 tot 13:00 kan ik desgewenst geholpen om een siësta te beginnen. Tussen 14:30 en 15:00 wordt dit beëindigd.

Het leven met een looproute is kak. Voor mij, voor andere cliënten, maar zeker voor de ADL’ers. Laat ik maar positief zijn en blijven verkondigen tot het goed komt.

zaterdag 1 oktober 2022

Pislink

Het was een combinatie van twee vervelende, feitelijk los van elkaar staande ervaringen. Het etiketje debacle dekte daarbij volledig de lading. De opeenstapeling van de frustraties kon ik trouwens nog best wel handelen. Inderdaad, ik was pislink, zoals boven het krantenartikel kwam te staan. Maar dit alles werd overtroefd door enkele reacties van lezers daarop.

De afspraak stond al maanden. Met twee vriendinnen, die ik ken van verschillende vakanties, prikten wij een gezellig weekendje Zwolle. Ze sliepen vorig weekend in een hotel. Die zaterdag spraken wij rond 15:00 af bij het filmhuis. Daarbij beseffende dat tijdsafspraken maken, ondersteund door rolstoeltaxi’s, tegenwoordig vaak gedoemd zijn te mislukken. Het plan was om eerst een bakkie te doen en om 16:30 een film te kijken, waarvoor de kaartjes al waren gekocht.

Toen om 15:30 de taxi er nog steeds niet was en bleek dat het nog een tijd zou duren, besloot ik haastig met de bus te gaan. In mijn eentje doe ik dat liever niet, maar nood breekt wet. Als de bus aanmeert blijven de achterdeuren dicht. De chauffeur vertelt dat hij mij niet mee kan nemen.

Omdat bij enkele bussen de oprijplaten onbetrouwbaar bleken, waren bij alle bussen de platen maar uitgeschakeld. Mijn reactie laat zich raden. Voor de zekerheid, misschien had ik geluk, wachtte ik op een volgende bus. Die chauffeur viel in herhaling, ik dus ook. Prompt kwam er een derde bus met hetzelfde verhaal. Bij bus vier en vijf, ik stond nog bij de bushalte, maakte ik duidelijk dat ik het antwoord al wist en ze plankten aan mij voorbij.

Onderwijl was er nog steeds geen taxi gearriveerd. Weer thuisgekomen, het was richting 16:30, annuleerde ik de reservering. Overigens kwamen die vriendinnen mijn kant op. Jammer voor de filmtickets.

Via de tamtam wist een journalist van het verhaal en belde mij ‘s avonds op. Die maandag kwam er een fotograaf en enkele uren later stond het voorval online. Eerlijk is eerlijk, behoorlijk uit zijn verband gerukt trouwens. Een dag later volgde het verhaal op papier. De reacties van sommige lezers waren niet mals. Alsof ik een onnozele hals ben die de werkelijkheid nog niet kent.

‘Wat een gezeur! Het zou verboden moeten worden om met zo’n gevaarte, het lijkt wel een vrachtwagen. Er is toch rolstoelvervoer of gebruik anders een kleinere rolstoel.’

‘Meneer had kennelijk niet het fatsoen om eerst de taxi te annuleren en daarna de bus te pakken. De maatschappij draait wel weer voor de kosten op.’

‘Waarom heeft meneer de uitleg van de eerste chauffeur niet gewoon geaccepteerd? Wat een eigenwijs.’

‘Toen ik chauffeur werd leerde ik: niet stoppen, dan moeten ze maar een rolstoeltaxi bellen, we zijn geen taxichauffeur.’

‘Een bus rijdt met een tijdschema. Door lang stilstaan om die Geert Jan op te pikken komen anderen te laat.’

‘Rolstoelen horen niet thuis in reguliere bussen. Bestel gewoon een taxibusje, dan heb je een gediplomeerd chauffeur. Vraag dus een WMO pas aan.’

Pislink wilde ik eigenlijk wel tegen al dit soort reacties in opstand komen, maar heb dat uit energiebesparing maar niet gedaan.

Overigens had ik wel mee gekund. De planken moesten handmatig worden bediend, maar dat wisten de chauffeurs kennelijk niet. 

maandag 26 september 2022

Tekort

‘Eigenlijk is het wel mooi dat jij je tijd hieraan besteed,’ hoor ik van de vrouw die achter mij loopt. Mijn eerste gedachte is dat dit niet meer dan logisch is. Maar, zoals wel vaker, na eerst even nadenken volgt er een reëler antwoord. Het is inderdaad niet vanzelfsprekend dat een persoon in mijn situatie zijn tijd buiten de deur besteed aan wat ik doe op dat moment. Ook al is het in feite puur eigen belang.

Met een PGB-begeleidster ben ik aan het wandelen. Absoluut, ik verpieter niet, maar zoveel kom ik tegenwoordig niet meer buiten. Als er zich een mogelijkheid aandient ga ik dus graag op pad. Voor een frisse neus, voor boodschappen. De motivatie voor het doel is deze ochtend eerlijk gezegd niet groot, maar het belang is sterker. De afgelopen weken ben ik enkele malen met affiches en ander materiaal op pad geweest om maar zoveel mogelijk bekendheid aan Fokus en het werk van ADL’ers te geven. Wie weet lukt het om daarmee nieuwe medewerkers binnen te hengelen.

Zoals ik wel vaker heb meegemaakt is er tegenwoordig bij Fokus een tekort aan medewerkers. Extremen als pyjamadagen of niet kunnen douchen ken ik nog niet, maar het tekort is merkbaar. De eigen regie over het leven, waar Fokus voor staat, komt iets vaker in het geding. Misschien moet ik het anders zien en is de huidige situatie niet meer dan reëel.

De zorg die ik de afgelopen jaren mocht ontvangen is een luxe te noemen, dat durf ik wel te zeggen. Bijvoorbeeld iedere ochtend kunnen douchen, bij intensieve assistentie altijd twee medewerkers en nauwelijks wachttijden. Toen inmiddels zo’n tien jaren terug de toekomst van Fokuswonen werd bedreigd kwamen er geluiden uit de Tweede Kamer dat Fokuswonen het ultieme voorbeeld was van hoe zorg er zou moeten uitzien. Mede daardoor werd de lucht weer helder.

Het zal naïef zijn, maar ik maakte mij nooit echt zorgen. Al was het personeelstekort serieus een beperkende factor en voor ons cliënten op die momenten flink balen, het zou wel weer goed komen. Ook nu wil ik dit hopen, maar met de huidige achtergrond durf ik daar niet meer zo makkelijk over te denken. Het tekort is immers overal. Het gas is niet alleen schaars, met flinke energierekeningen en ook duurdere boodschappen als gevolg. Dan is er ook dat tekort aan betaalbare woningen en was er deze zomer wederom nauwelijks neerslag. Ook is er natuurlijk het gebrek aan voldoende personeel in allerlei sectoren. Voor mij vooral te merken in de zorg en het taxivervoer.

Hoe gewoontjes het woordje tekort ook klinkt, het zou over enkele maanden wel eens kunnen worden uitgeroepen tot het ’woord van het jaar’. Zo’n twee jaar geleden was het ergens een tekort aan hebben binnen Nederland bijna onbestaanbaar. Toch? Voor ver daarbuiten is het helaas zo triest dat het hebben van een tekort aan iets eerder gewoonte dan uitzondering is. Tekort aan voedsel, water, geld of humanitaire hulp.

Mensen met verstand van zaken waarschuwden eerder wel voor tekorten in de nabije toekomst, dus ook in Nederland. Maar dat dreigend tekort aan neerslag, gas, huizen of personeel bleef voor mij een ver-van-mijn-bed-show.

Ook bij jou?