vrijdag 15 mei 2015

Susanna


Dus. Of ik een blog wil schrijven. Ja hoor, maar dan moet ik eerst maar iets zien te bedenken wat jullie trouwe lezers interesseert. Mijn vader weet altijd leuke stukken te publiceren (wat een wonderbrein), maar ik heb ooit één betoog geschreven en that’s it. Vaak heb ik genoeg ideeën in mijn hoofd, maar op het moment dat ik ze op papier wil zetten, zijn ze spontaan verdwenen. Ik zal dan eerst maar eens vertellen wie ik ben.

Mijn naam is Susanna (met een –a en een –s, dus geen Suzanne, Susanne, Suzanna of welke vorm er ook maar gemaakt kan worden). Ik ben de oudste van de twee dochters. Ik ben 15 jaar, zit in gymnasium 4 en ben een alledaags meisje, wat inhoudt dat ik van winkelen houdt (wie niet?!), overmatig gebruik maak van mijn telefoon en aan meer van dit soort stereotype beelden voldoe (behalve uitgaan, verschrikkelijk).

Enige bijzonderheid aan mijn leven is dus mijn vader die zich op vier wielen voortbeweegt. Ik ben er inmiddels aan gewend, maar word vaak genoeg voor gek verklaard dat ik er zo nuchter over ben. Natuurlijk vind ik het vervelend dat mijn vader niet echt op een manier voor me kan zorgen zoals de meeste vaders doen, maar ik wil ook geen wandelende Klaagmuur zijn. Wij zijn dan wel mantelzorgers (wat een chic woord eigenlijk), maar ik geniet van de positieve kanten van zijn handicap.

Het grootste voordeel is natuurlijk dat hij niet werkt (misschien zie jij dit als een nadeel, pap) en daarom altijd thuis is als wij komen. Zo heeft hij vaak alle tijd voor ons. We drinken thee, vertellen over school (als daar überhaupt iets leuks over te vertellen valt) en maken grapjes. Ik heb een leuk leven met mijn vader en dat vind ik heel fijn. We doen ook veel dingen samen. Zo overhoort hij me vaak, doen we boodschappen of maken we een tripje naar de binnenstad of onlangs naar de IKEA.

Dit gaat overigens niet altijd even vlekkeloos. Zo botst mijn vader vaak genoeg tegen allerlei ingewikkelde stellages aan (waardoor Rosa en ik de winkel anders in moeten delen), hebben we te maken met starende kinderen (‘’Wat heeft die meneer, mama?’’) of rijdt de bus net weg (met drie chagrijnige mensen tot gevolg). Toch weet mijn vader hier ook vaak genoeg de humor van in te zien. Dat bewonder ik aan hem. Overal het positieve van inzien. Hij kan vrijwel niets, maar doet tegelijkertijd bijna alles. Hij is kampioen ‘zichzelf uitnodigen voor het eten’ geworden, gaat ‘gewoon’ eventjes een middagje paragliden (ik krijg al hoogtevrees als ik er aan denk) en houdt al twee jaar een blog bij. Hoe doet-ie het?

Uiteindelijk stroomden de woorden zo’n beetje uit mijn vingers. Voordat dit stuk op papier stond, zat ik te dubben over het onderwerp. Ik begon maar wat te schrijven en dit is het resultaat. Ik had nog wel veel meer dingen op kunnen schrijven, maar dit leek mij een leuke ‘ode’ aan mijn vader. Niet te cliché naar mijn mening, maar wel een doorschemering van de liefde voor mijn vader (dit klinkt dan wel weer wat cliché). Misschien moet ik nog even een soort live bedankje doen. Dat is dan óók weer cliché, maar dan heb ik nog een leuke afsluiter, of hoe dat ook in het blogwereldje genoemd mag worden. Dus;

Pap, thanks dat je altijd zo lief voor ons bent. Ik kan me geen leukere vader voorstellen!

maandag 11 mei 2015

Achteraf


Of ik erbij zou willen zijn? Gedurende de weken in aanloop naar het duel is mij dit menigmaal gevraagd. Natuurlijk wel, want van verschillende geluksvogels die er vorig jaar bij waren had ik de mooiste verhalen gehoord. Dat gecombineerd met alle media-aandacht die er was, maakten mij overtuigd. Ook kennissen in een rolstoel zittend hadden er vorig jaar bij kunnen zijn. Dus dat had ook geen belemmering hoeven zijn. Ondanks de geweldige sfeer zou de vraag echter zijn of ik er plezier aan zou beleven. Omdat ik nauwelijks volume in mijn stem heb en mij in deze heksenketel vermoedelijk niet verstaanbaar kan maken, heb ik ervoor gekozen om thuis te blijven.

Binnen 30 seconden na het laatste fluitsignaal doe ik de televisie uit. Ik kan het niet aanzien dat de blauw-witten aangeslagen en flink balend elkaar mismoedig aankijken. Of het shirt over het hoofd trekkend en waarschijnlijk het liefst onder de grond zouden willen kruipen. Althans, dat laatste vermoed ik, maar zou het in ieder geval heel goed kunnen voorstellen. Op diezelfde grasvlakte zijn een flink aantal zwart-groene tegenhangers springend en schreeuwend feest aan het vieren. Het scenario had een andere verhaallijn met een overduidelijke climax, maar de werkelijkheid was keihard.

Of ik erbij had willen zijn? Achteraf is het natuurlijk makkelijk praten en ik laat mezelf wel kennen als ik erken blij te zijn thuis te zijn gebleven. Deze mening is niet alleen gebaseerd op de uitslag van de wedstrijd, maar zeker ook op de impact die deze eindstand had op mijn emoties. Het balen en de teleurstelling, het was te machtig voor de euforie die tot en met halverwege de wedstrijd had kunnen opbouwen.

Het beeldscherm springt op zwart, gelijk aan mijn humeur. Ik baal, maar voel mij ook ergens schuldig. Met een kleine handeling heb ik kunnen overschakelen naar een andere wereld. Maar in dit geval betekent uit het oog niet uit het hart. Mijn gedachten zijn nog steeds in Rotterdam. Bij Ron, Bram, Bart, Mustafa, Ryan, Warner, de andere voetballers en 17.000 collega-supporters. Zij moeten met lede ogen aanzien hoe FC Groningen feest viert. De volgende dag werd aanvoerder Bram van Polen in de krant geciteerd: ″Juist omdat we weten hoe mooi het is om de beker te winnen, doet het nu zo'n pijn om te verliezen. De kater is daardoor misschien wel nóg groter.''

Achteraf gezien was het maar goed dat ik geen kaartje had, want terwijl de eerste bussen al naar Rotterdam vertrokken maakte ik mij klaar om het ziekenhuis te verlaten. Vier dagen daarvoor was ik wegens een fikse blaasontsteking door de huisarts naar het ziekenhuis gestuurd. Vorig jaar heb ik de halve finale tegen NEC ook vanuit een ziekenhuisbed moeten bekijken. Die wedstrijd verliep positief voor ons, maar voordat ik ging vertrouwen op enige bijgeloof, wuifde ik die fantasie weg.

Over de wedstrijd zelf zal ik maar geen uitspraken doen, want ik heb waarschijnlijk niet de objectiviteit om een gedegen visie te geven. Was PEC slecht? Waren de Groningers gewoon beter? Misschien, maar wat ik wel weet is dat ik trots ben. Trots op de club, de spelers en de supporters.

Gelukkig dat PEC een week later een soort van revanche heeft kunnen nemen in Groningen.

woensdag 6 mei 2015

Gedoe


″Kan jij ook ziek worden?″ Deze vraag kwam van Rosa, toen zij vorige week dinsdag uit mijn mond hoorde dat ik misschien wel een blaasontsteking had. Geheel overtuigd hiervan was ik op dat moment nog niet, maar een vermoeden was danig. Toevallig kwam zij net binnen toen ik aan de telefoon hing met een assistente van de huisarts.

Een grappige vraag, bijna begrijpelijk. Zelf was ik ook eigenlijk wel verbaasd, want behalve mijn fysieke beperking, ben ik eigenlijk nooit ziek en kabbelt het leven gewoon door. De nacht ervoor was het mij middels krampen in de blaas duidelijk geworden dat er iets niet goed was. Aangezien twee jaar geleden een blaasontsteking tot ziekenhuisopname had geleid, wist ik dat negeren, hoewel bijna onmogelijk ook niet verstandig was. Uit een belletje bleek echter dat door omstandigheden er pas de volgende dag een vervangende huisarts bij mij kon komen. Ik moest ter controle maar wel alvast wat urine komen brengen.

Toen ik die middag mijn dochter zag, werd ik nèt telefonisch gevraagd of ik wederom wat urine kon laten brengen. Hoewel zij het meteen hadden gedaan, wilde ik niet mijn ouders vragen, wat die ochtend ook al was gebeurt. Ik voelde mij nog in staat om het heft maar in eigen hand te nemen, al dan niet terecht inschattend dat mijn meiden niet stonden te springen om urine van hun vader af te leveren. Dat dit misschien onverstandig was, besefte ik ergens wel. Maar of het van doorslaggevend belang is geweest voor het mij de volgende ochtend zwaar beroerd voelen, is niet te bewijzen. Die middag stuurde de huisarts mij naar het ziekenhuis.

″Sorry hoor, papa! Het kwam er misschien een beetje raar uit, maar ik was echt verbaasd. Eigenlijk ben jij nooit ziek.″ Twee dagen later zijn de meiden even bij mij op bezoek. Ik vertelde dat ik onlangs het theaterprogramma 'Scherven brengen geluk' van Mark de Hond zag. Toevallig had hij het er over wel eens een dezelfde soort vraag te hebben ontvangen. De voorstelling vond ik trouwens erg goed om te zien! Zeer Herkenbaar. Ook bij hem liep het leven heel anders dan hij ooit had gedacht, maar voelt hij zich sterker dan ooit.

Na een paar dagen mocht ik, wat eerder dan verwacht weer naar huis. Goede zorg hoor, daar niet van. Maar ik was kennelijk al wel zodanig aangesterkt dat ik mij begon te vervelen. En het plezier aan radio luisteren of televisiekijken houdt ook een keer op. Mijn laptop zou uitkomst kunnen bieden en was onderwijl ook wel gebracht, maar zonder mijn eigen rolstoel heb ik er nog nauwelijks wat aan. Susanna is tot nu toe de enige die zonder uitleg mijn rolstoel kan besturen. Het is nog redelijk ingewikkeld om de joystick achterop mijn rolstoel te activeren. Op het moment dat zij met de stadsbus mijn rolstoel naar mij toe had gebracht, wist ik al dat ik de volgende dag naar huis kon gaan. Thuis maar weer mijn mailbox checken.

Om een herhaling te voorkomen heb ik nu een interne catheter gekregen. Het zal wel verstandiger zijn en we blijven maar positief, maar tot nu toe beleef ik er weinig plezier aan.

Wat een gedoe!