vrijdag 16 oktober 2015

Foto


Doe je voorzichtig? Vanuit de woonkamer wordt het Geert nog eens op het hart gedrukt dat naar buiten gaan in deze tijd niet zonder risico is. Op de stoep voor het huis kijkt de papa zijn kinderen nog eens indringend aan. ″Goed bij mij blijven hoor!″ Ze zien er uit als een plaatje. De haren strak gekamd en nette kleren aan. De jongste tilt hij op, dat gaat sneller.

Of het februari, juli of oktober is, ik weet het niet. Keihard feit is dat het al een paar jaar oorlog is. In de Generaal van der Plaatstraat te Breda wonen Geert en Ans den Hengst met hun kinderen Peter, Mary en Hans, respectievelijk 8, 4 en 2, of ongeveer. Die middag gaat Geert met de kinderen op pad naar de winkel van Nico Van Zijverden, een fotograaf. Het is druk op straat. Bijna iedereen loopt, want fietsen en auto’s ziet men nauwelijks. Die zijn ingevorderd door de bezetters en hun handlangers. Onderweg wordt het bewijs van oorlog geleverd door de vele Duitse soldaten die op straat lopen. Ruim een kwartier later bereiken ze het Van Coothplein. Daar, schuin tegenover de schouwburg Concordia, daar moeten ze zijn.

De foto van de drie kinderen Den Hengst hing op de slaapkamer van mijn opa en oma, in hun flat aan de Surinamelaan in Amersfoort. Drie losse portretten in een lijst van ongeveer 15 bij 40 centimeter. Het jaartal 1943 achterop geschreven, overduidelijk door opa Geert. Het was een museum gelijk. Overal waar het maar kon lag prullaria en stonden fotolijstjes. De muren hingen ook overvol met foto’s en schilderijen.

Ik was onder de indruk van de foto’s. Zelf was ik 6, 7, misschien 8 jaar en ontmoette door deze vereeuwiging mijn vader als leeftijdsgenoot. Minstens zo indrukwekkend vond ik het kleine jongetje rechts op de foto jongetje, die op dat moment al niet meer leefde. Hans den Hengst overleed in 1968 na een verkeersongeluk in Nigeria, 27 jaar jong.

Onlangs kwamen mijn ouders, tijdens het opruimen van hun zolder, de fotolijst weer tegen. Of ik hem wilde hebben? Natuurlijk, graag! ″Maar pa, waarom lieten opa en oma juist midden in de oorlog jullie vastleggen?″ Dat hij dat niet meer weet is natuurlijk niet zo verwonderlijk, het gaat immers om een voorval van 72 jaar geleden.

″Het zou kunnen zijn dat het van de fotograaf een wederdienst is geweest. Mijn vader werkte als vertegenwoordiger in veevoederproducten bij de oliefabrieken van CalvĂ©-Delft in Delft. Ook tijdens de eerste jaren van de oorlog, zo goed en zo kwaad als dat nog ging in die jaren. Hij had veel contacten met boerenbedrijven in Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. Wellicht had hij iets kunnen ritselen, want daar was hij goed in. Boter of graan, om brood van te laten bakken. Altijd aanmerkelijk smakelijker dan het toenmalige bakkersbrood. Of het hield verband met het verzet of onderduikmogelijkheden. Misschien, het zou zo maar kunnen.″

Ook mogelijk is dat Geert en Ans nog een laatste foto van de drie kinderen wilden hebben vanuit het motief: het gezin is nu nog compleet.

Ik zit achter mijn laptop, als ik naar rechts kijk word ik aangestaard door drie onschuldige koppies.

woensdag 16 september 2015

Balen


Oei, ik moet opschieten! Volgens de dienstregeling komt de bus over 6 minuten. Maar de ervaring heeft mij ondertussen geleerd dat ik daar niet zomaar op vertrouwen mag. Regeren is vooruitzien, dus een half uur geleden vroeg ik al om hulp. Ik zou immers graag voorzien van een gepoetst gebit en een jas dragend op pad gaan. Maar op dat moment ben ik helaas niet de enige hulpbehoevende onder mijn concullega’s bij Fokus. Er wordt een kwartiertje geduld van mij gevraagd.

Eenmaal klaar snel ik naar buiten, richting de lift. Controleren of de voordeur zich achter mij weer sluit doe ik niet, want 999 van de 1000 keer gebeurt dat toch wel. Hoewel het mij een aantal maanden geleden overkwam dat terugkomend van het boodschappen doen de voordeur gewoon nog open stond. Een verklaring? Zeg het maar. Er volgt een implosie wanneer ik bemerk dat de lift op verdieping drie stilstaat. Ik hoor voetstappen de lift in- en uitlopen. Er is iets van een verhuizing gaande of men heeft flink gehamsterd. De tijd tikt en in gedachten zie ik ‘mijn’ bus voorbijrijden. Enigszins onrealistisch vraag ik me af waarom er destijds maar één klotelift is geplaatst in dit klotegebouw!

Als 5 minuten later, of misschien waren het slechts 120 trage seconden, op de begane grond de liftdeur zich zal gaan openen, prepareer ik mij om het hokje uit te schieten. Auw! Gloeiende… Ik maak een valse start, wil iets te snel. De deur van de lift is trager dan ik dacht en mijn linker schoen botst tegen de nog openschuivende deur. Het gevolg is dat mijn voet wordt meegetrokken en zeker 65 graden naar links draait. De flexibiliteit van mijn lichaam laat de laatste jaren nogal wat te wensen over.

Het bushokje is niet verlaten. Er zit iemand op het bankje te wachten, of misschien wel flink te balen? Wellicht heeft dit persoon zojuist de achterkant van de bus in de verte kleiner zien worden. Maar hoe het ook zij, druk maken heeft geen zin en in alle rust kan ik de bushalte benaderen. Als ik de oprit naar de halte wil nemen, word ik tot stilstand gedwongen. Iets van het midden ligt een uitwerpsel, formaat knakworst. Het doet mij ten tweeden male imploderen. Een beetje hondenbezitter heeft toch minstens een paar hersencellen? De bushalte ligt binnen een strook gras van zeker 40 bij 3 meter. De honden in de buurt mogen sowieso niet klagen qua hoeveelheid schijtgroen. Hoe kan het dan gebeuren dat net op dat opritje van 80 centimeter breed een drol wordt gedeponeerd.

Al snel moet ik omschakelen, want daar komt de bus. Ja-knikkend zoek ik contact met de chauffeur. Nadat de achterste deuren opengaan, blijft het echter stil. Door de ramen heen bemerk ik geen activiteit, behalve dan de persoon uit het bushokje die ergens voorin plaatsneemt. Er zal toch iemand moetenkomen om de oprijplaat naar buiten te gooien. Ik word aangestaard door enkele passagiers. En de buschauffeur? Die rekent op barmhartigheid onder zijn passagiers. Pas als ik de vraag naar binnen gooi of iemand mij kan helpen komt hijzelf maar in actie.

Een derde implosie geschiedde!

vrijdag 28 augustus 2015

Grens


No no, no no no no, no no no no, no no there’s no limit!’ Anita van 2 Unlimited blèrt door de boxen, de volumeknop staat voluit. Misschien ook omdat het een lekkere, gemakkelijke gouwe-ouwe is, maar in ieder geval om de aanwezigen op te zwepen. Het lijkt te werken, want in en om het gebouw wordt flink gebuffeld. Opruimen, schrobben, meubels sjouwen, er is genoeg te doen. Ingepakte koffers staan dan al op een steiger, klaar om straks naar het vasteland te worden vervoerd.

Vrijdagmiddag, het weekje grenzen opzoeken op de Loosdrechtse plassen is voorbij. Volgend jaar weer, want ik zie het als een jaarlijks terugkerende vanzelfsprekendheid. De wens is er wel, maar de realiteit moet maar oordelen. Op het eiland kan veel, de vraag is of ik dat ook nog kan. Het zou er wel eens op kunnen lijken dat ik mijn snor druk, wat ik in principe ook aan het doen ben. Tijdens eerdere edities deed ik nog wel eens een poging om mijn behulpzaamheid te tonen. Passiviteit kwam niet in mij op. Maar ik blijf nu maar reëel

Op enige afstand, in de schaduw van een aantal bomen, kijk ik toe. Althans, dat probeer ik. Tijdens dit gadeslaan grijpt de vermoeidheid zijn kans. In het haventje bungelde ik namelijk die afgelopen ochtend al om zeven uur aan een tillift om mij in een Canadese kajak te laten nestelen. Samen met Sandra, behalve vrijwilligster tevens roei-gigant, maak ik mij klaar voor een tocht in het, voor mij doen, zeer vroege ochtendgloren. Naar wat ik hoopte en verwachtte lukte het haar om met gemak voor twee te peddelen. Het water voor ons uit is op dat moment nog als een spiegel zo glad. Het voelde bijna bezwaarlijk om te zien hoe vanuit het viertal kano’s om mij heen peddels in het water snijden, de spiegel in scherven achterlatend.

Met de ogen dicht laat ik de afgelopen week nog eens voorbij komen. Wederom heb ik solo gezeild en ook dit jaar daarbij grenzen proberen te benaderen van wat mogelijk is, maar een euforie bleef uit. Eigenlijk was dit jaar de enige grensoverschrijding niets anders dan een flinke eyeopener. Terwijl ik in een zeilboot, type randmeer, met mijn kin het roer controleer en diens eigen willetje bedwing, controleren twee anderen de zeilen. Maar opeens schiet de betreffende joystick weg, onbereikbaar voor mijn kin. De zekerheid van contact hebben met het roer ging hierdoor dus verloren. Uiteraard kan dit verlies gecompenseerd worden door te toveren met beide zeilen. Maar in die enkele split-seconds ging de boot flinke schuin, heel erg flink schuin. Dusdanig dat deze stoere zeeman toch minder stoer blijkt dan hij dacht. Bang? Eeh...ja!

De eerste dagen viel er behoorlijk wat regen en dat was beetje jammer, ondanks een genoeg aan wind. Het was ook jammer dat toen het weer mooier werd de bijbehorende wind over het algemeen een stuk afnam. Of beelde ik mij dat in en had ik gewoon gehoopt op meer? Maar jammer tot de macht 1000 en dan nòg meer, is dat ik eigenlijk ook blij ben om weer naar huis te gaan. Waarom? Daarom!

Net op het vasteland aangekomen ging mijn telefoon…

donderdag 6 augustus 2015

Jeuk


″Getverdrerre!″ Ik ben mijn voordeur nog niet uit of er ligt een spinnenweb over mijn gezicht gedrapeerd. En nu? Weer naar binnen rijden om hulp aan te vragen met de kans dat ik dan weer een tijdje moet wachten, daar heb ik geen zin in. Dus enigszins gruwelend wordt de jeuk doorstaan. Misschien is het gewenning of ik ben gewoon heel stoer, maar nadat ik tot twintig heb geteld is het irritante gekriebel verdwenen.

Het zou wel eens waar kunnen zijn dat ik mijzelf iets beter moet voorbereiden als ik van plan ben om, een frisse neus halend, de deur uit te gaan. Geheel spontaan iets dergelijks ondernemen is niet verstandig. Al vaak ben ik mijzelf daarbij tegengekomen. Aan de andere kant, een ongeluk zit in een klein hoekje. Oftewel, ik kan niet overal aan denken. Soms zit het mee, soms zit het tegen.

Afgelopen zondagmiddag neig ik naar verveling, ook al komt dat woord officieel niet bij mij voor. Ik heb altijd wel wat te doen en anders zorg ik dat ik wel wat te doen heb. Naar buiten toe, draag ik mijzelf op. Enkele minuten later, een paar honderd meter onderweg, rijst bij mij de vraag op of spinnetjes de emotie wraak kennen. Ik voel namelijk wederom wat kriebelen op mijn gezicht en hoewel ik er naast kan zitten, het zal mij niks verbazen dat dit het spinnetje is wiens spinnenweb ik zojuist had verruĂŻneerd. Wellicht hield dit klotebeestje zich eerst nog ergens op mijn hoofd schuil, maar was het nu tijd om wraak te nemen door fijn over mijn gezicht te wandelen, wetende dat ik hem er toch niet af kan vegen.

Waarschijnlijk is het kleine monster van mijn gezicht afgevallen, gesprongen of gewaaid. Maar opeens voel ik niets meer van zijn geterroriseer. Lang kan ik hier niet van genieten, want even verderop, ik heb net besloten om een langere route te nemen, belanden er enkele pluisjes op mijn neus en daaromheen. Ze blijven plakken en ik word gek van het gekriebel. Hoe het proces verloopt dat zich op dat moment in mijn lichaam afspeelt weet ik niet exact. Wat ik wel weet is dat mijn lichaam volledig verkrampt.

Maar dan komt het meest vervelende, mijn ogen beginnen te tranen. Dat betekent foute boel. Ik heb hier vaker last van, waarbij het voelt alsof mijn waterlanders zo uit de Dode zee geĂŻmporteerd zijn, oftewel beladen met een overdaad aan zout. Mijn ogen branden, ik kan ze nauwelijks openen vanwege de pijn. Behoorlijk balend besluit ik dat er niks anders op zit dan terug te gaan. Het ziet er waarschijnlijk niet uit. Met betraande ogen, die ik het liefst dichtgeknepen hou, rij ik enigszins zigzaggend naar huis. Er zijn veel mensen buiten en ik hoor ze zich afvragen wat daar voor een malloot rijdt, met de ogen dicht een rolstoel besturend. Heel even voor ik de neiging om iemand aan te klampen, maar doe dat niet. Eigenwijs?

Thuis gekomen is alles al vrij snel weer opgelost. Ik ga niet meer op pad, geen zin meer in. Ik ga maar schrijven, want er is ondertussen genoeg inspiratie voor een nieuwe blog.