woensdag 1 juli 2026

Factor

Met een PGB-er was ik onlangs onderweg van het winkelcentrum naar huis. Aan mijn rolstoelhangen twee goedgevulde tassen met boodschappen, op mijn voetenplank staan tussen mijn benen twee sixpacks bier gestapeld. Maar dat terzijde.

Ergens halverwege het zo’n 10 minuten lopen haalt zij de constatering aan dat ik tijdens ons parcours door het winkelcentrum weer aardig wat bekenden was tegengekomen. Met sommigen werd het een kort gesprekje, met een ander bleef het bij elkaar groeten. Het is inderdaad vaak het geval dat ik kennissen tegenkom. Is dat toeval? Misschien. Is mijn wereldje nou eenmaal zo klein? Ook misschien. Of komt het omdat ik nogal opval, dus snel herkend word met dat ding onder mijn kont. Wederom misschien. Tijdens het rondje langs de schappen was ook een flinke hoeveelheid ijsjes ingeslagen. Dat maakte dat ik niet de ruimte voelde om uitgebreid te gaan praten.

Inmiddels weet ik, zo verklaar ik aan haar, met alle gemak gesprekken te sturen, in te korten of zelfs af te kappen voordat ze überhaupt begonnen zijn. Omdat ik te moe ben, bepaalde lichamelijke ongemakken ervaar of, toegegeven, ik er gewoon geen zin heb. Asociaal? Zeg het maar. Daarop duidt mijn PGB-er dit tot één woord: jij hebt gewoon een hoop rolstoelcredits. Ja, ook al wist ik dat wel, nu heb ik de wetenschappelijke term.

Vergezeld door hoe die term gaan mijn gedachten terug naar een uurtje eerder. In de supermarkt passeerde ik een winkelwagen met in het zitje een kind. Zoals wel vaker in situaties met een klein kind, waar dan ook, kan ik mij niet beheersen en steek mijn tong uit. Ook al is dit natuurlijk grappig bedoeld en hoop ik een lach bij het kind uit te lokken, dit kan al dan niet door mijn rotkop natuurlijk totaal averechts uitpakken. Bij het kind en anders wel bij de meestal aanwezige ouder. Immers, een vreemdeling die je kind aan het huilen maakt. Een kind zal dat onderscheid nog niet maken, maar ik weet zeker dat een ouder, als die überhaupt al geïrriteerd raakt, bij mij niet verontwaardigd zal reageren vanwege je weet wel. Akkoord, dit is misschien niet het duidelijkste voorbeeld van rolstoelcredits.

Onlangs was ik in Meppel waar bij een muziekcafé een klein festival was georganiseerd. Daar kreeg ik spontaan de nodige biertjes aangereikt door wildvreemden. Ongetwijfeld wegens die sneue rolstoel. En uiteraard totaal niet vervelend hoor. Onderweg naar de uitgang rij ik nog over iemands tenen. Geef niet! Gevalletje rolstoelcredits!

Het feit dat ik de moeite neem om naar een optreden of theater te gaan wordt als bewonderenswaardig gezien en zeker weten die rolstoelcredits aanwakkeren. Ook toen onlangs bij dat café. De eigenaar sprak deze waardering uit en bedankte mij vol lof dat ik de moeite nam om naar zijn café te komen. Dit raakte mij. Inderdaad, zo vanzelfsprekend is dat niet. Kost het moeite? Dat is maar hoe je het bekijkt. Het feit dat ik mij niet snel laat tegenhouden door obstakels maakt dat ik zeker trots ben op mezelf. Daarbij moet ik toegeven inmiddels wel steeds meer met mijn conditie rekening te willen en moeten houden.

Laat ik maar genieten van die rolstoelcredits. En stiekem profiteren.          

Geen opmerkingen:

Een reactie posten