woensdag 12 augustus 2026

Wil

Enkele weken terug werd ik dus weer eens in het ziekenhuis opgenomen. Wegens een blaasontsteking, zoals zou blijken. Het balen werd die eerste avond voor een bepaald moment nogal overschaduwd door een opmerking uit specifieke hoek.

De gehele happening is inmiddels bekend terrein. Allereerst kan ik na het sluiten van de achterdeuren min of meer aanvoelen waar de ambulance zich begeeft. De drempels, bochten en rotondes, het stoppen en optrekken, ik zweef met mijn ogen achter de ambulance aan. Na binnenkomst op de spoedeisende hulp volgen eerst de nodige handelingen met urine, bloed en infuus. Daarna zal er geheid ook nog een arts langskomen en moet ik wachten tot ik naar een afdeling kan.

Gevoelsmatig was het na een lange tussenpoze - verlamd door de koorts was ik meermaals flink weggezakt - maar ik schoot wakker van een openzwaaiende deur. In een flits zag ik op de klok dat het inmiddels al tegen 22:00 liep. Ik weet zeker dat het zo’n beetje 18:30 was toen ik dit kamertje binnenkwam. De arts hield zijn praatje, stelde wat vragen en eindigde met dat wat ik eigenlijk al verwachtte. Namelijk hoe ik dacht over eventueel reanimeren. Niet leuk om te vragen, we hopen het natuurlijk ook niet, maar voor het geval dát wil ik het u toch voorleggen. Terecht!

Nu heb ik onlangs na wat wikken een niet reanimeren-penning aangeschaft en ben daarbij ook lid geworden van de Nederlandse Vereniging Vrijwillige Euthanasie. Schrok ik ook van toen ik dit de eerste keer las. Trots is niet het goede woord hierbij, maar vol overgave kon ik de vraag beantwoorden. Duidelijk! En hoe denkt u dan over beademen? Jeetje, die vraag had ik op dat moment even niet verwacht. Of eigenlijk sowieso niet verwacht. Ehm, valt dat niet onder hetzelfde? Nee sukkel, natuurlijk niet. Maar dat realiseer ik mij nu pas. Nooit eerder heb ik daar over nagedacht. Heb ik zo’n penning, is dat kennelijk nog niet voldoende. Maar goed, daar moest ik dan nog maar eens over nadenken, vervolgde de arts. Misschien ook wel om mij uit dit soort van dilemma te verlossen. Om 0:23 ging ik naar een afdeling.

De vraag betreffende het beademen houdt mij sindsdien nogal bezig. Dat ik een wilsverklaring wil opstellen, daar twijfel ik niet over. Hoe wankel zo’n standpunt misschien ook zal zijn. Oftewel, ik wil beslissingen niet voor mij uitschuiven. Liever nu iets opstellen - echt niet overhaast - en daar wellicht later op terug willen komen, dan helemaal niets. Waarom? Daarom! Beademen kan zover ik weet breed worden uitgelegd. Afspraken om informatie te krijgen, met mijn huisarts en een MS-verpleegkundige zijn ingepland. Onlangs sprak ik informerend en zeker verhelderend met een vrijwilliger van de NVVE. Ook met mijn dochters heb ik uitgebreid van gedachten gewisseld. Hierover en over meer zaken die ik inmiddels vastgelegd heb betreffende overlijden.

Wat wil ik nog wel en wat niet meer! Blind, doof, stom, misschien een andere aandoening. Is er een grens? Kan ik die trekken? De verklaring volgt.

(Trouwens, wil ik dit schrijfsel op zondag online plaatsen, ben ik die avond daarvoor wederom de klos met daarachter een verhaal van vrijwel gelijke strekking. Toeval? Bang van niet.)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten