dinsdag 11 februari 2020

Barst

Dat een ongeluk in een klein hoekje zit, daar kan ik al langer over meepraten. Ook weet ik hoe het is om compleet afhankelijk te zijn van technologie. Wie niet, zou je tegenwoordig kunnen zeggen, maar ik dus overduidelijk ook. Onlangs is mij dit feitje door zo’n ongeluk in een kleine hoekje maar weer eens snoeihard gebleken. Uitleg volgt!

Het is al sinds jaren dat ik absoluut niet meer door het leven kan gaan zonder de hulp van anderen. Of het nu gaat om ADL assistentie, huishoudelijke ondersteuning, medische zorg, individuele begeleiding, een technische ingreep betreffende mijn hulpmiddelen of anderzijds hulp. Ook deze afhankelijkheid is pas geleden maar weer eens onderstreept. En dit niet in positieve zin.

Het was een woensdagochtend, ergens eind januari. Na weken van praten, vragen, uitleggen en afspraken maken, was er voor mij binnen het revalidatiecentrum eindelijk wat actie in de taxi. Oftewel, die betreffende week had ik tot driemaal toe een afspraak waarin er zichtbaar gewerkt zou worden aan hulpvragen die ik had geuit. Op maandag werd er begonnen met neuropsychologisch onderzoek en die vrijdag had ik een intake met een psychomotorisch therapeut betreffende mogelijke sportactiviteiten. Die woensdag daartussen onderging ik een zitanalyse.

Om de frustratie betreffende de zitting en besturing van mijn rolstoel beter te kunnen begrijpen en misschien ook wel te kunnen verklaren werd die zitanalyse uitgevoerd. Twee zitspecialisten namen eerst mij onderhanden. Mijn lichaamshouding en bewegingsmogelijkheden werden uitvoerig bekeken en met deze info werd daarna de zitting van mijn rolstoel belicht. Hun conclusie was dat deze verre van correct op mijn lichaam was aangepast. Op dat moment hoorde ik de barst die er al zat in het vertrouwen dat ik zou moeten hebben in mijn rolstoel groter worden.

Wat is dit voor een absurde situatie? Wie heeft er nou gelijk? Heeft hij die mijn zitting creëerde, nota bene met een door hemzelf gemaakte gipsafdruk van mijn zithouding als uitgangspunt, slecht werk afgeleverd? Vorig jaar is in april deze afdruk gemaakt. Halverwege mei werd de rolstoel, inclusief zitting, bij mij afgeleverd. Maar nog zonder omgevingsbesturing, dus nog niet bruikbaar. Eind augustus was de rolstoel kant-en-klaar en ben ik deze per direct gaan gebruiken. Zou in deze loze drieënhalve maand mijn lichaam weer zijn vergroeid? Nee, dat kan toch niet? Of zitten de in zitten gespecialiseerde dames er naast? Geen van deze personen zal onnozel zijn, neem ik aan. Graag wil ik van beide partijen een uitleg en een gezamenlijke oplossing.

Een week later, terugkomend uit het winkelcentrum stopte ik even bij een bushalte om vertrektijden te bekijken. Waarom zou ik, online kan toch ook? Klopt! Met dat ik weer verder wil gaan tik ik met mijn niet handig gesitueerde smartphone tegen een paal van het bushokje, waardoor deze op de grond valt. Niemand te bekennen om te helpen. Nu had ik gezien dat de volgende bus bijna kwam, dus als ik drie minuten zou wachten kon ik de chauffeur om hulp vragen. Waarom weet ik niet, maar ik rij naar achter en hoor overduidelijk een beeldscherm barsten.

Dat hierdoor een deel van mijn al geringe zelfstandigheid verloren was gegaan, bleek toen ik ontdekte wat ik nu niet meer kon.

zaterdag 1 februari 2020

Herontdekken

Het ging om een pijnscheut in mijn rechter onderarm. Met een ’auw, auw, auw, auw, auw’ gaf ik mijn grens aan. Dat ik het niet bij eenmaal ‘auw’ hield, of een koelbloedige ‘stop maar, alsjeblieft’, heeft volgens mij te maken met een soort van cognitieve beperking. Ik kan niet altijd per direct op de juiste woorden komen. Door de MS? Wie weet.

Het was tijdens een fysiotherapeutische behandeling op het revalidatiecentrum. Na het oprekken en doorbewegen van de benen, volgden de armen. Ik liet het mij gebeuren. Heerlijk! Tot een bepaalde hoogte dan. De ogen hield ik gesloten als teken van concentratie, lichtelijk afzien en tegelijk ook wel ontspanning. Het pijnlijke moment brak dit echter af.

Opvallend, ik ben inmiddels vaak genoeg fysiotherapeutische gemarteld, maar deze pijn was nieuw. Anders redenerend: ‘oja, dat stukje lichaam heb ik ook nog!’ Verwaarlozing? Een soort van. Het gaat hier trouwens om daar waar de Ulna en de Radius, het spaakbeen en de ellepijp, vlak onder de elleboog samenkomen. Mijn gedachten dwaalden af naar twee maanden geleden.

Schrijven, lopen, ik herinner mij nauwelijks hoe dat was. Toen ik eind 2007 weer zelfstandig ging wonen kon ik met hulp van een rollator nog enigszins stappen. Langere afstanden waren voor de scootmobiel. Jeetje, ik werkte nog op het Emauscollege in Ermelo. Op dat moment nog maar drie ochtenden in de week, maar toch. Een half jaar later zou ik ermee moeten kappen. Met trein en scoot naar Ermelo en terug, met de rollator in het lokaal. Over doorzetten gesproken! De kracht in mijn benen ging destijds snel verloren. En ik maar verkondigen: als het zo blijft teken ik ervoor.

November 2009 verhuisde ik naar waar ik nu woon. Staan lukte nog, enkele seconden. Met de handen computeren ging toen ook nog wel. Sterker, ik heb lange tijd nog een papieren agenda op mijn tafel gehad. Totdat ook ikzelf niet meer wijs kon worden uit de kraaienpoten die ik nog produceerde. Hoe dan ook, volgens mij ben ik nu zo’n zeven jaar volledig afhankelijk van kinbesturing. Ik ben onderwijl alleen mijn hoofd en nek. De rest van mijn lichaam neem ik maar voor lief. Met een speciaal plekje voor mijn hart. Als het zo blijft, dan…

Twee maanden geleden was ik met enkele vrienden op Terschelling. Als verrassing werd mij een massage aangeboden. Geen snelle kneedpartij of spannende body-to-body, wel een mooie, zeer intense ervaring. Muziekje aan, gordijnen dicht, sfeervol! Ook al was het in positieve zin letterlijk slaapverwekkend, er ging weer een wereld voor mij open. Zo werden een voor een mijn tenen onder handen genomen. De eerste gedachte die ik kreeg was zoiets als: verrek, ik heb tenen, dat is waar ook. Natuurlijk weet ik dat ik tenen, benen, en armen heb, maar ik gebruik die dus nooit. Serieus, wat een bijzondere ervaring!

Het ging om holistisch masseren had ik begrepen. Toen ik na afloop aan de masseuse vroeg wat hier nou holistisch aan was, kreeg ik een antwoord als: zeg het maar, ik doe wat mijn hart mij ingeeft. ‘Je doet dus maar wat’, slikte ik maar in.

Of de fysiotherapeut ook holistisch te werk gaat, vraag ik me af.

dinsdag 21 januari 2020

Doodgewoon

Het waren toch echt gewoon bier en bitterballen. De volgende ochtend breng ik verslag uit aan de ADL-ers met wie ik in aanloop naar het gebeuren daarover had gefantaseerd. Wat krijg je daar voorgeschoteld? Jeetje, champagne? Kaviaar? Blokjes kaas?

De entourage lag dan behoorlijk wat levels hoger dan een gemiddelde partycentrum en op de dienbladen lagen ook overheerlijke hapjes met bijvoorbeeld humus en peper, er werd in de receptiezaal van het paleis mij ook een doodgewoon bittergarnituur voorgehouden.

‘Nieuwe ronde, nieuwe kansen!’ Vergezeld met een foto van een voor mij bekende gele envelop maakte deze woorden mij blij en verrast. Ik had er nog vaak aan gedacht, maar was het inmiddels compleet vergeten. Annemiek, de vrouw achter stichting Ikone, bracht mij online alvast op de hoogte.

Najaar 2018 had zij mij aangemeld voor de Shakingtree Award van het ministerie van VWS. Als een van de drie genomineerden werd ik enkele weken later door de secretaris-generaal van dat ministerie, Erik Gerritsen, uitgenodigd voor de nieuwjaarsreceptie van de koning en koningin. Ik? Daaro? Maar omdat ik op het moment suprême in het ziekenhuis lag, beloofde Erik Gerritsen mij voor het volgende jaar opnieuw uit te nodigen.Beloofd is beloofd en zo las ik opnieuw dat in opdracht van Hunne Majesteiten De Koning en Koningin de grootmeester de eer heeft om mij uit te nodigen voor de nieuwjaarsontvangst… blablabla… Aan het kledingvoorschrift kon ik gelukkig nog voldoen, dacht ik, want vorige jaar was er immers al een pak gekocht.

Toen ik het kostuum rond kerst alvast eens wilde showen hield ik rekening met de worsteling om het colbert aan te laten doen. Maar kakkerdekak, wat ik niet verwachtte is dat de blouse niet dicht kon. Wel om mijn buik, maar niet om die stierenek van mij. Kwam dit door overbelaste kaken? Zeg het maar. Wat volgde was een dilemma. Ging ik zonder stropdas of kocht ik een colletje?

Die middag waren de wegen rond het Paleis op de Dam afgezet. Maar niet voor ons! Eenmaal doorgelaten begon het circus. Voor de hoofdingang stopte ons taxibusje tussen de grote, zwarte bolides. Achter de dranghekken stonden toeschouwers en enkele camera’s. Ik voelde me een Vip. In het paleis, op de eerste verdieping, stond er een flinke rij. Het merendeel van de 500 genodigden was al aanwezig. Wij werden meteen naar voren geloodst. Vlak achter de politieke kopstukken mochten wij plaatsnemen. Was het op alfabetische volgorde? Daar leek het even op, want die andere Geert stond pal naast mij. Wilders knikte mij vriendelijk toe.

Eenmaal aan de beurt introduceerde de grootmeester mij met luide stem en daarna mochten wij naar de Majesteiten toe. Een halve minuut later waren we alweer op weg naar de receptiezaal. Pas daar realiseerde ik mij hoe die seconden waren verlopen. Ik stak, voor mijn beurt overigens, van wal met een watervalletjes aan woorden. Over vrijwilligerswerk, schrijven, zoiets. De koning onderbrak mij met: ‘fijn dat u dit voor de samenleving doet’. Toen ik van beiden een hand kreeg, was het duidelijk dat wij weer konden vertrekken.

Daarna volgde de receptie, met het aapjes kijken, de toespraak van de koning en dus bier en bitterballen.

Wat een belevenis!

maandag 13 januari 2020

Hulp

Stel je voor, het is nacht. Je wordt wakker en ziet op de wekker dat het 0:07 is. Ruim een uur eerder heb je je op bed laten leggen. Maar dit alles terzijde. Een behoorlijk zere heup heeft je uit de slaap gehaald. Uitleg!

Sinds ik mijzelf nog iets kon bewegen slaap ik op mijn rug. Hoewel mij verteld werd dat wisselende houdingen verstandig zou zijn, deed ik daar niets mee. Ik sliep immers goed! Enkele jaren geleden wees een ergotherapeut mij nogmaals op het belang ervan en op het bestaan van een speciaal systeem hiertoe. Een soort van boekensteunen om mij te fixeren en dan om de twee uur van houding laten wisselen. Dus gebroken nachten! Ammehoela! Eigenwijs?

Enkele maanden terug ontdekte ik bij toeval slaapapneu. Was dit sinds kort? Al jarenlang? Kweenie! Zuurstofondersteuning wordt aangeraden in zo’n geval. Maar verschillende mogelijkheden daartoe waren voor mij geen optie, vanwege een blaaspijpje boven mijn mond, wanneer ik op bed lig. Maar wie weet zou wisselligging helpen! Toen ging ik min of meer overstag.

Voordat er poepdure boekensteunen worden aangeschaft, probeer ik de wisselligging eerst provisorisch uit. Gewoon wat kussens in de rug. Ondanks mijn speciale matras word ik vaak na zo’n twee uur niet geheel vanzelf wakker met een beurze heup. Zo dus ook toen om 0:07. Als ik hulp wil vragen, dus op het pijpje blaas, weigert mijn smartphone dienst. Niet voor het eerst.

Op mijn huidige rolstoel zorgen een smartphone, specifieker de Click to Phone-app, in combinatie met een zender-/ontvangertje, de zogeheten Housemate, voor de omgevingsbesturing. Als ik op bed lig, gaan smartphone en Housemate met mij mee. Gedoe? Valt wel mee.

Behalve dat de combinatie Geert en techniek niet altijd werkt, wil de samenwerking tussen Housemate en smartphone ook niet altijd lukken. Waarschijnlijk was ik bij het aanschaffen van de smartphone gewoon een knieperd. Mijn vette Motorola was niet alleen goedkoop, maar ook een kat in de zak. Beide apparaatjes bijten elkaar geregeld, met een hulpeloze Geert als gevolg. Mijn teleurstelling zou door de muren heen hoorbaar kunnen zijn. Maar ook om 0:10 uur?

Gelukkig is er voor dit soort gevallen een back-up, een noodgreep. Naast mij hoofdkussen laat ik altijd een soort van geluidsontvanger plaatsen. Door een hart geluid te maken wordt er contact gelegd met ADL-ers. Maar kakkerdekak, wat ik ook brul, geen contact! Het apparaatje is niet neergezet, laat staan aangezet. Vergeten. Door wie? Laat ik het maar bij mezelf houden, de regie ligt immers bij mij. Stiekem denk ik: waarom heeft men mij er niet op geattendeerd?

Daar lig ik dan, inmiddels 0:12. Nog steeds pijn in mijn heup. Hopen dat er nu spontaan hulp aanbelt is niet meer dan een soort van Wishful thinking. Mijn wekker gaat om 7:15 af. Maar dan nog moet ik zelf om hulp vragen. Wat heet gelukkig, maar ik heb om 9:00 een veiligheidsafspraak. Als ik dan nog geen contact heb gezocht, dan doet Fokus dat met mij. Ik vraag altijd op tijd om hulp, dus vertrouw er maar op dat men doordenkt.

Om 7:50 wordt er aangebeld en hoor ik de voordeur opengaan. Straks maar een geheugenbriefje
voor mijzelf ophangen.

donderdag 21 november 2019

Waarom

Het vervolg start hopelijk niet veel later, een intakegesprek staat voor binnenkort. Onlangs vroeg iemand of ik wist wat mij in het revalidatiecentrum eigenlijk te wachten staat. Veel verder dan dat ik hoop om voor een aanpassing van de rolstoelbesturing te kunnen gaan, kwam ik op dat moment eigenlijk niet.

Voor alle duidelijkheid, inmiddels heb ik een veel duidelijker beeld van wat het traject mij daar zou kunnen brengen. Maar als ik terugdenk aan dat magere antwoord, dan schaam ik mij een soort van. Het is daar immers wel serious business. Daar was ik mij toch wel van bewust? Waarom bleef het aanvankelijk dan bij die 0,0 seconden verdieping in wat ik kon verwachten. Pas vanaf het moment van die ene vraag kwam ik in actie.

Maar Geert, jij weet nu toch al genoeg? Of in ieder geval veel meer. Waarom dan deze verbazing over jezelf? Oké, mijzelf omlaag halen hoeft niet. Ben ik ongeïnteresseerd? Nee. Of laks? Ook niet. Is het misschien een stukje ontkenning van de ziekte? Dat zou heel goed kunnen, want pas geleden kreeg ik nog te horen dat de laatste jaren veelvuldig advies tot meer hulp vaak door mij als onnodig werd afgehouden.

Ergens vraag ik mij ook af of mijn niet doortastend zijn te maken heeft met een cognitieve achteruitgang. Het is immers zo dat bij MS er een redelijk grote kans is dat ook de cognitie wordt beïnvloed. Nee, ik weet heus wel dat ik geen kasplantje ben geworden, maar de impact is er volgens mij wel degelijk. Concentratievermindering, woorden verwarren, details vergeten of soms het overzicht verliezen.

Hoewel ik beslissingen af en toe ook heel snel neem, soms te makkelijk en ondoordacht, met alle gevolgen van dien, kan ik aan de andere kant ook lang blijven toekijken. Dit afwachten, terwijl bijvoorbeeld het revalideren al lang en breed aanstaande is, dat past eigenlijk ook wel bij mij. Maak ik mij nu dus druk om niks? Of word ik eindelijk kritisch?

Al met al is het een bewuste keuze geweest om mij door de huisarts te laten verwijzen, maar gek genoeg heb ik niet bewust voor een revalidatiecentrum gekozen. Het idee kwam eigenlijk in mijn schoot geworpen. Uitleg!

Het was een opeenstapeling van frustraties. Het ging weer eens om die eeuwige rolstoel, om slaapapneu en misschien wel beademingsondersteuning en het besef dat ik steeds meer hulp nodig heb. Er moest iets gebeuren, vond ik. Maar wat?

Tijdens een belletje om advies naar het MS-loket werd gesproken over revalidatiecentrum Nieuw Unicum in Zandvoort. Ik kreeg spontaan een smile. Met het woord revalidatiecentrum viel er ineens een kwartje. Dàt lijkt me verstandig. Revalideren, APK, mezelf op alle fronten goed laten doorlichten. Maar bovenal was het de primaire Geert die iets anders hoorde: Zandvoort, dus zee, uitwaaien, strandtent.

Dat daar intern verblijven ook gaat vervelen, zover was ik nog even niet. Maar een telefoontje later wist ik wel beter. Het aantrekkelijke oord aan de kust was voor mij niet the place to be. Het ging hier niet om een revalidatiecentrum. De vogellanden in Zwolle was qua expertise ook zeer geschikt voor mij.

Trouwens, waarom moeilijk doen als het makkelijker kan!


donderdag 31 oktober 2019

Aanpassing


Misschien had het zo moeten zijn. Immers, ik was nu eindelijk overtuigd. Het was trouwens een geluk dat die ene vrouw toevallig voorbij fietste.Toen ik even later thuiskwam was ik geladen. Maar jankte ik vanwege de zoveelste klotesituatie of was het de opluchting dat ik zowaar openlijk erkende hulp nodig te hebben.

Onlangs, een zondagmiddag. Het zonnetje dreef mij naar buiten. Deze logica was helaas niet meer vanzelfsprekend. Voorheen dwong ik mijzelf dagelijks de deur uit. Echter, gedurende het laatste jaar heb ik mijn vrij onbevangen en positieve levensinstelling, vol met liefst grensverleggende activiteiten, geleidelijk aan verloren.

Tot halverwege dit jaar zat ik, noem het vrij zorgeloos, in mijn vorige rolstoel. Daarmee kon ik de wereld aan vond ik. Wat voor fysieke achteruitgang mij ook overkwam, mijn rolstoel ontwikkelde zich met mij mee.

Terugblikkend zijn er enkele gebeurtenissen die ik zie als bepalend voor deze omslag. Die reis vol spectaculaire bezigheden van vorig jaar, die ik heb moeten afsluiten met een kleine week in een Frans ziekenhuis, heeft veel impact gehad. Kennelijk kan ik niet meer zoveel van mezelf vergen! Ook een aantal flink beangstigende momenten tijdens een zeilweekend hebben mij onzeker gemaakt. Zeilen, een jaarlijks terugkerende vaste prik, dat nooit meer!

Maar zeker ook het enkele maanden terug overstappen op mijn nieuwe rolstoel heeft een grote rol gespeeld. Aanvankelijk was het nog een proces van wennen, wat al met al vrij voorspoedig is verlopen. Geleidelijk aan ontdekte ik echter dat de kinbesturing niet meer goed functioneerde. Nee, dit had geen technische oorzaak, mijn lichaam kon deze besturing niet meer aan. Ik moest maar eens gaan uitkijken naar alternatieven. Voor alle duidelijkheid: het waren anderen die mij hierop attendeerden. Zelf zag ik het niet, of wilde ik het niet zien! Ammehoela, dacht ik, die kinbesturing heb ik toch al jaren? En trouwens, hoe moet ik anders mijn computer bedienen? Verandering, aanpassing, no way!

Die ene zondagmiddag ging ik ondanks twijfel dus toch naar buiten. Nauwelijks 150 m verderop voelde ik hem opkomen. Een doodgewone nies, niets mis mee zou je zeggen. Helaas, na afloop van deze krachtsexplosie kon ik mijn tocht niet voortzetten. Door verkramping in de hals? Door verplaatsing van mijn lichaam? Hoe dan ook, ik kon slechts met een grote krachtsinspanning en met kaakkramp tot gevolg, de betreffende joystick met mijn kin beroeren.

Nee! Niet weer! Net nu! Dit was mij al zo vaak overkomen de laatste tijd. Verdergaan was geen optie. Gedesillusioneerd draaide ik om. In etappes van enkele meters kwam ik vooruit. Onderwijl steeds stoppend om mijn kaken ontspanning te gunnen.

Waar ik al langer bang voor was werd nu de waarheid. Halverwege het kruispunt stond ik weer stil en nondeju, het lukte mij gewoon niet meer om de besturing te beroeren. Daar stond ik, midden op de weg. Waarschijnlijk hadden auto’s ook wel gestopt, maar dankzij die behulpzame vrouw bereikte ik de overkant.

Onderwijl heb ik een therapeutisch traject aangevraagd bij een revalidatiecentrum. Het is niet alleen die kinbesturing. Ik ga mijn ziekte maar eens serieus benaderen. En dat onbevangene komt heus wel weer terug

Iemand vond mijn blogs de laatste tijd wat zuurder. Misschien klopt dat ook wel.

vrijdag 11 oktober 2019

Herhaling

Je zou haast denken dat ik middels een déjà vu mezelf in de maling neem, maar dit was echt.

Natuurlijk had ik er rekening mee moeten houden. Dat was ook gebeurt, maar volgens de realiteit niet afdoende. De herinnering aan de vorige keer had zich als een wijze les gemeld in mijn bovenkamer, maar een herhaling zou nogal absurd zijn.
        
Viel er mezelf iets te verwijten? Misschien, zeg het maar. Volgens de chauffeur wel. Had ik maar op een andere tijd moeten reserveren. Dat zei hij tegen Eelco en Riet, toen zij hem vroegen naar het waarom van het late arriveren. Gelukkig niet tegen mij, want ik was ontploft!

Onderweg gingen mijn gedachten terug naar toen, lang geleden. Het was tijdens vakantie, ergens in Frankrijk, of Duitsland. Het moment zelf kan ik mij nog herinneren. Althans, dat denk ik maar. Was ik 9? 12 jaar? Daar waar wij liepen waren wij eerder geweest, toch? Mijn ouders wisten wel beter en legden mij uit wat een déjà vu is.

Leuk was het zéker niet, wat ik onlangs beleefde. Wel héél toevallig. Met een taxibusje was ik op weg naar de schouwburg, waar vrienden stonden te wachten om samen naar een voorstelling van Theo Maassen te gaan. Het was bijna 6 jaar geleden toen wij dit ook van plan waren. Net als nu had ik ook toen ver vantevoren de tickets gekocht. Ook destijds stonden Eelco en Riet bij de ingang te wachten en was het al met al maar de vraag of ik een leuke avond zou hebben, of niet. De seconden tikten! Zou het doorgaan?

Destijds schreef ik ook een blog, waarin ik teruglezend veel overeenkomsten met een kleine 2 weken geleden zie. Eigenlijk mag ik wel een zowel medisch als psychologisch mirakel worden genoemd. Ondanks frustraties, irritaties, wanhoop, enkele zelfverwijten en het in stilte de chauffeur vervloeken, blijf ik ogenschijnlijk rustig.’ En ‘op dat moment ben ik al minstens twee keer geïmplodeerd. De frustratie om klemvast in een taxi te zitten en onderwijl allerlei tegenslagen te moeten slikken, is enorm!’

Verschillen zijn er gelukkig ook. Zo kwam de taxi destijds op tijd, maar hoorde ik, eenmaal vastgesnoerd, dat het een drukke avond was qua ritten. Onlangs kwam de taxi veel te laat met als excuus dat er onverwacht vanuit de centrale door de afdeling planning een drietal ritjes tussendoor waren gepropt. Waaronder dus mijn tochtje naar Theo.

De vorige keer stond er een vriendelijk maar nerveus groepje theatermedewerkers, als was het een welkomstcomité, klaar om mij linea recta vanuit de taxi de zaal in te slepen, zodat Theo zijn overdracht kon beginnen. In het donker moest ik mijn jas laten uitdoen. Onlangs stond er gelukkig nog een kleine rij wachtenden bij de ingang. Daardoor zakte het stresspeil wel enigszins, maar ik ben wel eens een avond theater met meer plezier begonnen.

De chauffeur zei nog dat hij hoopte mij niet te hoeven ophalen. Ik weet niet of hij bedoelde dan al vrij te zijn of dat hij mij en mijn gemopper niet meer in de taxi wenste.

Net als toen vaagt het eerste lachsalvo bijna alle frustraties weg.