vrijdag 24 september 2021

Rollercoaster

‘Mag ik dit zeggen? Ja, dat mag ik zeggen.’ Mart Smeets ten top.

Deze neem ik, danwel met enige reserve, over. Misschien is het nogal overdreven om de vergelijking met een achtbaan te gebruiken. Relativeren is hierbij wel op zijn plaats. Maar mijn gevoel volgend; ik werd in korte tijd wel heen en weer gesmeten.

‘We hebben de juiste antibiotica voor uw situatie te pakken. Helaas is deze niet in tabletvorm. U krijgt het thuis per infuus toegediend. Dagelijks komt de wijkverpleging een nieuwe dosis aanbrengen.’ ‘Jeetje, moet ik dan zo’n paal met mij meeslepen?’ Ik kijk de arts aan en ik knik naar de stellage naast het ziekenhuisbed. Maar de infuustechnologie gaat ook met zijn tijd mee, wordt mij verteld. Die middag kreeg ik alvast een zogeheten picc line in mijn linkerbovenarm aangebracht, waarop thuis de vloeibare medicatie kan worden aangesloten. Als dan alles is geregeld, dus de thuiszorg beschikbaar en ook de antibiotica geleverd, kon ik in principe de volgende dag, dinsdag dus, naar huis. Het werd woensdag.

Een week eerder, woensdag in de late avond, werd ik na een dag ziek zijn met een turbokoorts als climax opgenomen. Een niersteen bleek de oorzaak hiervan. Meteen weghalen, mijn voorstel, was niet mogelijk. Al was de koorts morgen weer weg, ik was nou eenmaal niet de enige op de wachtlijst. Over enkele weken mocht ik op een operatiekamer verschijnen.

Het thuisinfuus werkte prima, aanvankelijk. Maar die zondag viel het een wijkverpleegkundige op dat mijn arm dik, strak en rood was. Ook nogal pijnlijk bij aanraking. Wat bleek, er kon zelfs geen bloed worden opgenomen uit de ader. Foute boel dus. Verstopping? Bij de huisartsenpost was ik beller nummer 17, dus werd 112 maar ingeschakeld. De aanwezige ambulancebroeder verwijderde, na overleg met het ziekenhuis, het foute en plaatste een noodinfuus in de andere arm. De volgende ochtend moest ik maar een afspraak maken om een correct infuus te laten verplaatsen.

Die woensdag kon ik daarvoor pas terecht, maar vanwege de pijnlijke arm moest ik direct maar even naar de spoedeisende hulp komen. Gatver, wat een gezeik. Toen ik daar tweeënhalf uur later arriveerde werd ik vrij snel geholpen. Dat gaat voortvarend, dacht ik toen nog. Er werd een echo van mijn pijnlijke Aram gemaakt. Meekijkend op het scherm, vraag ik naar de donkere plek die ik zie. Dat is de verstopping, zegt de echo-mevrouw alsof het niets is. Maar ik schrik mij helemaal lam. Anderhalf uur later krijg ik de officiële uitleg: trombose, bloedverdunners.

Twee dagen later dus opnieuw naar het ziekenhuis. ‘s ochtends voel ik nogal wat pijn in mijn onderarm. Ben ook wat kortademig vertel ik aan een arts. Misschien komt dat ook wel door die lompe taxichauffeur, denk ik nog. Als ik klaar ben met een nieuw infuus aan mijn rechterarm, hoor ik dat er in de loop van de dag een CT-scan wordt gemaakt om een longembolie uit te sluiten. Fijn natuurlijk, maar jeetje, wat overkomt mij allemaal! Met de wetenschap van prima longen en dat de pijn in mijn arm vanzelf weg zal trekken, kom ik om 19:15 thuis.

De niersteen is er ook al uit. Wordt vervolgd!

maandag 13 september 2021

Wensen

Op het strand van Ameland was hij als zuigling aangespoeld. 
Overboord gegooid, op een reddingsboei gebonden…

‘De vondeling van Ameland’, door Boudewijn de Groot. Zo’n 17 jaar geleden heb ik die tekst in mijn kop gestampt voor een individueel optreden op een open avond van het koor waar ik lid van was. Dusdanig kennelijk dat ik slechts bij het woord Ameland het geheel als uit het niets zo weer oprakel.

Toen ik mij in januari bij De Hinkelaar aanmeldde om eind augustus een week naar het eiland te gaan, zou dit eerder niet dan wel doorgaan, vermoedde ik toen. Het toenemende vertrouwen werd begin augustus echter definitief bevestigd, waarbij de tekst zich weer verankerde in mijn hoofd. Daar bleef het, zelfs toen er een tweede riedel bij kwam.

Ik ga zwemmen in Bacardi Lemon.
Een echte tijger is niet te temmen…

Niemand minder dan Mart Hoogkamer (wie?) was met dit nummer en bijbehorende clip tot voor kort razend populair in heel Nederland. Het was overduidelijk dat tijdens de gehele Amelander week dit muzikale hoogstandje bij iedere deelnemer in het hoofd zat, zo ook bij mij. Dus raar is het niet, loslaten zat er gewoon niet bij.

Dat niets vanzelfsprekend is weet ik als geen ander. Toch neigde ik daar tegenin te gaan. Met dezelfde stichting was ik vorige jaar naar Texel geweest, met enkele grensverleggende activiteiten al dan niet op het programma. Ook dit jaar wilde ik met mijn hoofd in de golven en op een duofiets zitten. Bier en bitterballen bij een strandtent is eenvoudig te realiseren, maar dat andere?

Blokarten, strandzeilen, stond op het programma. Vanaf daar waar het pad ophield, de rolstoel dus moest achterblijven, werd ik met een speciale tilmat door tien armen achterin een stoere auto geplaatst. De achterklep moest wel dicht, dus werden mijn benen maar naar binnen gepropt. Oh, wat zat ik lekker, maar alles voor een hoger doel! Nog geen tien minuten later werd ik uit de auto bevrijd en volgde een andere beproeving. Met ducttape en enkele spanbanden werd ik met een driewiel-karretje vereeuwigd. Mijn stuurvrouw nam ook plaats en samen vlogen we snoeihard over het strand.

Als ik later in die week in een soort rolstoel zittend golven over mij heen en in mijn neus krijg smaakt de zee weer vies en lekker tegelijk. Ook op pad met een duofiets ging door. Met enige inventiviteit, de bekende spanbanden en ducttape en vooral een persoonlijke drive kon dit doorgaan. Perfect kon ik absoluut niet zitten, dat bleek maar weer, maar daardoor liet ik mij niet tegenhouden.

De goede herinnering aan alles blijft, ook al moest ik vier dagen na thuiskomst naar het ziekenhuis. Iemand vroeg aan mij of het klopt dat ik iedere keer als ik weg ben geweest ziek wordt, blaasontsteking bijvoorbeeld. Of zelfs na het ziekenhuis moet, zoals dit keer met een niersteen en alle gevolgen vandien.

Jeetje, dat zou best wel eens kunnen kloppen, ik hou het niet bij. Wil het eigenlijk ook niet weten. Zou ik mij erdoor laten tegenhouden en maar thuisblijven. Ik wil nog wel op pad kunnen gaan. Heb nog wensen zat.

Of is dat mijn kop in het zand steken?

woensdag 18 augustus 2021

Struggle

‘Jeetjemina, wat een gedoe. Met die rotdingen aan krijg ik de knopen haast niet dicht.ʹ

Onderwijl hoor ik haar denken: wat een klote-knoopjes. Waarom zoekt die kerel geen andere kleren uit. Een trainingspak ofzo. Dat is natuurlijk slechts een aanname en ook nog eens volledig onterecht waarschijnlijk. Op dat moment kan ik alleen maar begrip voor de zorgmedewerkster hebben. Inmiddels heb ik volgens mij al haar collega’s hier al eens over gehoord

Toch verschijnt er enkele seconden later een glimlach op mijn gezicht. Bovenstaande zin wordt door haar vervolgd met de conclusie: ‘wat een struggle.’ Een collega, ook begin twintig en ook in mijn slaapkamer aanwezig, laat haar herkenning blijken door te verkondigen ernaar uit te kijken weer zonder handschoenen te mogen werken. ‘En die mondkapjes, net zo’n struggle!’

Voor alle duidelijkheid, op dat moment is de dagelijkse happening van douchen en aankleden in een vergevorderd stadium. Voor het laatste kledingstuk zit ik al in mijn rolstoel. Met de bekende steriele handschoenen aan probeert de medewerkster mijn overhemd dicht te doen. Dat dit niet eenvoudig gaat, het lubberende materiaal steeds klem blijft zitten, moge duidelijk zijn.

Zover ik mij herinner waren steriele handschoentjes feitelijk altijd stevig en goed passend. Sinds er door noodzaak wereldwijd behoefte is aan deze dingen, is er een klakkeloze overproductie ontstaan met een zichtbare kwaliteitsvermindering tot gevolg. Snel kapot en vaak een rare pasvorm. Had Siewert ook maar oog gehad voor de kwaliteit.

Ook al heb ik fysiek inmiddels flink moeten inleveren, volgens mij is in die bijna twaalf jaar dat ik hier woon het ochtendritueel nauwelijks gewijzigd. En ook door corona is er wereldwijd binnen iedere samenleving danwel veel veranderd, bij mij dus niet. Lekker lullen weer, ik weet het. Adl’ers moesten opeens wegwerphandschoenen en enigszins verstikkende mondkapjes gebruiken. Ook in mijn dampende douchehok. Hoezo, nauwelijks verandering?

Waarschijnlijk heeft iedereen wel een ware leeftijd. Al kan deze fluctueren. Voor het echie leeftijd X, gevoelsmatig leeftijd Y. Denk ik dus dat mijn ware leeftijd een flink aantal jaren lager ligt, wordt dat in één klap door haar onderuitgehaald. Het woord ken ik uiteraard, maar niet in deze context. Overduidelijk behoor ik tot een andere generatie. Ze moest eens weten hoeveel impact dat ene woordje heeft. Niet alleen omdat ik van taal, nieuwe taal of ander taalgebruik hou. Sinds die ochtend vraag ik aan iedere medewerker wat voor hem of haar een struggle is. Gelukkig moet ik soms ook aan hen eerst nog uitleggen wat er met struggle bedoeld wordt.

Over het algemeen merk ik bij anderen ook dat mondkapjes en handschoenen niet populair zijn. Daarbij hoor ik tussen de regels door ook wel de cynische opmerkingen waarom ik toch spijkerbroeken met een gulp van knopen in plaats van een rits koop en zo ook overhemden met knopen in plaats van drukknoppen? Begrijp mij goed, dit wordt mij niet verweten, maar zijdelings wel benoemd. Alle begrip, maar ik doe er eigenlijk niets mee! Ook hoor ik enkele andere geluiden over lichte irritaties, maar die doen er nu niet toe. Zolang het dagelijkse omgaan met cliënt 16, ik dus, maar geen worsteling wordt.

Of ikzelf nog struggles heb? Jazeker, maar daarover een andere keer.

maandag 2 augustus 2021

Eigenwijs

ʽWat leuk om jou hier te zien. Dus je durft het wel weer aan, zo alleen, zonder begeleiding?ʹ Die zondagmiddag kom ik een bekende tegen. ʽWeet je dat ik hier totaal niet over heb nagedacht? Nou ja, nauwelijks.ʹ

Onlangs, het was lekker weer. Dusdanig dat de gemiddelde Nederlander die middag de wens had om naar buiten te gaan. Ook ik kreeg het plan. Op dat moment zou er vanaf mijn rechterschouder een engeltje in mijn oor moeten fluisteren dat ik maar beter thuis kon blijven. Zoals wel vaker het geval is, zou daaropvolgend vanaf mijn linkerschouder een duiveltje mij ervan proberen te overtuigen toch naar buiten te gaan. ʽGewoon doen als je daar zin in hebt.ʹ Wat de uitkomst zou zijn van deze redetwisterij? Ik weet het niet. Simpelweg omdat het niet heeft plaatsgevonden.

Nu, achteraf kan ik heel verstandig praten, sta ik nog steeds in een soort van spagaat. Wat zou op dat moment verstandiger zijn geweest. Enerzijds wil ik mijzelf echt niet opsluiten in mijn eigen huis, inclusief dat extraatje van 6 m² buitenlucht. Daartegenover staat het gevangen zijn op een fietspad. Alle vrijheid om te gaan waarheen ik wilde, maar desondanks geen kant op kunnen, omdat ik niet bij de kinbesturing kan.

Die betreffende middag ging ik dus enthousiasme en overtuigd naar buiten. Toegegeven, nog voordat ik de voordeur passeer bedenk ik hooguit in een flits dat dit misschien niet zo verstandig is. Maar ik zat goed in mijn stoel, dus gaan met die banaan. Voor de zekerheid nam ik de route over dat goed geasfalteerde en ellenlange fietspad. Wat kon mij nog gebeuren, dacht ik.

Nauwelijks tien minuten later kwam ik dus iemand tegen. Hé hallo, klepperdeklep. Vermoedelijk is het vriendelijk bedoeld, maar vermengd met een portie cynisme zou heel goed kunnen. Met dat ze mijn solistische actie benoemd, wordt er feitelijk een behoorlijk teer punt blootgelegd. Het is een confrontatie met mijn eigenwijsheid. Immers, wie verkondigd overal dat hij niet meer alleen op pad wil en zou moeten gaan? Ook tegen haar vertel ik goed te zitten en mij veilig te voelen. De logica om zonder begeleiding buiten te zijn spat er vanaf. Maar net op dat moment moet ik niezen, met de nodige gevolgen zal blijken. Want niezen betekent dat er een soort van schokgolf door mijn lichaam gaat. Als ik even later weer alleen ben en verder wil gaan, blijk ik niet meer bij mijn kinbesturing te kunnen. Met een onooglijke moeite keer ik om en ruim drie kwartier later ben ik weer thuis. Oh, wat was ik vrolijk! Dit doe je nooit meer, sukkel.

Voor enkele dagen later staat er een bezoek aan de huisarts. Die ochtend komt ook een pgb-er voor huishoudelijke ondersteuning. Verstandig geworden door bovenstaand avontuur, timmer ik alle risico’s dicht. Ik vraag de pgb-hulp om mee te gaan, besluit ik vooraf. Maar die ochtend ga ik toch maar in mijn eentje op pad. Het is maar tien minuten rijden en ik zit goed in mijn rolstoel. Bovendien is het zonde van mijn pgb-budget, redeneer ik nogal krom.

Er ging gelukkig niets fout onderweg. Dat ik eigenwijs ben moge duidelijk zijn. Verstandig zijn is best wel lastig.

zondag 25 juli 2021

Privé

Over de intercom vroeg ze of ik tijd had voor een terugkoppeling. Even later, bij mij aan tafel, werd mij door mijn contactpersoon verteld dat het team zeer positief op mijn woorden had gereageerd. Ik was eerlijk en duidelijk.

Dit had ik eigenlijk ook wel verwacht. Het gaat hier immers over professioneel denken en handelen. Maar enige voorzichtigheid was er eveneens, want ik kan hier dan wel wat van vinden, hoe de medewerkers hierover dachten wist ik natuurlijk niet.

Er werd onlangs aan mij gevraagd of ik nog aandachtspunten had voor het teamoverleg wat toen nog aanstaande was en waarin ook mijn persoontje zou worden besproken. Waar ik aanvankelijk geen input had, sneed ik op de valreep toch maar dat ene onderwerp aan. Ook al gaat het feitelijk niemand wat aan, tot een bepaalde hoogte zal ik hierbij wel de hulp nodig hebben van de ADL’ers. Er zijn aan mij overduidelijke wensen en verwachtingen geuit, waar ik op dat moment wel aan moet en wil voldoen.

Waarom die twijfel? Het is eerder schaamte. Ook ik moest die drempel over. Volgens mij is het trouwens een heel menselijk onderwerp. Waar en hoe je ook woont, zorgbehoevend of niet. Misschien gaat het niet iedereen aan, of toch wel? Dat ik hier een blog over schrijf, is geen naïeve, ondoordachte actie. De vraag was, is en blijft waarom ik dit onderwerp eigenlijk met anderen, laat staan mijn naasten, zou delen? Ook dit is mijn leven, mijn leven met MS. Had ik een ander, zelfstandiger leven gehad, dan was dit niet in mijn hoofd opgekomen. Maar ja, dan was ik ook nooit aan bloggen begonnen.

Wonen bij Fokus is ook zelfstandig wonen, maar dan met een team van zorgverleners om mij heen. Is iets privé houden in dat geval minder vanzelfsprekend? Dat niet, maar het belang zag ik wel. Eigenlijk zelfs de noodzaak! Vandaar dat ik een eigen schrijfsel liet voorlezen tijdens de vergadering. Om met de juiste woorden het team te laten kennismaken met mijn nieuwe werkelijkheid. Dat ik soms gebruik zal gaan maken van die andere vorm van zorgverlening, die door Stichting Alternatieve Relatie, ook wel sekszorg genoemd.

De Fokusmedewerkers zullen hier slechts indirect mee te maken krijgen, zoals mij vooraf, op minder gebruikelijke tijden douchen en idem het bed verschonen. Vanwege extra werkdruk voor hen is enige introductie wel op zijn plaats, denk ik. Misschien loop ik trouwens achter de feiten aan, weten ze dondersgoed hiermee om te gaan.

Niet iedereen zal op dit nieuws zitten te wachten. Sorry daarvoor, wegklikken mag. Maar ergens denk ik wel te weten dat ik niet de enige ben en ik schaam mij hier niet meer voor. Al jaren spelen de gedachten zo nu en dan op. Veel vaker! Ik ben niet van beton. Ook ik heb zo mijn behoeften aan knuffelen, aanraking, intimiteit, seksualiteit.

Een goed libido is één, het realiseren is vers twee. Enkele jaren geleden stelde een vriend aan mij voor om dan maar een prostituee langs te laten komen. Ammehoela, dat ga ik niet doen. Inmiddels heb ik dus deze andere stap gemaakt.

De verbeelding spreekt voor zich. Details zal ik jullie besparen. Die zijn privé!

zaterdag 10 juli 2021

Zin

 ‘En nu heb ik zin in een broodje Kebab.’

Onlangs was ik eindelijk weer eens in het centrum van Zwolle, met pgb-ondersteuning! Daar heb ik dat goddelijk broodje Kebab gescoord, waar ik al een tijd over fantaseerde. Sindsdien ben ik zeer eentonig geworden bij het dagelijkse ritueel. Het is alleen nog maar dat ene broodje kebab. Eerder wisselde ik nog wel af. Dan had ik zin in een gehaktbal, een tosti, chips, ijs, whatever.

Hoe kinderachtig ook, het gaat vanzelf, een Pavlov-reactie. Wanneer ik op bed word gelegd, voor een siësta of de nacht, ontstaat de gedachtegang. Waarom ik deze uitspreek? Het is inmiddels een ritueel geworden, ik vermoed ook voor de ADL’ers. Misschien ook tot irritatie, maar het leidt zeker tot een vervolg. Van lol hebben en dooddoeners tot een kort gesprek. Immers, de stap van ‘zin hebben in wat lekkers’ naar ‘zin van het bestaan’ is zo gemaakt.

Of mijn wens tot wat lekkers reëel is? Eerder niet dan wel, denk ik. Hoewel ik best wel primair ben aangelegd, altijd wel wat lekkers lust, heb ik toch ook zo mijn grenzen, die ik zowaar ook nog wel eens serieus neem. Dat ik bewuster op mijn voedingspatroon zou kunnen letten, weet ik heus wel. Al worden mijn ledematen steeds dunner, ik zie mijn buikje en onderkin aanwezig zijn. Maar laat mij duidelijk zijn, ik snoep zelden. Alleen al omdat ik gewoonweg zelf niets kan pakken.

Of is mijn ’zin hebben in…’ eerder een soort van zelfkwelling? Meestal benoem ik happerij wat ik toch niet in huis heb. Een zelftest hoe sterk ik ben? Misschien is dit een onderdeel van het grotere acceptatieproces waaronder ik nog steeds leef.

Wanneer ik na eerdergenoemde opmerking vervolg met de quasi intellectuele vraag aan mijzelf en de Fokusmedewerkers naar de zin van het bestaan, is dit ogenschijnlijk gekscherend bedoeld. Maar die vraag heeft weldegelijk een serieuze ondertoon. Zeker als ik even later weer alleen ben. Is er een zin van hèt bestaan? Of in ieder geval van mijn bestaan? Waarom leef ik? Heb ik nog een doel in mijn leven, ondanks MS? Of dankzij MS?

Jeetje, dè zin van hèt bestaan? Weet ik veel! Voortplanting? Onze planeet beschermen? Een medemens zijn? Of een goed leven hebben? Nee, dat laatste is prettig en belangrijk, maar toch niet meer dan dat? Kijk, tot anno nu toe heb ik een prima leven gehad. Van huisje, boompje, gezinnetje, baan en burgerlijk. Maar ook van een nieuw leven met een mooie ontwikkeling tot zelfstandigheid en krachtig voelen. Door vrijwilligerswerk, sociale contacten, schrijven en cultuur snuiven.

Maar nu? Ik ben 51, wil ik zo doorgaan? Pardon, hoor ik mezelf goed? Natuurlijk wil ik doorgaan. Nee, ik ben echt niet aan het twijfelen hierover. Maar het besef dat ik iedere dag overal mee geholpen zal moeten worden vreet weleens aan mij.

Of is bovenstaande twijfel niet meer dan van corona gerelateerde, deprimerende doemdenken? Misschien. Het mooie, prettig gevulde leven stond opeens stil. Hoewel ik mijzelf een positivo vind kan corona invloed hebben gehad. Toen onlangs Nederland versoepelde lachte het leven ook mij weer toe.

Ondanks nieuwe beperkingen, blijft mijn zin in het leven bestaan!

 

maandag 21 juni 2021

Dom

Hoe kan dat nou? Waarom had ik dat niet in mijn agenda gezet? Het stond er echt wel, ooit. Door de coronamaatregelen werd deze bijeenkomst tig keer vooruitgeschoven. Na de laatste keer ben ik kennelijk vergeten de nieuwe datum te noteren.

Die middag hoorde ik tijdens een onlineoverleg voor Toegankelijk Zwolle dat wat ik dus eigenlijk al had kunnen weten. De volgende dag zou voor ervaringsdeskundigen de training ‘Brandweer en Veiligheid’ worden gegeven. Daar wilde ik aan meedoen. Eigenlijk was dat laatste heel eenvoudig, want via een link en mijn beeldscherm kon ik lekker makkelijk toch aanwezig zijn. Maar nee, Geert wilde ter plekke zijn. Waarom? Daarom.

Inmiddels heb ik vaak genoeg erover geschreven dat ik het mezelf weer eens onnodig moeilijk heb gemaakt. En ook dat het zo prettig is dat ik tegenwoordig gebruik kan maken van PGB-begeleiding. Geloof mij, ik ben echt niet op zoek naar ellende. Al wekt dat wel die indruk, wanneer ik terugkijk op die donderdagmiddag.

Even leek het verstand te winnen van de wil. Immers, ik had geen pgb-begeleiding kunnen inschakelen en om nu nog iemand te vragen was waarschijnlijk niet mogelijk. Nou ja, dan maar alleen. Een dag later, bij de bushalte bekroop mij een mix van twijfel en zelfverwijt. Maar Geert, you can do it! Gelukkig bleek dat aanvankelijk dan ook.

Het was een interessante, zinvolle meeting. Over en weer werden vragen gesteld en ervaringen gedeeld, afgewisseld met informatie over preventief en adequaat handelen. Misschien heel onnozel, ook shocking, maar ik kwam er trouwens achter dat de brandmelders die rijkelijk aanwezig zijn in mijn woning totaal niet werken. Deze zijn aangesloten op een systeem wat al vrij spoedig na de start van dit project is afgesloten. Waarom? Zeg het maar.

De bushalte voor de terugreis is aan de overkant van die behoorlijk drukke straat. Omdat ik weet dat de bus er bijna aankomt, geen tijd wil verliezen, riskeer ik mijn leven. Waar een eerste auto het bij claxonneren houdt, wordt er uit een tweede mij wat onduidelijks toegeroepen. Het laatste woord lijkt te eindigen op ongool.

Toegegeven, er stond een auto nogal ongelukkig geparkeerd, waardoor parallel langs de bushalte stoppen lastig is. Maar voor een beetje buschauffeur moet dit geen probleem zijn. Toch? Misschien dacht hij of zij dat ik graag nog even wilde wachten. Zodra twee passagiers aan de voorkant mogen instappen volgt er plankgas een doorstart. O, wat was het gezellig met mij, daar onder die felle zon.

Als even later de volgende bus komt, ben ik zeker van mijn zaak. Inmiddels is er voldoende ruimte om goed te stoppen en bovendien wordt er bij de achterdeur iemand uitgespuugd. Maar in plaats van de oprijplaat naar buiten, gaan de deuren weer dicht. Terwijl de bus weer optrekt beukt de hierboven beschreven persoon op het raam van de bus. Moet die meneer ook mee?

Enkele minuten en haltes verderop wil ik uitstappen. Ik vraag één iemand buiten te gaan staan om te kijken of het goed gaat. Na drie pogingen lukt dat, min of meer. Wat doe ik hier eigenlijk? Zat ik maar achter mijn laptop.

Eenmaal thuis besef ik dat ik eigenlijk best wel dom ben geweest.