woensdag 13 maart 2019

Plotseling

"Nee hoor, dank je wel. Meer heb ik niet… AAAAAAAAH-AUW-AUW-AUW-NEEEE-GLOEIENDE-G……-AUW-MIJN-BEK-AUW-AUW-NEEEEEEE-AUW-AUW-AUW-MIJN-BEK…

Hoewel ik mijn ogen van pijn dicht wil doen, maar van schrik juist wijd open houd, weet ik eigenlijk niet waar ik naar kijk. Zo kan ik ook niet zien dat zij die drie meter verderop in mijn woonkamer staat, flink geschrokken en hevig twijfelent naar mij kijkt.

Zo’n twintig seconden daarvoor kwam ik vanuit mijn slaapkamer de woonkamer binnen rollen. Daar was ik door haar, een nieuwe medewerkster bij Fokus, geholpen met het legen van mijn urinezak. Een handeling die in mijn geval overal in huis zou kunnen plaatsvinden, maar voor de vorm eigenlijk altijd in mijn slaapkamer plaatsvindt. Maar dat terzijde!

Het afwateren was de afsluiting van een korte reeks aan verzoeken die ik het afgelopen half uur op haar heb afgevuurd. Bij haar binnenkomst begon het met de vraag of zij mij wat water wilde inschenken. In mijn geval betekent dat standaard twee grote glazen vol schenken. Daarna vroeg ik haar of zij mijn eten wilde opwarmen en onderwijl was fruit wilde schoonmaken, om mij daarna beide toe te dienen. Waarschijnlijk heb ik tussendoor, mierenneuker als ik soms kan zijn, ook nog enkele onnozele verzoeken aan haar gedaan. Afsluitend volgde dus de slaapkamerscène.

Het kan gewoon niet anders of bovenstaande wordt door de gemiddelde lezer bestempeld als een verre van interessant verhaal. Het saaie karakter geeft de sfeer aan die er op dat moment in mijn appartement heerste. Een niets-aan-het-handje, alledaagse stemming. Niet meer, niet minder! Dat uit het niets de pijn plots door mijn kaak scheurde, verklaart dat de schrik minstens zo groot als de pijn was.

Terwijl ik zat te kermen, werd er gevraagd of zij in deze situatie wat voor mij kon betekenen. Nee dus en ik kon haar ook niet even uitleggen waarom ik mij zo gedroeg. Haar vraag was of zij dit door haar onkunde wellicht had veroorzaakt. Dit kon ik ontkrachten, maar omdat ik aansluitend haar verzocht mij alleen te laten, weet ik niet of zij gerustgesteld was.

Een minder belangrijke, maar niet meer te vermijden bijkomstigheid was dat ik even later de deurbel zou kunnen verwachten. Er zouden twee mensen langskomen voor een gesprek, betreffende een artikel wat ik zou gaan schrijven voor in de Vinexpress, de wijkkrant voor Stadshagen. Betraande ogen zijn niet iets om je voor te schamen, maar desondanks hoopte ik dròog het gesprek aan te gaan.

Het kwartiertje tussen vertrek van de één en in het aanbellen van de aanstaande tafelgenoten heb ik flink zitten brullen. Vanwege de pijn, hoewel die ondertussen alweer achterwege was, maar waarschijnlijk nog meer vanwege de schrik. Toen de twee bezoekers binnen waren wilde ik hen ik hen eerst maar even uitleggen waarom ik rood omrande ogen had. Maar dat werd meteen duidelijk toen ik weer in huilen uitbarstte. De twee gasten waren beduusd, maar begripvol. Daarna hebben we nog een leuk gesprek gehad

Onderwijl, enkele dagen later, heb ik nauwelijks last meer gehad van de zenuwpijnen; hooguit enkele speldenprikken. Maar wel is er voortdurend angst. Bij tandenpoetsen, eten, alles!

MS is zo onvoorspelbaar.

woensdag 27 februari 2019

Stamgast

"Hé, een bekend gezicht." Of: "Bent u daar alweer?" Of: "Wat dacht u, het is weer eens tijd!" Niet allemaal, maar wel door menig verpleegkundige en ook die ene arts werden dergelijke opmerkingen geplaatst.

Andersom, vanaf dat ik enkele uren eerder naar deze afdeling werd gebracht, komen ook mij een flink aantal gezichten bekend voor. Maar de verzorgende partij is mij steeds te snel af met identificeren. Raar is dat trouwens niet, want ik was nog behoorlijk van de wereld door koorts, naweeën daarvan of andere randverschijnselen.

"Hoe was het trouwens in Amsterdam, bij de koning en koningin? Heeft u hen nog de groeten van ons gedaan?" Verschillende personen blijken zich nog meer van mij te herinneren. Toen ik begin januari, na het verwijderen van een niersteen, in plaats van slechts één nacht veel langer moest blijven, waardoor mijn bezoek aan de Koninklijke nieuwjaarsreceptie in gevaar kwam, maakte dat wel wat los. Het was alsof er een kleine golf van opluchting door de afdeling trok toen ik die maandag, dus op tijd, naar huis mocht. Dat ik na een nachtje thuis weer naar het ziekenhuis moest, was niet bij iedereen doorgekomen.

Onlangs, een zondagochtend, werd ik om 9:15 uur een soort van wakker. Niet door mijn wekker, maar door twee adl‘ers van Fokus. Op dat moment had ik overduidelijk niet door wat de werkelijkheid was. Mijn wekker had zonder enig effect al anderhalf uur naast mijn bed staan tetteren.

In een andere hoedanigheid zou dit de indruk kunnen wekken dat ik nog een zware nacht moest verwerken, maar niets was minder waar. De avond ervoor was ik expres wat op tijd naar bed gegaan. Iets in mij zei dat ik niet in topvorm was. Transpireren, licht in het hoofd. Over pech gesproken. Werd een dikke maand geleden mij dus al een nieuwjaarsreceptie door de neus geboord, die middag zou ik een bezoek aan de musical Soldaat van Oranje aan mij voorbij zien gaan. Maar dat wist ik toen nog niet.

Beide adl’ers aan mijn bed maakten zich duidelijk zorgen over mijn gemoedstoestand en eerlijk is eerlijk, terugkijkend kan ik mij dat heel goed voorstellen. Geert, normaal een man van de tijd, laat al ruim anderhalf uur niets van zich horen. Zou het wel goed gaan met hem? In welke staat treffen zij mij aan in mijn bed?

Maar goed, ik ademde dan nog wel, enige levendigheid was ver te zoeken. Omdat ik mijzelf nog niet kon bevatten, moest ik de ernst van de situatie aan hun ogen en handelen aflezen. Toen even later de huisartsenpost gebeld werd en ik ondertussen wist dat er 39,6 op de thermometer stond, besefte ik hoe laat het was. Nee hè, niet weer!

Ondertussen, ruim twee weken verder. Het verblijf in het ziekenhuis duurde exact een week. Alweer was het een blaasontsteking dat mij nekte. Na vier dagen vond ik het eigenlijk wel weer welletjes. Maar omdat specifiek deze antibiotica geschikt was en die alleen per infuus toegebracht kon worden moest ik de tijd uitzitten. Zonder rolstoel en laptop kan ik niets anders dan vervelen. Deze naar het ziekenhuis brengen klinkt gemakkelijker dan het is!

Benieuwd wanneer ik weer mag…moet.

maandag 18 februari 2019

Regie

Niet achterover leunen, Geert! Bij de les blijven. Jij bepaalt immers de gang van zaken.

Gemakzucht wil ik het niet noemen, maar eerlijk is eerlijk, gemakkelijk is het wel. Zelf wijt ik het aan een proces van toegenomen vanzelfsprekendheid. Het principe van Fokuswonen, dat de cliënt middels aanwijzingen het handelen van de assisterende adl’er bepaalt, is in de loop van de tijd verwaterd. Als er weinig veranderd in het patroon van aanwijzingen en ik geen fan ben van veelvuldig uitleggen, ontstaat er een systeem van weinig woorden en een automatische piloot.

Wil je mijn radio aandoen? Ook graag mijn verwarming. En daarna dit? En dan dat? Mijn lichaam soppen doe ik liever zus en in mijn haren wassen graag zo. Pak maar een schoon T-shirt en bij het aantrekken is eerst de linker mouw handiger. Ja, lekker koffie! Niet te sterk hoor, twee afgestreken scheppen. Nee, eerst mijn yoghurt en daarna pas mijn medicijnen. Wil je mijn computer aanzetten? Ook mijn microfoon. Zou je de rietjes even goed willen neerzetten? Een opsomming van enkele vragen, aanwijzingen om te kunnen leven zoals ik het wil. En dan is de dag nog niet eens goed begonnen.

Natuurlijk was ik op de hoogte. Sterker nog, ik had de nieuwe medewerkers al ontmoet. En laat mij duidelijk zijn, zij worden intensief ingewerkt door hun collega’s. De cliënt kan hierbij niet passief blijven toekijken. Regie in eigen handen is immers het motto!

Tot voor kort kende het team langere tijd nauwelijks veranderingen. Een ieder wist wat bij mij te verwachten was en hoe daarop te handelen. Het is nou eenmaal een feit dat veranderingen binnen een systeem voor alle schakels binnen dat systeem gevolgen heeft. Zo werkt dat in de grote maatschappij, in een voetbalelftal, een vriendenclub, een schoolklas. En dus ook bij het Fokusproject Zwolle/Stadshagen.

Het duurt een seconde, misschien twee. Zodra ik mijn ogen open weet ik wat te doen. Kennelijk is het ooit mijn bestemming geworden om een ochtendmens te zijn. Wakker worden, absoluut geen probleem voor mij! Overigens kan ik best wel eens jaloers worden op mijn tegenpolen. 

Sprong ik als kind vaak heel vroeg uit bed om te gaan spelen of door het huis te dwalen, tig jaar later had ik nog steeds weinig affiniteit met uitslapen. Hardlopen deed ik bij voorkeur in de ochtend. Met een overactief darmstelsel en het af en toe de struiken in moeten duiken voor lief nemend. Enkele jaren later, zodra in een weekend de dochters wakker werden vond ik het absoluut geen probleem om naar beneden te gaan. Koffie, krant, muziekje, spelen. Anno nu ben ik nog steeds een vroege vogel.

Het is het door merg en been trekkende geluid van mijn good old quartz wekker van de Hema, die mij naar de wakkere wereld haalt. Helder als ik ben vraag ik direct om assistentie. Als er enkele minuten later wordt aangebeld, ik op afstand de voordeur open en in mijn hal het nodige overleg hoor, weet ik het eigenlijk al. De bevestiging komt als er even later, achter een vertrouwde medewerker, ook een redelijk nieuw gezicht mijn slaapkamer binnenkomt. Vriendelijk kijkend, een tikkeltje nerveus.

Ook ik moet weer aan de bak!


woensdag 30 januari 2019

Voorschrift

Of er een recept is voor een goed leven? Deze vraag kreeg ik onlangs via een vriend op mijn bord gelegd.

Hij tipte mij over een schrijfwedstrijd. Onder de noemer ‘Overijssel Verwoord’ organiseert de provincie verscheidene literaire activiteiten. Zo ook deze uitdaging. Leuk, ik doe mee! Maar wat een vraag. Staat het leven eigenlijk een recept toe? Van het concert des levens krijgt immers ook niemand een program.

Toch, er schieten mij twee levenslessen te binnen, die zeker niet zouden mogen ontbreken in mijn voorschrift aan anderen. Sterker nog, deze omvatten misschien wel alles. Het feit dat ik mij anno nu sterker voel dan ooit is voor mij een bewijs dat ze zeer effectief zijn. Ook al is het glas altijd half vol, je moet wel zelf het waterpeil controleren en bijvullen. Deze richtlijn is er later bijgekomen. Het begon met de regel dat ’als’ niet bestaat.

Ooit leefde ik een ander leven in een ander soort wereld. Getrouwd, werkend, maar ook met een negatieve inslag en zeker niet volledig stressbestendig. Feitelijk was ik diezelfde Geert als nu, maar meer ook niet. Dat mij in meerdere opzichten een ‘extreme makeover’ te wachten stond had ik natuurlijk nooit kunnen bedenken. Dacht ik überhaupt wel eens na over het leven en wie ik was?

De weg naar mijn nieuwe ik begon in een nogal hectische periode. Zo’n 15 of 16 jaar geleden.
Stond mijn leven al op de kop door MS, anderzijds was het eigenlijk niet veel beter. Mijn huwelijk liep zeker niet gesmeerd en stevende af op een scheiding. Hoewel ik dat laatste toen natuurlijk nog niet wist. Alles bij elkaar verkeerde ik in een zoveelste neerwaartse spiraal. Dwalend kwam ik terecht bij een psychiater. Wat schaamde ik mij! Dan moet iemand toch wel ver heen zijn. Kennelijk was ik dat dan ook!
                                                                                                                        
Bij een van de eerste bezoeken aan meneer schreef hij mij een antidepressiva voor. Het afhalen van die pilletjes bij de apotheek was al doodeng, het innemen helemaal. Totdat iemand het had over de ’missing link’ in mijn hoofd en ik het gebruik ervan leerde relativeren. Over geluk gesproken, de antidepressiva had effect. Het werd binnen enkele weken rustiger in mijn hoofd.

Na enkele weken sloot ik mij aan bij een mannenpraatgroep. Iedere woensdagavond, onder leiding van dezelfde psychiater. Een aantal mannen, totaal verschillende verhalen en achtergrond, met in de basis een dezelfde hulpvraag. Terwijl wij mannen met elkaar spraken, keek de psychiater toe. Hij zei weinig; onderbrak de gesprekken eigenlijk alleen wanneer een van ons teruggreep naar keuzemomenten uit het verleden. "Niet doen, dat heeft geen zin. Als bestaat niet!"

Ooit begon het met het dagelijks innemen van een kleine pilletje, die ik overigens nog steeds gebruik. Misschien kan ik onderwijl zonder, maar stoppen durf ik niet. Maar belangrijker, het hoofdbestanddeel is toch het uitgangspunt dat ‘als’ niet bestaat. Dit draag ik altijd bij mij.

Het accepteren van de situatie waarin ik leef is echt niet altijd makkelijk, maar ik ben goed bezig. Weet, het komt mij echt niet aanwaaien! Door relativeren, positiviteit en ook een beetje geluk voel ik mij rijk en sterk.

Voor iedereen bestaat een recept. Al maak je dat zelf!


zaterdag 19 januari 2019

Omschakelen

En toen was het kakkerdekak! Wat baalde ik en het was nog mijn eigen schuld ook.

Gedeeltelijk dan, want ik had natuurlijk niet kunnen voorzien dat het zo zou verlopen. Wel had ik er rekening mee moeten houden. Ik had het voorstel voor deze datum natuurlijk moeten afslaan. Naïviteit? Waarschijnlijk. Trouwens, twee weken terug, tijdens een preoperatief onderzoek, kreeg ik van ervaren mensen geen enkel signaal dat ik maar beter voor een ander tijdstip kon gaan.

De vorige dag was het nog hieperdepiep geweest in huize Geert. Met mijn hoofd was ik eigenlijk al vijf dagen vooruit. Dan zouden immers de koning en koningin mij mogen ontmoeten. Misschien dat de verwondering daarover dusdanig baas was geworden van mijn realiteitszin dat ik dat laatste begon te verliezen. Het gebeurde wel onder narcose, maar ach! Even een ingreep en dan morgen weer snel naar huis.

Al sinds augustus wist ik dat er een klein steentje in mijn linkernier zat. Omdat het kwaaltje in dit stadium volgens de uroloog geen kwaad kon, werd het dossier even geparkeerd. Een paar maanden later, tijdens een volgende foto-shoot bleek het steentje een flinke groeispurt te hebben gemaakt. Dit formaat-knikker moest toch maar verwijderd worden. Afspraak volgt!

Door omstandigheden liet bericht uit Den Haag enige tijd op zich wachten. Ik had dan wel een e-mail met de datum ontvangen, een officiële bevestiging was dit nog niet. Toegegeven, heel even dacht ik aan nepnieuws. Onderwijl werd ik al wel overstelpt met de vraag of er ook een kledingvoorschrift was. Had ik al een pak gekocht? Waarschijnlijk heel onnozel, maar ik had dat oprecht niet verwacht. Ik werd immers uitgenodigd, dan gaat men mij toch niet nog eens op kosten jagen? Nette schoenen en een idem colbert is toch wel voldoende? Had hij vaker naar Blauw Bloed gekeken, dan had Geert misschien beter geweten.

Halverwege december volgde het voorstel om donderdag 10 januari voor de verwijdering naar het ziekenhuis te komen. Een nachtje blijven, dat moest kunnen, toch? Die paar dagen tussen dan en dat belangrijkere waren toch wel voldoende? Wat kon er misgaan?

In opdracht van Hunne Majesteiten de Koning en Koningin heeft de grootmeester de eer om De heer GJ den Hengst uit te nodigen voor de nieuwjaarsontvangst op 15 januari in het koninklijk paleis Amsterdam. Toen deze uitnodiging begin januari bij mij werd bezorgd sloeg enige stress toe. Veel keuze had ik niet. Militairen in een speciaal kostuum, de anderen in een donker pak of in een middagjapon.

Na de ingreep kreeg ik flinke koorts en moest een nacht langer blijven. En nog twee. De nodige antibiotica was er trouwens niet in tabletvorm, alleen vloeibaar. Hoe moeilijk kan dat zijn? De schuld van mij afschuiven was oneerlijk. Wat had ik een spijt! Ik had de ontmoeting van het koninklijk paar met mij al uit mijn hoofd gezet. Maar op maandagmiddag mocht ik dus naar huis. Ging het op te volgen deze tocht door?

Maar de volgende ochtend voelde ik mij zoals ik de avond ervoor al vermoedde. Dit was niet goed. Na een telefoontje moest ik mij maar weer zo gauw mogelijk melden.

Binnenkort moeten ze maar een bakkie bij mij doen. 

vrijdag 28 december 2018

Gedachten

Onlangs had ik met enkele anderen een overleg bij busmaatschappij Keolis, die onder meer in Zwolle het busvervoer moet uitvoeren. Of men schuldbewust, misschien boos dan wel geïrriteerd was, dat zou daar waarschijnlijk gaan blijken. Uitspraken, ook van mij, hadden dusdanige emoties opgewekt dat er een gesprek diende plaats te vinden.

In een krantenartikel werd duidelijke taal gesproken. De praktijk was dat, hoe alert ik ook was geweest, er mij een aantal woorden in de mond waren gelegd. Toegegeven, ik zou de uitspraak gedaan kunnen hebben, maar dan in andere, veiliger omstandigheden. Zeker niet tegenover een journalist.

Door bijgaande foto liep juist ik de grootste kans om door buschauffeurs tot zondebok gemaakt te worden. Best wel begrijpelijk overigens, want velen zijn juist aardig en behulpzaam.

Aanvankelijk was ik wel tevreden. Boven het artikel in de papieren versie stond ’Zwolle: betere afspraken over vervoer gehandicapten’ en ook in dikke letters ’niet iedere chauffeur is even subtiel’. Terecht suggererend dat ik dit zou hebben gezegd. Echter, de volgende dag bekeek ik een online versie van dezelfde krant en zag mij een andere uitspraak doen: 'Chauffeurs rijden hard en zijn chagrijnig: Zwolse rolstoelers mijden de bus’. Grotendeels waar, maar chagrijnig?

Een week eerder werd Toegankelijk Zwolle, waar ik als ervaringsdeskundige aan verbonden ben, door een journalist van de Stentor benadert. Betreffende de aanstaande aanbesteding voor het openbaar vervoer in Overijssel, dus ook in Zwolle. Het was hem opgevallen dat desgevraagd noch de gemeente, noch de provincie en ook de busmaatschappij niet bekend waren met klachten van mensen met een beperking, maar Toegankelijk Zwolle des te meer!

Die ochtend was de afspraak. Een buslijn ontbrak, een taxi verdomde ik en omdat de afstand meeviel werd het optie drie. Het was koud, maar belangrijker, droog. Dat ik slordig voorwerk had gedaan zou blijken. Binnen een half uur was ik zo’n beetje gearriveerd. Tussen mij en daar waar ik heen moest zat nog slechts 50 meter. En een flinke heg, met daarachter een drukke weg. Aai, had ik dus toch bij die oversteekplaats van een paar minuten terug moeten zijn.

In gedachten verzonken reed ik dus maar terug, lette niet goed op en schampte met mijn rolstoel tegen de heg langs het fietspad. Nu heb ik op mijn rolstoel een aan-uit-knop onder de rechter armleuning. Één van de risico’s die iemand als ik daarbij kan lopen werd op dat moment duidelijk. Door mijn stuurmanskunst schampte de betreffende knop langs een takje. Oftewel, rolstoel inclusief Geert uitgeschakeld.

Daar sta je daar. Genoeg mensen in de buurt, maar die rijden in een auto heel hard voorbij. Na een aantal minuten komt er iemand op de fiets voorbij, maar of ik praat te zacht of misschien had diegene muziek op de oren. Hoe lang ik daar gestaan heb, ik weet het niet. Al met al werd ik geholpen en kon het gesprek een half uur later dan gepland plaatsvinden. Het was zinvol denk ik. Er werden beloftes gedaan betreffende bewustwording bij chauffeurs door middel van training. Wat daarvan terecht zal nog moeten blijken

Na afloop werd er een bus uit de stalling getrokken en werd ik naar huis gebracht. Wel een mooie kerstgedachte, toch?

maandag 10 december 2018

Kindervriend

Inmiddels durf ik mijzelf te bestempelen als zijnde een object dat zo nu en dan bij kinderen een soort van moreel besef aanwakkert. Maar andersom ontbreekt dat ogenschijnlijk behoorlijk. Dit vraagt om een uitleg.

Het was mij vaker opgevallen en pas geleden gebeurde het weer. Kennelijk vinden kinderen mij de moeite waard om te begroeten, want geregeld wordt er mij een "hoi" of "hallo" toegeworpen. Eerlijk is eerlijk, de lichaamstaal en blik in de ogen verraadt meestal gelijktijdig met het vriendelijke begroeten een onzekerheid, wat ik ergens maar al te goed begrijp.

Ook al vind ik mijzelf vriendelijk naar kinderen toe, ondanks mijn onderwijs-verleden is de term kindervriend natuurlijk lulkoek. Toch, de begroetingen zijn er weldegelijk. Waarom? Dit verbaast mij. Ik glimlach natuurlijk vriendelijk terug, maar denk stiekem ’ken ik jou? Ik ben toch niet de plaatselijke, sneue debiel?’ Heeft het ermee te maken dat kinderen anno nu assertiever zijn geworden, dit wel durven? Voorheen sprak ik echt niet zomaar een persoon aan! Laat staan iemand in een rolstoel! Of lag dat aan mij, Meneer Schijthaas?

Moet ik deze vriendelijkheid maar niet te letterlijk interpreteren? Maar hoe dan wel? Is het een vorm van beleefdheid? Misschien, al betwijfel ik dat. Volwassenen groeten uit beleefdheid, weet ik uit ervaring, kinderen toch niet? Of heeft het te maken met het feit dat ik in een rolstoel zit en een passerend kind zich even geen raad weet met mijn verschijning in zijn of haar nabijheid? Niet iedere passant wordt door een kind spontaan begroet, waarom Geert dan wel. Of dit voor iedere rolstoelfan geldt durf ik niet te zeggen.

Onlangs had ik weer eens ruzie met mijn kinbesturing. Op het fietspad stond ik stil, op zoek naar de juiste positie om mijn weg te vervolgen. Een jongetje van ongeveer tien fietste mij van achteren voorbij, keek om, keerde even verderop om en kwam weer naar mij toe. Of ik hulp nodig had. Wat bijzonder van dit meneertje. Ik bedankte hem vriendelijk. Jammer dat ik zijn ouders niet met deze daad kon complimenteren. Dus toch beleefdheid?

Overigens kan ik het ook niet laten om van mijn kant de confrontatie met kinderen op te zoeken. Niet door te groeten, maar door mijn tong uit te steken. Waar ik ook ben, in een winkel of onderweg, als een kind mij aanstaart steek ik bijna als een automatisme mijn tong uit. Of dit pedagogisch verantwoord is weet ik niet, de reacties die ik krijg zijn geweldig. De een draait het gezicht zwaar verlegen meteen van mij af, een ander gaat de strijd aan met mij en steekt terug. Verbaasde ouders tot gevolg, die hun kind aanspreken en mij als aanstichter niet zien.

Dit automatisme van de tong uitsteken heeft mij, toen ik een zijspanmotortocht mocht maken, flink opgebroken. Met Bert had ik afgesproken dat bij oogcontact met hem ik zou grijnzen als het goed ging en mijn tong zou uitsteken bij negativiteit. Toen hij onderweg overduidelijk uit enthousiasme zijn duim naar mij opstak, stak ik zonder nadenken mijn tong uit. Binnen drie seconden stonden wij stil. Stom! Sorry! Misselijk!

Hoe vriendelijk ook bedoeld, soms laat ik het kind in mij spreken. En spelen!