vrijdag 6 juli 2018

Paniekzaaier

Misschien herkenbaar, misschien ook niet. Dat bij dat ene woord automatisch een associatie opduikt met een herinnering uit een ver verleden.

Bijvoorbeeld, bij de Tour zie ik mezelf weer langs de weg staan, net buiten Cernay-la-Ville, in de buurt van Parijs. Eind jaren ’70 kampeerden wij daar enkele malen. En daar kwam die dag het wielercircus langs. Een stoet aan reclamewagens en zoef-zoef-zoef, ook nog een peloton.

Als het over bang zijn gaat, dan sta ik weer ergens in de bergen rond het meer van Annecy. Samen met Wyanne en twee vrienden. Na een hele dag wandelen waren we bijna bij de auto. Bijna, alleen nog middels dat pad die ene berg over. Maar al snel bleek dat regenval de route had weggespoeld. Een wanhoopspoging langs een afgrond maakte mij tot tranen toe bang. Via een omweg en een taxi bereikten we enkele uren later onze camping. De auto zagen we pas de volgende dag.

Onlangs moest ik erkennen dat ik nog steeds wel eens een paniekzaaier kan zijn. Mijzelf tekort doen wil ik niet, maar in mijn vorige leven was paniekzaaier nog wel eens ’my second name’. Dit woord brengt mij terug naar die enorme tuin in Spachbrücken waar wij geregeld kamperen. Behorend bij een pastorie en dus de plaatselijke kerk, waar een vriend van mijn ouders Pfarrer was. Hierbij is Nico Haak de verbindende factor tussen woord en de herinnering. Wie? Hij van Nico Haak & De paniekzaaiers, van ’Foxy Foxtrot’. Het zal wederom ergens in de jaren 70 zijn geweest. Ik hoor het mijn vader zingen. Maar, òf die Duitsers konden aanhaken omdat Nico met Foxy Foxtrot ook een hitje had gescoord bij de oosterburen, òf mijn vader deed een hardnekkige poging om eigenhandig een vertaling over te brengen. Dat weet ik niet meer. Vermoedelijk heeft hij vanaf toen het woord opgenomen in zijn vocabulaire. Het is mij geregeld toegeworpen, wanneer ik daar weer eens aanleiding voor gaf.

Verrek, néé! Ziek zijn, prima, maar niet nú! In principe zal ik binnenkort een week in de Franse Alpen vertoeven. Daar mag ik mij pas sinds zo’n half jaar op verheugen. Maar het lukt mister positivo, die er zo prat op gaat goed te kunnen relativeren, dit keer niet om enige negativiteit weg te poetsen. Sinds een week of twee wordt enthousiasme gedwarsboomd door een zeurende pijn in de buik, de linker zij, daar ergens. Nondeju, het gigantisch gave vooruitzicht zal mij toch niet door de neus geboord worden? Over associaties gesproken, zodra ik daar ook maar iets ongewoons voel ben ik op mijn hoede en verplaats ik mij in mogelijke ellende. Dit helaas gebaseerd op ervaringen.

Behalve dat het al geweldig is om tussen kolossale bergen te zijn en ik met een clubje in een mooie en volledig aangepast huis zou zijn, zouden er ook enkele spectaculaire activiteiten worden ondernomen. Iets met hoog, snel en eng! Ook komt in de week de Tour daar in de buurt langs. Daar zou ik ook wel willen kijken. Liefst bergopwaarts, geen zoef-zoef-Zoef

Maar laat ik toch maar positief proberen de blijven en geen paniek zaaien. Want wie zaait zal toch oogsten?

Waar heb ik die oogkleppen?