woensdag 18 augustus 2021

Struggle

‘Jeetjemina, wat een gedoe. Met die rotdingen aan krijg ik de knopen haast niet dicht.ʹ

Onderwijl hoor ik haar denken: wat een klote-knoopjes. Waarom zoekt die kerel geen andere kleren uit. Een trainingspak ofzo. Dat is natuurlijk slechts een aanname en ook nog eens volledig onterecht waarschijnlijk. Op dat moment kan ik alleen maar begrip voor de zorgmedewerkster hebben. Inmiddels heb ik volgens mij al haar collega’s hier al eens over gehoord

Toch verschijnt er enkele seconden later een glimlach op mijn gezicht. Bovenstaande zin wordt door haar vervolgd met de conclusie: ‘wat een struggle.’ Een collega, ook begin twintig en ook in mijn slaapkamer aanwezig, laat haar herkenning blijken door te verkondigen ernaar uit te kijken weer zonder handschoenen te mogen werken. ‘En die mondkapjes, net zo’n struggle!’

Voor alle duidelijkheid, op dat moment is de dagelijkse happening van douchen en aankleden in een vergevorderd stadium. Voor het laatste kledingstuk zit ik al in mijn rolstoel. Met de bekende steriele handschoenen aan probeert de medewerkster mijn overhemd dicht te doen. Dat dit niet eenvoudig gaat, het lubberende materiaal steeds klem blijft zitten, moge duidelijk zijn.

Zover ik mij herinner waren steriele handschoentjes feitelijk altijd stevig en goed passend. Sinds er door noodzaak wereldwijd behoefte is aan deze dingen, is er een klakkeloze overproductie ontstaan met een zichtbare kwaliteitsvermindering tot gevolg. Snel kapot en vaak een rare pasvorm. Had Siewert ook maar oog gehad voor de kwaliteit.

Ook al heb ik fysiek inmiddels flink moeten inleveren, volgens mij is in die bijna twaalf jaar dat ik hier woon het ochtendritueel nauwelijks gewijzigd. En ook door corona is er wereldwijd binnen iedere samenleving danwel veel veranderd, bij mij dus niet. Lekker lullen weer, ik weet het. Adl’ers moesten opeens wegwerphandschoenen en enigszins verstikkende mondkapjes gebruiken. Ook in mijn dampende douchehok. Hoezo, nauwelijks verandering?

Waarschijnlijk heeft iedereen wel een ware leeftijd. Al kan deze fluctueren. Voor het echie leeftijd X, gevoelsmatig leeftijd Y. Denk ik dus dat mijn ware leeftijd een flink aantal jaren lager ligt, wordt dat in één klap door haar onderuitgehaald. Het woord ken ik uiteraard, maar niet in deze context. Overduidelijk behoor ik tot een andere generatie. Ze moest eens weten hoeveel impact dat ene woordje heeft. Niet alleen omdat ik van taal, nieuwe taal of ander taalgebruik hou. Sinds die ochtend vraag ik aan iedere medewerker wat voor hem of haar een struggle is. Gelukkig moet ik soms ook aan hen eerst nog uitleggen wat er met struggle bedoeld wordt.

Over het algemeen merk ik bij anderen ook dat mondkapjes en handschoenen niet populair zijn. Daarbij hoor ik tussen de regels door ook wel de cynische opmerkingen waarom ik toch spijkerbroeken met een gulp van knopen in plaats van een rits koop en zo ook overhemden met knopen in plaats van drukknoppen? Begrijp mij goed, dit wordt mij niet verweten, maar zijdelings wel benoemd. Alle begrip, maar ik doe er eigenlijk niets mee! Ook hoor ik enkele andere geluiden over lichte irritaties, maar die doen er nu niet toe. Zolang het dagelijkse omgaan met cliënt 16, ik dus, maar geen worsteling wordt.

Of ikzelf nog struggles heb? Jazeker, maar daarover een andere keer.

maandag 2 augustus 2021

Eigenwijs

ʽWat leuk om jou hier te zien. Dus je durft het wel weer aan, zo alleen, zonder begeleiding?ʹ Die zondagmiddag kom ik een bekende tegen. ʽWeet je dat ik hier totaal niet over heb nagedacht? Nou ja, nauwelijks.ʹ

Onlangs, het was lekker weer. Dusdanig dat de gemiddelde Nederlander die middag de wens had om naar buiten te gaan. Ook ik kreeg het plan. Op dat moment zou er vanaf mijn rechterschouder een engeltje in mijn oor moeten fluisteren dat ik maar beter thuis kon blijven. Zoals wel vaker het geval is, zou daaropvolgend vanaf mijn linkerschouder een duiveltje mij ervan proberen te overtuigen toch naar buiten te gaan. ʽGewoon doen als je daar zin in hebt.ʹ Wat de uitkomst zou zijn van deze redetwisterij? Ik weet het niet. Simpelweg omdat het niet heeft plaatsgevonden.

Nu, achteraf kan ik heel verstandig praten, sta ik nog steeds in een soort van spagaat. Wat zou op dat moment verstandiger zijn geweest. Enerzijds wil ik mijzelf echt niet opsluiten in mijn eigen huis, inclusief dat extraatje van 6 m² buitenlucht. Daartegenover staat het gevangen zijn op een fietspad. Alle vrijheid om te gaan waarheen ik wilde, maar desondanks geen kant op kunnen, omdat ik niet bij de kinbesturing kan.

Die betreffende middag ging ik dus enthousiasme en overtuigd naar buiten. Toegegeven, nog voordat ik de voordeur passeer bedenk ik hooguit in een flits dat dit misschien niet zo verstandig is. Maar ik zat goed in mijn stoel, dus gaan met die banaan. Voor de zekerheid nam ik de route over dat goed geasfalteerde en ellenlange fietspad. Wat kon mij nog gebeuren, dacht ik.

Nauwelijks tien minuten later kwam ik dus iemand tegen. Hé hallo, klepperdeklep. Vermoedelijk is het vriendelijk bedoeld, maar vermengd met een portie cynisme zou heel goed kunnen. Met dat ze mijn solistische actie benoemd, wordt er feitelijk een behoorlijk teer punt blootgelegd. Het is een confrontatie met mijn eigenwijsheid. Immers, wie verkondigd overal dat hij niet meer alleen op pad wil en zou moeten gaan? Ook tegen haar vertel ik goed te zitten en mij veilig te voelen. De logica om zonder begeleiding buiten te zijn spat er vanaf. Maar net op dat moment moet ik niezen, met de nodige gevolgen zal blijken. Want niezen betekent dat er een soort van schokgolf door mijn lichaam gaat. Als ik even later weer alleen ben en verder wil gaan, blijk ik niet meer bij mijn kinbesturing te kunnen. Met een onooglijke moeite keer ik om en ruim drie kwartier later ben ik weer thuis. Oh, wat was ik vrolijk! Dit doe je nooit meer, sukkel.

Voor enkele dagen later staat er een bezoek aan de huisarts. Die ochtend komt ook een pgb-er voor huishoudelijke ondersteuning. Verstandig geworden door bovenstaand avontuur, timmer ik alle risico’s dicht. Ik vraag de pgb-hulp om mee te gaan, besluit ik vooraf. Maar die ochtend ga ik toch maar in mijn eentje op pad. Het is maar tien minuten rijden en ik zit goed in mijn rolstoel. Bovendien is het zonde van mijn pgb-budget, redeneer ik nogal krom.

Er ging gelukkig niets fout onderweg. Dat ik eigenwijs ben moge duidelijk zijn. Verstandig zijn is best wel lastig.