woensdag 18 februari 2026

Lucht

Welke kant het op zou gaan vermoedde ik al. Maar aan dat ene detail had ik geen seconde gedacht.

Die zondagavond werd ik behoorlijk slappehap. Die ochtend erop gaf de 37,2 mij nog een valse hoop, maar naarmate de dag vorderde werd duidelijk dat ik toch steeds zieker werd. De 39,4 die rond 19:00 werd vastgesteld deed mij besluiten om de huisartsenpost te laten bellen. Zelf had ik inmiddels daar weinig kracht meer voor. Flitsen uit afgelopen jaren van snel oplopende koorts en ’het zal wel weer een blaasontsteking zijn’, dus ambulance, dus ziekenhuis, vlogen door mijn hoofd.

Aan de lijn bleek dat er nog 28 wachtenden voor mij waren. Daarom stelde ik voor om dan maar 112 te bellen. Niet uit gemakzucht, wel uit voorzorg. Inmiddels heb ik geleerd om mijn lichaam serieus te nemen. Binnen een kwartier stonden er twee ambulancemedewerkers naast mijn bed. Een van hen draagt een zware tas en ik hoor haar met een glimlach lichtelijk balen dat de lift buiten werking is. ‘O, dat was al enkele dagen zo.’ Maar dat datzelfde ook in mijn eigen nadeel gaat werken, dat blijkt pas als ik even later in overleg met de betreffende arts en een Fokusmedewerker besluit toch maar naar het ziekenhuis te gaan. Het feit wil dat Fokus niet voortdurend bij mij kan zijn, zeker niet ‘s nachts.

Dan is er eerst nog dat probleem dat wij de lift niet kunnen gebruiken en dus de brandweer moeten inschakelen.’ De enige lift die er is binnen het appartementencomplex waar ik woon, raakt door wat voor oorzaak dan ook gedurende de afgelopen jaren steeds vaker voor langere of kortere tijd buiten gebruik. Met de nodige gevolgen van dien. Vervelend voor mij, maar zeker voor hen die met een rolstoel naar werk of studie moeten of een hulphond moeten uitlaten. Een wens van ons, een degelijke lift, liefst ook nog een tweede, kunnen we klaarblijkelijk uit ons hoofd zetten.

Even later komen vier brandweermannen binnen. Beneden staat er naast de ambulance een hoogwerker geparkeerd. Terwijl ik op bed lig wordt er een soort van brancard onder mij geschoven. Daarna tillen de lieden mij naar buiten en heffen mij over de rand van de balustrade. Op dat moment ging er een kleine slik door mij heen. Maar er komt ook een glimlach. Dat heb ik weer! Achter de reling bevindt zich op dat moment gelukkig het bakje van de hoogwerker. Een daar toevallig ook aanwezige brandweerman verankert mij en vergezelt mij als ik van het gebouw wegzweef.

Omdat ik alleen maar omhoog kan kijken, zie ik de contouren van een aantal mensen die vanaf de eerste en tweede galerij toekijken en mij een soort van uitzwaaien. Iemand wenst mij sterkte, maar wie dat daadwerkelijk is kan ik door het tegenlicht niet zien. Vijf meter lager word ik op een andere brancard gelegd en op transport gezet. In het ziekenhuis wordt al snel een griep geconstateerd en ook krijg ik extra zuurstof toegediend.

Het werd een paar dagen op bed verblijven. Vanwege de defecte lift kon pas op donderdagavond iemand mijn rolstoel brengen. Eenmaal van het zuurstof af mocht ik vrijdagmiddag weer naar huis.

donderdag 5 februari 2026

Knopje

Het was in zo’n taxibusje, terwijl ik nog nauwelijks op mijn plek stond, dat het werd geconstateerd. In een andere situatie zou ik meer dan waarschijnlijk ook anders hebben gereageerd. Dat lag trouwens niet aan het feit dat ik in een taxi stond, want ook dan kan en durf ik in principe gewoon mijzelf te zijn. Bij frustratie of anderzijds tegenslag wil ik nog wel eens mijn stem verheffen. Akkoord, ook ik ken de fatsoensnormen, maar de rust zelve blijven is niet mijn grootste kwaliteit.

Hoe dan ook, van degene met wie ik op dat moment op pad ga hoor ik dat dat ene knopje bij mijn hoofd, welke voor mij zeer urgent is, loshangt. In die zin dat er nog wel een draadje aan zit, wat betekent dat het nog wel een werkzame functie zal hebben. Maar het bungelt naast het stangetje waar de knop feitelijk aan vast hoort te zitten. Dus al zou ik er met mijn hoofd tegenaan kunnen proberen te tikken, het knopje indrukken zou nooit en te nimmer lukken.

Het betreft de knop die ik gebruik als ik achter mijn laptop zit en een plaatsvervangende enter-toets is. Deze tik ik dan met mijn rechter achterhoofd aan, zo’n beetje achter mijn oor. Dit is na zoveel jaar volledig geautomatiseerd. Tot vlak voordat ik wegging zat ik thuis nog achter de computer en was er niets aan de hand volgens mij. Alsof in de afgelopen paar minuten mij deze dikke pech is overkomen.

Vermoedelijk reageerde ik heel laconiek, omdat ik de betreffende knop voorlopig toch niet zou gebruiken. Misschien had ik op dat moment in een splitsecond bedacht dat ik het probleem morgen wel weer zou kunnen laten fiksen. De taxi ging met ons naar Deventer, naar het burgerweeshuis. Voor een optreden van Mooi Wark, een rockband uit Drenthe, die ik altijd al eens wilde zien. Het werd echt wat ik ervan verwachtte, maar dat geheel terzijde.

De volgende ochtend hoor ik van een medewerkster dat er een knopje los zit. Oh ja, dat is ook zo. Gisteren nog laconiek, nu voel ik ter plekke mijn frustratie opwellen. Wat moet ik doen? Zonder deze knop ben ik kansloos achter mijn computer. Bovendien is het nu zaterdagochtend. Bellen kan altijd, maar of er überhaupt een monteur kan komen en hoe lang ik daar dan op moet wachten, that’s the question.

De foto die gisteravond in de taxi van de situatie werd gemaakt wordt wederom in mijn hoofd geprojecteerd. Gecombineerd met wat ik hoor begrijp ik dat er iets is afgebroken. Kak! Met een rolletje plakband wordt geprobeerd de schade te beperken. Binnen een kwartier is een nieuwe poging nodig en wordt geprobeerd het euvel dan maar met ziekenhuisplakband iets steviger aan te pakken.

Met enige schroom bel ik naar de alarmdienst. De twijfel vooraf is of mijn noodzaak bij hun ook onder urgentie valt. Immers, de rolstoel rijdt nog prima. Na anderhalf uur komt er een monteur die direct concludeert dat er geen sprake is van een breuk. Waarvan wel wordt te langdradig om uit te leggen. Maar met domme pech omschrijf ik het redelijk goed.

Mijn leven kon weer doorgaan.