dinsdag 3 november 2020

Probleem

‘Fijn Geert, dat had ik trouwens al verwacht. Zover ik weet ben jij met jouw bakkes maar wat graag in beeld.’

Het cynisme droop er vanaf, maar diegene schoot wel raak. Haar woorden kwamen na mijn antwoord op de vraag of ik wilde meewerken aan een item voor RTV Oost. Mediageil? Ach, een big smile is zo getoverd en ik heb ook altijd wel een woordje klaar. Al luister ik inmiddels niet graag naar mijn nogal krakende, onduidelijke stem.

Ook over het onderwerp van deze ochtend kon ik uiteraard meepraten. Het gaat immers iedereen aan, dus ook mij. Maar van vanzelfsprekendheid is hierbij absoluut geen sprake. Het ging om een stukje media over het gebruik van mondkapjes. Daarbij zou ik in een één-tweetje met Rick Brink, de minister van gehandicaptenzaken, een keerzijde gaan belichten. Die ochtend vertelde Rick dat er bij hem veel signalen binnenkomen van mensen met een handicap die gewoonweg geen mondkapje kunnen dragen. Dit vanwege hun beperking, aandoening of ziekte, maar daarop wel worden aangekeken. Men wordt bijvoorbeeld geweigerd bij het willen reizen met een taxi.

Als er een noodwet van kracht gaat, waarin het gebruik van mondkapjes voor iedereen verplicht wordt gesteld, dan moeten de uitzonderingen ook worden opgenomen in deze wet. De minister legde uit dat het bewerkstelligen van deze wens logisch lijkt, maar dat daarvoor veel uitleg en overleg nodig is. Bij de ambtenaren die de wet maken en bij de kamerleden die hierover gaan beslissen.

‘Ik kan er naar kijken maar dan zit dat ding over vier eeuwen nog niet om mijn oren’ en ‘nu lijk ik net een outlaw die niet doet wat eigenlijk wel zou moeten.’ Deze oneliners produceerde ik, nadat de voice-over aan de kijkers meedeelde dat het voor mij onmogelijk is om een mondkapje op te zetten.

In mijn geval klopt het dat ik het lapje stof niet zelfstandig kan plaatsen, maar onoverkomelijk is dat nog niet.  Eenmaal aangebracht kan ik er enigszins mee overweg. Ook al heb ik het idee dat de capaciteit van mijn longen minder groot is geworden, de ademhaling kan dat logge lichaam van mij nog voldoende voorzien van zuurstof, ook met een mondkapje. En mijn oren zijn groot genoeg om het op de plaats te houden. Daartegenover staat dat ik met zo’n lapjes stof over mijn kin mijn rolstoel niet zo goed kan besturen. Neem dat maar gewoon van mij aan.

Mijn lippen op elkaar persen en dan een duikbril opzetten of een knijper op een neus klemmen is ook zo’n gedoe. Maar wat dan wel? Zeg het maar. Ideaal is als ik de rolstoel door een ander laat besturen en ik mij vanachter een mondkapje een stuk veiliger en relaxed kan voelen. Wat sowieso ook helpt is gewoonweg de drukte niet opzoeken. Jezelf opsluiten hoeft volgens mij niet. Winkelen is toch niet heilig?

Het filmpje ging behoorlijk viraal. Gelet op de vele reacties die volgden blijkt maar weer dat het probleem veel voorkomt. Wel moge nu duidelijk zijn dat ik ten onrechte complimenten kreeg dit onderwerp te hebben aangesneden. Die eer is oneerlijk.

Ik wilde alleen met mijn bakkes op een beeldscherm. Of zoiets!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten